Ingezonden brieven

Grrr

Correcties, aanvullingen en stommiteiten

Ruti Teitel, die vorige week het artikel «De sluieroorlogen» schreef (op pagina 6) is Argentijnse. Zij is als hoogleraar verbonden aan de New York Law School. Zij publiceerde onder meer het boek Transitional Justice (Oxford 2000).

Heksendochter

Een uithaal naar de vertaler schrijft in recensies altijd lekker weg, en dat iemands naam daardoor ten onrechte wordt geschaad, schijnt er niet toe te doen. Dit overkomt mij nu in Bregje Boonstra’s recensie «Alles ongewis» (in De Groene van 7 juli) over het door mij vertaalde Heksendochter van Celia Rees.

In de laatste alinea noemt ze het «een wonderlijk anachronisme (dat mogelijk voor rekening van de vertaalster komt) om iemand in 1659 bij een sneeuwbui te laten zeggen dat Vrouw Holle haar bed opschudt, terwijl de gebroeders Grimm pas een eeuw later geboren zullen worden».

De gebroeders Grimm verzamelden volkssprookjes uit de orale overlevering en verhalenbundels uit de zestiende en zeventiende eeuw. De door hen genoteerde, en niet zelf verzonnen, volksvertellingen waren internationaal, zodat het door mij gebruikte beeld van Vrouw Holle die haar bed opschudt wel degelijk een adequate vertaling is van het oorspronkelijke «The old lady is plucking her geese», een Engels bijgeloof uit voorchristelijke tijden dat de Nederlandse jeugd niets zegt.

MARIJKE EMEIS,

Amsterdam
Encyclopedie van de Domheid

Het is een typische ziekte van De Groene-recensenten om het verschijnen van een nieuw boek aan te grijpen voor vertoon van eigen eruditie, terwijl de inhoud van het te bespreken werk er verder bij inschiet. Voor zover het boek aan de orde komt, betreft het een gebrekkige parafrase. Dat schiet op.

In een verwarde poging de paradoxen te verhelderen die ten grondslag liggen aan De Encyclopedie van de Domheid komt de recensent (Pieter van Os in De Groene van 7 juli) tot opmerkelijke conclusies. «Als alles domheid is, is niets meer slim, en dus ook niet meer dom.»

Tja, dat is inderdaad vermoeiend. Laat ik het nog één keer kort samenvatten.

De hypothese luidt: domheid is het vermogen onbedoeld tegen je eigenbelang te handelen, met de dood als uiterste gevolg. Zo is de mens in staat omwille van een waanidee over ras, natie, geloof of sekse bereid zichzelf en zijn medemens op te offeren. Enerzijds bedreigt domheid onze beschaving, anders heeft diezelfde domheid ons gedwongen onze intelligentie te ontwikkelen. Alle strategieën om de domheid te beheersen, vormen bij elkaar onze beschaving.

Maar intelligentie biedt nog geen garantie voor zelfbehoud. Sterker nog: intelligentie kan domheid zelfs kracht bijzetten. De explosiviteit van dit mengsel komt het meest spectaculair tot uiting in oorlogen. Minder opzienbarend komt de domheid aan het oppervlak in de sluimerende oorlog op de snelwegen, die jaarlijks alleen al ruim duizend dodelijke slachtoffers maakt.

De domheid valt niet uit te roeien zonder de mensheid uit te roeien; dat zou een domheid in het kwadraat zijn. De enige uitweg is het permanent verzinnen van nieuwe listen om de domheid het hoofd te bieden. Zo bezien is domheid de motor van onze cultuur.

Ik pretendeer nergens dat dit een wetenschappelijke theorie is. Integendeel: zoals ik in het eerste deel heb uitgelegd is het mij niet te doen om een logische of filosofische waarheid, maar om een retorische, paralogische waarheid. Het is een literaire theorie die in het beste geval leidt tot een verrassende invalshoek op zaken die wij als vanzelfsprekend nemen. Het is een eenmanstheorie, een hoogstpersoonlijke manier om de wereld te interpreteren. Daarom ben ik zo ijdel ook mijzelf te scharen onder de morosofen.

In principe moet iedereen zich op de een of andere manier verstaan met de idiotie van het bestaan. De meesten nemen hun toevlucht tot religie, New Age, voetbalgekte, praten met de poes, schrijven voor De Groene. Maar de morosofen hebben iets origineels verzonnen, en daarom verdienen zij een boek. Morosofen zijn niet gek, zij lijden een min of meer normaal bestaan bij de gratie van een fantasme waarin ze de gekte hebben bezworen.

Aan domheid valt niet te ontsnappen, maar wij kunnen van onze domheid een unieke domheid maken. Mislukken doen ze toch, maar doe het dan tenminste op een zo hoog mogelijk niveau.

MATTHIJS VAN BOXSEL,

Amsterdam