Ingezonden brieven

Grrr

Poëzie

Om te vermijden dat de wereld «onoverzichtelijk» wordt, beperkt Piet Gerbrandy zich in zijn poëziekritiek (Geen daden, maar woorden in De Groene van 27 januari) tot «geschreven, gezongen of gesproken» teksten. Hier doet Gerbrandy zich vooruitstrevender voor dan hij in werkelijkheid is: gezongen en gesproken teksten vormen van zijn kritisch werk een verwaarloosbaar klein onderdeel. Hoewel de samenleving steeds onoverzichtelijker, technofieler en complexer wordt en wij omringd zijn met apparaten waarvan wij de werking nauwelijks begrijpen, veronderstelt Gerbrandy dat het denken c.q. de wetenschap «de wereld» overzichtelijker maakt. Maar waar hij het over «de wereld» heeft, bedoelt hij eigenlijk de vierkante millimeter poëziekritiek waarbinnen hijzelf actief is en waar het felle hallogeenlicht van de «rede» (lees: Gerbrandy’s persoonlijke smaak) schijnt.

Dat nieuwe vormen van poëzie nieuwe vormen van poëziekritiek vereisen, is een kwestie waar Gerbrandy helaas niet op ingaat. De poëziekritiek zou zichzelf dan tot onderwerp moeten nemen, maar misschien heeft de criticus een te lage pijngrens voor dergelijke exercities.

Ter wijl Gerbrandy in zijn muffe studeerkamer het werk van zijn troetel dich ters, gelijk Fries stamboekvee, aan het her kau wen is, zijn er buiten zijn gezichtsveld allerlei ontwikkelingen gaande. Toch gloort er hoop voor de criticus. Gerbrandy geeft in zijn artikel — weliswaar volkomen onbedoeld — een briljante voorzet. Hij schrijft dat de abonnees en de redactie van eenkrant niet blij zouden zijn als hij zijn recensies zou wijden aan de «zonsondergang van gisteravond». Ook hier vergist hij zich. Er is in onze geaccelereerde cultuur een steeds grotere behoefte aan natuurbeleving en «outdoor-momenten». Alle arme drommels die overwerkend achter een computerscherm de zonsondergang missen, zouden de krant er vervolgens op na kunnen slaan om ’m de volgende ochtend alsnog «mee te pakken». Gerbrandy beseft het zelf nog niet, maar als hij verstandig is, gloort er voor hem een gouden toekomst — als zonsondergangenrecensent van de Volkskrant.

OLAF ZWETSLOOT,

Amsterdam