Grrr

Waterig In De Groene van 13 juli lees ik een stuk van Michel Didier getiteld ‘Waterige associaties’. Didier maakt hier melding van een ‘protserige grof-geldtentoonstelling in en om het Hilton Hotel in Amsterdam, de “zogenaamde Sculptuur Biennale” waar de massafabricages van eens goede, maar al lang naar het kapitaal afgegleden kunstenaars als Arman en Constant allemaal uit dezelfde kunsthandel lijken te komen.’

Didier heeft absoluut geen moeite gedaan om gegevens te verifieren. Allereerst bevindt zich op de Biennale Skulptuur ‘94 geen Constant. En uit het feit dat hij de naam Arman (inderdaad een publiekstrekker) ge- ofwel misbruikt om de tentoonstelling protserig en grof-geldelijk te noemen (Grof- geldelijk? De eventuele winst is bestemd voor Stichting Kankeronderzoek Kinderen en voor de volgende te organiseren Biennale Skulptuur '96) en daarbij negeert dat ook de Nederlandse beeldenbasis is vertegenwoordigd door onder andere Charlotte van Pallandt, Nic Jonk, Hella de Jonge, Kees Verkade, Jits Bakker naast onbekend, jong talent, blijkt een beperkt waarnemingsvermogen en een vooringenomen standpunt. Gelukkig denken vele beeldenliefhebbers anders over de Biennale Skulptuur '94, getuige de grote opkomst en de vele positieve reacties. Groningen, KARIN WALDNER
Poppenkast Met genoegen las ik in De Groene van 13 juli het artikel 'Jan Klaassen in Epe’ van Marijn van der Jagt over mijn bijdrage aan het Zevende Museum, het KasTheater aan de Hofvijver. Jammer genoeg wordt over een gegeven foutief bericht. Op verzoek van de Stichting Hofvijvermusea is Stroom/Haags Centrum Beeldende Kunst gekomen met een voorstel voor het gebied rond de Hofvijver, het zogenaamde Zevende Museum. Ik ben als beeldend kunstenaar uitgenodigd door Stroom/HCBK - en niet door de Hofvijvermusea - om een bijdrage te leveren aan dit 'museum zonder muren’.
Ik leg hier zo de nadruk op omdat ik voor mijn binnen de beeldende kunst niet zo voor de handliggende poppenkastvoorstel alle mogelijke ondersteuning heb gekregen van Stroom en de medewerkers kosten noch moeite hebben gespaard om dit werk in al zijn merkwaardige facetten tot zijn recht te laten komen. Stroom heeft met het Zevende Museum zijn nek uitgestoken en ik vind dat zij met dit omvangrijke, gewaagde en prachtige project minstens verdienen om genoemd te worden als initiatiefnemers. Amsterdam, PETER KOST
Prozac In het artikel over Prozac in De Groene van 29 juni zegt de heer Verpaalen van de importeur niet blij te zijn met de euforie rondom Prozac. Hij wil totale openheid, ook over de minder prettige gevolgen. Hierbij wil ik hem graag van dienst zijn.
Mij zijn een tachtigtal publikaties in wetenschappelijke bladen bekend waarin Prozac in verband wordt gebracht met onder andere manie, acute hepatitis, anorgasme en andere vormen van seksuele dysfunctie, hypermetabolisme, ernstige hartritmestoornissen, agressie, zelfmoordneigingen, haarverlies, geheugenverlies, verstoring van de elektrolyten-huishouding, delirium, dystonie, het ontstaan (!) van depressie, longbeschadiging, migraine, tics, bloedingen, Parkinsonisme, automutilatie, hypoglycaemie- achtige verschijnselen, psoriasis, serumziekte, het ontstaan (!) van obsessief-compulsieve symptomen, het serotoninesyndroom, etcetera. Voorts signaleert een rapport het overlijden van diverse zieke ouderen binnen tien dagen na aanvang van Prozac-gebruik 'from unexplained causes’. De auteur suggereert dan ook liever een ander, ouder, antidepressivum bij risicogroepen.
Verder heb ik in mijn bezit een boekje getiteld The Prozac Pandora, waarin gebruikers verhalen over hun negatieve ervaringen met Prozac en een videoband waarop ex-gebruikers of hun nabestaanden een vernietigend oordeel vellen over Prozac. Misschien is het voor de lezer ook interessant te weten dat er in Amerika een Prozac Survivors Support Group is opgericht.
Zelf heb ik jarenlang voor mijn leven gevochten na een weekje Prozac. Vermoedelijk word ik nooit meer de oude. Vandaar dat ik me ten doel heb gesteld een argeloos publiek te waarschuwen voor deze vermeende wonderpil. Na met dit onderwerp in de media te zijn geweest heb ik vele, vaak zeer trieste reacties ontvangen, die voor mij eens te meer bevestigen dat Prozac geen onschuldig middel is. Geen wonder dat er talloze processen tegen de fabrikant Eli Lilly zijn/worden gevoerd. Oisterwijk, F. VAN MEERENDONK
Nederlandse Unie Terecht wordt in de Groene-special over honderd jaar sociaal-democratie (6 juli) aandacht besteed aan de unieke figuur van Johan Scheps, een man die een vuistdikke biografie verdient. Maar waarom moet zijn uniciteit nog eens worden onderstreept door een Adriaan Venema-achtige uitval naar allen die het na 10 mei 1940 niet meteen zo duidelijk zagen? De Nederlandse Unie was een oprechte poging van tienduizenden tegenstanders van het nationaal-socialisme om de NSB de wind uit de zeilen te nemen. Een naieve poging, dat wel, want de gelijkschakeling en de echte collaboratie kwamen toch.
