Ingezonden brieven

Grrr

Fortuyn (4)

In de aanhef van het artikel Een heel vervelend geval van Joris van Casteren (in De Groene van 16 maart) wordt ten onrechte de indruk gewekt dat alle psychotherapeuten psychoanalytici zijn. Dit is slechts bij twee personen het geval.

Als bestuur van de psychoanalytische beroepsverenigingen willen wij ons distantiëren van deze uitspraken. Het is onjuist om psychoanalytische interpretaties te geven buiten de klinische behandelpraktijk. Zolang men niet iemand zorgvuldig heeft onderzocht in een vertrouwelijke situatie, kan men over diegene geen uitspraken doen en als dat onderzoek wél plaats heeft gevonden, dan mogen er geen uitspraken over worden gedaan.

M.M. DEBEN-MAGER, Amsterdam

secretaris NVPA, namens het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse en het bestuur van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap

Fortuyn (5)

Enkele van mijn beroepsgenoten doen krachtige uitspraken over Pim Fortuyn. Hij is een narcist, heeft een persoonlijkheidsstoornis, heeft sterke minderwaardigheidsgevoelens, heeft geen gêne, geen sterke gewetensfunctie, enzovoort.

Ik ga ervan uit dat deze uitspraken zijn gebaseerd op wat in de media te zien en te horen valt van Fortuyn.

Het lijkt mij echter de bedoeling diagnostiek vast te stellen in een persoonlijk contact in de spreekkamer en liefst ook in overleg met collega’s.

Deze uitspraken horen naar mijn idee dan ook thuis in de kroeg. Heerlijk om zo te bazelen, maar als je je op deze wijze professioneel uit, dan ben je meer een waarzegger met een glazen bol op de kermis.

E. ABAS, Amsterdam

Fortuyn (6)

Dat Selma Schepel in tegenstelling tot Fortuyn-stemmers wél een krant leest, wordt mij duidelijk in haar ingezonden brief (in De Groene van 23 maart 2002): «Het Nederlandse volksdeel dat op Fortuyn wil gaan stemmen leest geen kranten, laat staan De Groene.» Treurig is het alleen dat de politieke analyses in die kranten niet aan haar zijn besteed. Als ze die wél had gelezen, dan had ze

ge weten dat het gros van de potentiële Fortuyn-stemmers hoogopgeleid is, van wie genoegzaam bekend is dat ze kranten, en in een enkel geval misschien zelfs wel De Groene lezen.

Haar dédain richt zich dan vermoedelijk ook op dat deel van het electoraat dat laagopgeleid is, waarvan inderdaad bekend is dat een aanzienlijk kleiner deel een krant leest. Het feit echter dat deze kiezers, via het medium televisie, door Fortuyn lijken te worden gestimuleerd nu wel te gaan stemmen, is een prestatie van formaat en geeft exact aan waar de makke van de gevestigde politiek is gelegen. Dat de inhoud van For tuyns boodschap weinig consistent is en niet zal leiden tot de zo gewenste oplossingen is, ook voor mevrouw Schepel, duidelijk.

HUGO LOGTENBERG, Amsterdam