Ingezonden brieven

Grrr

Islam en democratie in Iran

Het artikel «De onttovering van Iran» (in De Groene van 21 april) van de heer P. Aarts had niet op een slechter moment kunnen verschijnen. In de eerste regels klopt de constatering niet met de conclusie. Volgens de heer Aarts: «De Islamitische Republiek Iran is het voorbeeld bij uitstek van hoe binnen een islamitisch kader processen van democratisering en secularisering gestalte kunnen krijgen.»

Waarschijnlijk is het artikel geschreven toen men meer hoop op «hervormingen» van Khatami had dan nu. Zoals het er nu uitziet, zal er in Iran een presidentsverkiezing plaatsvinden waarbij überhaupt geen mogelijkheid voor andersdenkenden bestaat om — op welke manier dan ook — in deze verkiezing te participeren.

Het valt uiteraard niet te ontkennen dat er in Iran een zeer brede beweging onder de massa is ontstaan die meer vrijheid en rechtvaardigheid eist. Maar dit pleit meer voor Iran en Iraniërs dan voor de islam. Het is eerder zo dat islam en islamieten een serieuze hinder voor democratie vormen en dat de Iraanse hervormers en opposanten (inclusief een deel van de beweging achter Khatami) op zijn minst naar het terugdringen van de rol van de clerus in het politieke en bestuurlijke gebeuren streven. Het feit dat meisjes in Iran ongeveer zestig procent van de universitaire studenten vormen en dat vrouwen in Iran zelfbewustzijn aan de dag leggen wordt daarentegen gehekeld en zelfs gedwarsboomd door de moskee en de gelovige islamieten (een minderheid) die de harde kern van de Islamitische Republiek vormen. Maar de drang naar vrijheid en vooruitgang is gelukkig zo groot dat het regime er niet meer in slaagt om deze beweging te stoppen.

Het is naïef om de vreedzame strijd voor omwenteling in Iran aan de islam toe te schrijven, terwijl de strijd juist tussen de islam en de seculiere beweging plaatsvindt, al wordt het zelfs door een deel van de anticonservatieven in Iran niet zo ervaren. De reden dat Khatami voor meer vrijheid heeft gekozen, is dat hij allang — onder druk van de hervormingsbeweging in Iran — tot de conclusie is gekomen dat wanneer er in Iran niet meer vrijheden komen dit het einde van het islamitisch regime en het systeem betekent. Hij kan niet anders dan de concessie die hij aan de islam doet, laten overkomen alsof hij de ware islam toepast. Gelukkig is een grote groep Iraniërs tot de ontdekking gekomen dat er, vooral op het gebied van vrouwenrechten en het recht van andersdenkenden en religieuze minderheden, islam en democratie — zonder zware concessie aan een van de twee — onmogelijk kunnen samengaan. Dit is juist het dilemma van Khatami, dat hij niet de beloofde vrijheden beperkt kan houden tot vrijheden binnen de islamitische regelgeving. Dit stadium heeft het volk al achter de rug en op de lange termijn heeft de islam geen andere keuze dan terug te keren binnen de vier muren van de moskee.

D. MADJLESSI