Lachwekkend is de opmerking van uw redacteur dat het driemanschap 'voor een naoorlogs vuurpeloton (werd) behoed’ doordat de bezetter de beweging ophief. Kan de heer Brouwer mij uitleggen waarom De Quay vanaf 1945 commissaris der Koningin, minister en premier heeft kunnen worden, terwijl hij veel erger dingen zou hebben gedaan dan Aantjes? Kampen, F. D. ZEILER
Huurlingenleger In het hoofdcommentaar in De Groene van 20 juli haalt Aart Brouwer onder de kop 'De roep om nieuwe koloniale troepen’ een uitspraak van mij aan, gedaan tijdens een tv-programma van Sonja Barend. Hierin deed ik de suggestie een huurlingenleger op te richten omdat westerse regeringen kennelijk niet bereid zijn risico te lopen bij VN-vredesoperaties.
Volgens De Groene zou ik gezegd hebben: 'Aangezien het bloed van de derde- wereldsoldaten gemakkelijker en goedkoper vloeit dan het bloed van “onze eigen” jongens, zou een Nederlandse regering, als ze eenmaal over zo'n legioen beschikt, zonder groot politiek risico kunnen deelnemen aan zulke interventies.’ Inderdaad heb ik woorden van die strekking gebruikt. Het is de auteur van het hoofdartikel en naar ik vrees velen met hem ontgaan dat het hier een cynische conclusie betrof, bedoeld om het probleem van het politieke en publieke gebrek aan bereidheid om offers te brengen bij vredesoperaties nog eens nadrukkelijk te stellen.
Het ging mij er dus om de onmogelijkheid van bepaalde vormen van vredesafdwinging duidelijk te maken. Het betreft immers een taak die groot geafficheerd wordt in de taakstellingen van de nieuwe westerse en met name ook Nederlandse krijgsmacht. De relatie tussen verliezen en steun in de publieke opinie is zodanig dat duidelijk is dat noemenswaardige verliezen niet meer door de publieke opinies in westerse landen worden geaccepteerd. Uit herhaald opinieonderzoek in Nederland blijkt dat de Nederlandse publieke opinie hierop geen uitzondering zal zijn.
De vraag naar een alternatief doet zich dus voor. Alleen meedoen aan vredesacties als er gegarandeerd een aanvaardbaar risico is? Dat laatste is per definitie moeilijk vast te stellen en blijkt in Nederland met terugwerkende kracht door de strafrechter bepaald te worden, zoals het geval van de twee - wegens onaanvaardbaar risico - dienstweigerende onderofficieren heeft aangetoond. Er zijn ook mensen die serieus voor een 'huurlingenleger’ pleiten, met name ten behoeve van de VN, zoals de oud-secretaris-generaal Brian Urquart. Een dergelijke strijdmacht zou resoluties van de Veiligheidsraad snel militaire kracht kunnen bijzetten. Afhankelijk van de selectie-eisen behoeft een dergelijk leger niet alleen te bestaan uit arme drommels uit ontwikkelingslanden. Een dergelijke constructie behoeft niet te betekenen 'een regelrechte terugkeer naar de koloniale hulptroepen van weleer’. In bepaalde gevallen zou door middel van een dergelijke strijdmacht actie kunnen worden ondernomen zonder dat zulks (mede) in het nationale belang is van een of meer (belangrijke) leden van de Veiligheidsraad. Dat zal ook wel een van de redenen zijn dat die strijdmacht er voorshands niet zal komen.
De conclusie van Brouwer dat kennelijk 'sinds kort de Nederlandse polemologie ook al een wijkplaats is voor wetenschappelijke flessentrekkers die het met de vrede en menselijkheid niet zo nauw nemen’ is dus wat snel getrokken. Nijmegen, LEON WECKE
Hoogendijk Het volgende naar aanleiding van het gesprek met Willem Hoogendijk, eco-econoom, in De Groene van 20 juli 1994: 1) Onze behoeften. Ik laat in het midden of deze oneindig zijn, afgeleid, niet echt etcetera, en stel dat ik nu eenmaal behoeften heb. Die wens ik niet te onderwerpen aan het oordeel van wie dan ook. Als ik auto wil rijden, vlees wil eten en op Javaanse tijgers wil jagen, dan heeft Hoogendijk daarmee niets te maken. Als Hoogendijk bij de mensen bepaalde behoeften wil terugdringen, moet hij overtuigend aantonen wat de gevolgen van de bevrediging van deze behoeften zijn en op grond daarvan bepleiten dat men bepaalde behoeften intoomt. 2) De economische groei. Groei is geen doel. Hoe gaat het in de praktijk? Iemand heeft een boeiende baan en maakt zich zeventig uur per week druk. De mede daardoor veroorzaakte groei van het bedrijf is een leuk bijprodukt. Wil Hoogendijk de groei beteugelen, dan zal hij mensen moeten oproepen minder bevlogen te werken. Men zal zijn ondergeschikten moeten afremmen: rustig aan, geen initiatieven, morgen komt er weer een dag. 3) Projecten die ook nog eens arbeid overbodig maken. Wat zullen we nou hebben? Is het geen heerlijke gedachte om kinderen op de wereld te zetten die je een leven vol snipperdagen kunt beloven? 4) Je boerenverstand gebruiken. Dit is al helemaal een advies dat moet worden genegeerd. Want boeren zijn bij uitstek lieden die het belang van hun eigen bedrijf in de gaten houden. Castricum, S. VAN LEEUWEN