Ingezonden brieven

Grrr

Vrij debat

In zijn essay «Het belang van vrij debat» (in De Groene van 19 januari) doet Erik van Ree het voorkomen alsof het vrije debat onder druk staat door «bevolkingsgroepen die elkaar wegens ongeoorloofde uitspraken bestoken met de rechter». Van Ree vergeet daarbij voor het gemak de in Nederland gangbare praktijk en ontwikkelde jurisprudentie. Nederlandse rechters staan in een traditie van bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Voor Leen van Dijke volgde vrijspraak en naar onze mening maken Pim Fortuyn en Khalil el-Moumni daar ook goede kans op. Er is niets tegen een academische discussie over de vrijheid van meningsuiting, maar het beeld dat Van Ree schept komt niet overeen met de praktijk in Nederland. Zijn pleidooi om discriminerende belediging niet langer strafbaar te stellen en de vrijwel onbelemmerde vrijheid van meningsuiting in de VS als lichtend voorbeeld te nemen is verbazend. Nog los van het feit dat Nederland, zoals Van Ree wil, de strafbaarheid van discriminatie niet los kan laten zonder allerlei internationale verdragen, zoals het Europees Mensenrechtenverdrag, op te zeggen, mogen we blij zijn met de bescherming die het strafrecht biedt. Het recht om van discriminatie verschoond te blijven is een fundamenteel recht dat voor het functioneren van de democratie even waardevol is als de vrijheid van meningsuiting.

Discussies op basis van beledigingen, laster en aantoonbaar onjuiste gegevens leiden slechts tot het uitsluiten van elkaar.

Dat rechten botsen, is niet te vermijden, maar het is niet zo dat één grondrecht zwaarder moet wegen dan alle andere. Het strafrecht is zeker niet het beste middel om de grenzen van het debat te bepalen.

Maatschappelijke discussie en emancipatie van minderheidsgroepen zijn belangrijker. Maar voor een goed verloop is het vrije debat gebaat bij gezamenlijk vastgestelde regels voor de maatschappelijke discussie.

DICK HOUTZAGER en JEROEN VISSER, Rotterdam

Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie LBR

Oranje

Graag wil ik mijn lof uiten voor het artikel van Sander Pleij «Keizer zonder kleren» (in De Groene van 26 januari). Bijna helemaal mee eens. Alleen is het optreden van lul Willem-Alexander geen verkeerde inschatting van het intellectuele peil in Nederland; het Oranjehuis lapt de intellectuelen aan zijn laars. Oranje, PvdA, VVD, CDA en de kleine rechtse partijen verlaten zich op het volk. Dat heeft geen boodschap aan intellectuelen. Eerder zou je kunnen stellen dat Oranje lijdt aan intellectuelenhaat. Ik zou het artikel graag in miljoenen exemplaren willen afdrukken en op 02-02-02 boven Amsterdam uit een vliegtuig willen laten vallen. Maar ja, er mag dan niet worden gevlogen, terwijl protesten over het vliegen boven het centrum geen ene rotmoer helpen. Leve de monarchie en de klootzakken die ons in het parlement vertegenwoordigen.

HENK JOHN, Broek in Waterland

F16

Frits Barend heeft het (in De Groene van 26 januari) over gevechtservaring van de Israëli’s met F16 en Mirage (betreffende type: F.1E). Deze zou «romantisch gezegd» de doorslag kunnen hebben gegeven voor de F16-aanschaf in 1975. De eerste gevechtservaring met de F16 is pas in de jaren tachtig opgedaan en de Mirage F.1E is nooit in productie gegaan. Israël had wel een oudere versie van de Mirage, de III, in gebruik. Frankrijk leverde sinds 1967 geen wapens meer aan Israël. Amerika was sindsdien de voornaamste leverancier voor (lucht)wapentechnologie aldaar.

Dat Israëlische experts indertijd zijn geraadpleegd, is voorstelbaar. Dat de halve Navo de F16 bestelde, zal ook een rol hebben gespeeld.

H.J. VAN DER ZEE, Rotterdam