Grrr

Naar aanleiding van Govert Schillings essay De sterren en de schone letteren in De Groene van 14 september wijs ik u er graag op dat mijn vader, de essayist R. A. Cornets de Groot, al in 1963 een systeem ontwierp dat hem in staat stelde de vormenwereld van verschillende schrijvers te onderzoeken aan de hand van de relatie mens-heelal. Hij noemde dit systeem de ‘kosmische metafoor’, waarvan hij de werking als volgt uitlegde:

‘De kosmische “realiteit” doet zich altijd gestructureerd voor, zelfs als zij zich voordoet conform de optische schijn. Dat komt omdat die realiteit door de waarnemer geretoucheerd wordt tot het beeld dat hij wenst te zien. Dat beeld is dus met alle vezels verbonden aan deze zeer bepaalde psychische structuur van deze ene waarnemer; het is de kosmische metafoor en die dient de criticus dus als een schematisme, helder genoeg om representatief te zijn voor het met de psychische structuur van de schrijver corresponderend beeld van het heelal. Zij is uiterlijk een samenraapsel van conventionele beelden (zon, maan, sterren, licht, donker et cetera) dat gehoorzaamt aan heel bepaalde wetten, die teruggaan op de stelsels van respectievelijk de astrologie, Copernicus, Newton en anderen.’
Dit systeem van de kosmische metafoor is tot het einde van de jaren zestig het centrale thema in mijn vaders werk gebleven. Met name in zijn essay 'Bikini’ (waaruit bovenstaand citaat; het verscheen in Randstad nr. 5, 1963) heeft hij van al dergelijkse stelsels een groot aantal literaire verwerkingen getoond. Zo ontmoeten we daarin Marsman als 'heliocentrist’; Jan Luycken en Pieter Nieuwland als newtonianen; Achterberg, Aafjes en Andreus als vertegenwoordigers van de 'logotheologie’; we zien de 'astrologische metafoor’ van Vestdijk, de 'splijtmetafoor’ van Piet Paaltjens en Hans Lodeizen, een 'pre-adamische metafoor’ van Lucebert, en de 'op de kop gezette metafoor’ van onder meer Elburg en Mulisch.
Helaas heeft dit systeem in de literatuurkritiek niet of nauwelijks ingang gevonden, wat vooral te wijten is aan de angst van letterkundigen voor het binnendringen van zogenaamde 'extra-literaire’ elementen. Mijn vaders reactie hierop was dat hij systemen als de astrologie eenvoudig 'niet uitsluit, als een schrijver zelf ze in zijn werk insluit. Wat dat betreft ben ik gewoon net zo geborneerd als de eerste de beste recensent.’
Den Haag, RUTGER CORNETS DE GROOT
Vlijtig Liesje
Beetje laat, maar toch: in De Groene van 17 augustus schrijft hoofdredacteur Van Amerongen over mijn onderzoek naar de omgang van Nederlandse media met de extreem-rechtse Centrumdemocraten. Precies twee maanden eerder verscheen in De Journalist, waar Van Amerongen columnist is, een verslag van het aanbieden van dit onderzoek aan toenmalig minister D'Ancona. We zullen het maar aan de drukke werkzaamheden van de heer Van Amerongen toeschrijven dat hem dat is ontgaan.
De belangrijkste conclusie van het onderzoek dat ik in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Journalisten verrichtte, namelijk dat de media in het voorjaar van 1994 een duidelijk negatief beeld van extreem-rechts schetsten, wordt door Van Amerongen vergeleken met de mededeling dat je van regen erg nat kunt worden. Maar zo vanzelfsprekend is deze conclusie helemaal niet. In de discussie over dit onderwerp stellen journalisten vaak dat de Centrumdemocraten een 'normale’ democratische partij vormen, die ook als zodanig behandeld moet worden. Veel journalisten zien zichzelf als doorgeefluik van de dames en heren in Den Haag. Waarom zou het de taak van de journalist zijn de kijkers en lezers te waarchuwen tegen de racistische smeerlapperij die een man als Janmaat uitslaat? vragen ze zich af. Nee, de professionele journalist doet gewoon zijn werk, smeerlapperij of niet. Uit mijn onderzoek blijkt dat de praktijk tegen dat heersende idee indruist.
In het verslag Een beeld van een partij heb ik de uitkomst van mijn onderzoek vergeleken met die van eenzelfde onderzoek over de jaren '89-'92. In deze drie jaar werd ruim vijf keer zo weinig gepubliceerd over extreem-rechts als in de vijf weken die ik onderzocht. Nog een reden waarom de vaststelling dat de media juist nu in de aanval gaan, het bespreken waard is. En zeker geen ouwe koek, zoals Van Amerongen beweert. Een mogelijke verklaring voor de veranderde houding van de onderzochte media is natuurlijk dat de opiniepeilingen dit jaar grote winst voor de Centrumdemocraten voorspelden. Maar of en waarom deze ontwikkeling zou moeten leiden tot meer en negatieve aandacht in de media voor deze partij, blijft interessant.
Amsterdam, JEANINE ALBRONDA
Meneer De voorpagina van De Groene van 31 augustus, die goeddeels gevuld werd met de tekst 'Meneer de student, u kunt gaan!’ vind ik absoluut niet kunnen! Is de redactie er soms niet van op de hoogte dat meer dan de helft van het aantal studenten vrouwelijk is? Groene, niet meer van dit achterlijke gedoe!
Lelystad, HELENE STAFLEU
Managua Geschokt was ik door de tendentieuze weergave van het interview dat ik aan Misha Rasovich en Hans van Willigenburg gaf over de Stichting Stedenband Amsterdam-Managua. Het mag dan slecht gaan met onze zusterstad, maar de stad is geenszins verstoten! De stedenband is springlevend, en er zijn honderden mensen enthousiast mee bezig. De Stichting Stedenband Amsterdam-Managua (Sam) heeft 1600 donateurs en 25 vrijwilligers. Vrijwilligers zijn opgedeeld in werkgroepen rond voorlichting, projecten en de politieke situatie. De stichting ontvangt jaarlijks een ton van de gemeente om voorlichting te geven aan de Amsterdammers over de situatie in Managua en om fondsen te werven voor projecten die bedoeld zijn om de mensen een hart onder de riem te steken. De gezamenlijke opdrachtgevers in de woningbouw hebben dit jaar een ton bij elkaar gebracht, en daarnaast ontving de Sam fondsen van gemeente-afdelingen, stadsdelen, ziekenhuizen, volkstuinverenigingen enzovoort. De fondsen die bij elkaar worden gebracht, jaarlijks zo'n drie ton, komen rechtstreeks bij de mensen in Managua terecht en worden inderdaad niet in meubilair gestoken. Dit jaar is het tienjarig bestaan van de stedenband gevierd met een groots opgezette manifestatie: kunst- en fototentoonstellingen, een symposium geopend door Pronk, een groot salsafeest en een kindermusical. In het kader van de uitwisseling vonden ook in Nicaragua tentoonstellingen, een formum met de vice-minister en een drukbezocht concert plaats.
Met deze stedenband loopt de Amsterdammer zijn 'volksdansje in Zwitserland’ wel mis. Maar gelukkig weet de Sam meer inhoud te geven aan de band met Managua!
Amsterdam PETE BURGER, coordinatrice Stichting Stedenband Amsterdam-Managua