Ingezonden brieven

Grrr

Schrijvers

God straft onmiddellijk als je De Groene niet goed leest. Pas nu stuitte ik op de meeslepende beschouwing («De schrijver als ondernemer» in De Groene van 27 oktober) van Theo van den Bogaard en Pieter van Os over «de bestsellerauteurs» die, met hun eisen voor hogere royalty’s, het hele boekenvak om zeep dreigden te helpen. Eén voor de hand liggende vraag werd echter niet gesteld: waarom handelden deze «calculerende sterren» niet volgens de gangbare regels van Kapsonesland, en regelden ze dit niet eventjes via een discreet gesprekje met hun eigen uitgever? Waarom sloten ze zich aan bij de vakbond van álle auteurs, de VVL? En waarom nam die vervolgens met kracht het voortouw in de onderhandelingen? Zou er toch iets anders aan de hand zijn? Eén telefoontje zou voldoende zijn geweest — maar inderdaad, zo’n mooi verhaal over succes en geldzucht, zoiets check je natuurlijk niet kapot.

Een paar saaie feiten. Een. De zogenaamde «groep Mak» is in werkelijkheid een los-vast gezelschap van beroepsauteurs. Een groot deel, ik denk de meerderheid, kun je met de beste wil van de wereld zelfs geen bestsellerschrijver noemen. Twee. Iedereen die schrijft om rijk te worden is een idioot. Persoonlijk heb ik de laatste tijd abnormaal veel geluk gehad, maar een normale auteur verdient aan zijn boeken, door de jaren heen, zelden meer dan een lerarensalaris — ook als hij goed verkoopt. Drie. Bestsellerauteurs zijn gelukkig, maar kwetsbaar. De door stroming is groot. «De» bestseller auteurs als vaste groep bestaan niet.

Wat is er nu precies gebeurd? Het begon met de royaltypercentages van de boekenclub. Eigenlijk was dat geen kwestie meer van geld, maar van trots: de boekenclub betaalde ons zo’n fooi — een kwart van de normale royalty’s — dat veel auteurs er gewoon geen zin meer in hadden. In feite werden de broodroosters voor de nieuwe klanten van de ECI vooral door ons gefinancierd. Daarom kwamen wij voor het eerst bij elkaar: vanwege een heel concreet probleem voor alle auteurs. Niks «primadonna»-gedoe dus.

Vervolgens bleek er veel meer aan de hand te zijn. Van auteur A. bleek driekwart van de buitenlandse royalty’s bij diverse uitgevers te blijven hangen. Dichter B. was voor tienduizenden guldens in de boot genomen. Auteur C. was gewisseld van uitgever — zijn vorige uitgever bleef echter heer en meester over zijn vroeger werk, en mishandelde dat flink. Enzovoort. We besloten daarop onze contracten eens naast elkaar te leggen. Daarbij bleek ook nog eens dat sommige auteurs veel meer kregen dan anderen. Toen dachten we: het wordt tijd voor een algehele herziening van het modelcontract, en alles wat daarmee samenhangt. Zo is het gekomen. Niks «strikt eigenbelang». We zijn alleen niet helemaal op ons achterhoofd gevallen.

Alle dominees, zeekapiteins en circusartiesten moeten wel eens iets gezamenlijk regelen met de boven en naast hen gestelden. Ook wij, auteurs, rijke en arme. Het is een burgerklusje waar je soms voor opdraait. Daar is best van alles over te zeggen. Maar zou dat alsjeblieft kunnen zonder dat alle opgehoopte kif en melkzuur van de grachtengordel telkens weer over ons wordt uitgestort?

GEERT MAK, Amsterdam