Ingezonden brieven

Grrr

Bourdieu

In zijn artikel «Sociologie is een vechtsport» (in De Groene van 2 februari) buigt Ger Groot zich met de hem kenmerkende welversneden pen over de dode Pierre Bourdieu. Hij heeft het cultuursociologische meesterwerk La distinction doorgebladerd en genoten van de plaatjes. Wat hij echter over de strekking van dat boek te melden heeft, is twijfelachtig.

Het door Groot als Habitat-syndroom betitelde verschijnsel beschouwt hij als een typisch Bourdieu-geval: de Habitat-klant koopt zijn meubeltjes niet omdat hij ze mooi vindt maar in een poging om zijn vooruitstrevende smaak te afficheren en zich te onderscheiden van het klootjesvolk; hij «zou er zo graag bij willen horen, maar is steeds te laat». Groots Habitat-syndroom stond in de jaren vijftig in de sociologie bekend onder de naam trickle down effect. Dat er in de werkelijkheid zoiets zou bestaan, en dat daaraan bovendien een typisch bourdieusiaanse distinctiedrang ten grondslag zou liggen, zijn ideeën die louter ontspruiten aan de natte vinger waarmee Groot door La distinction heeft gebladerd. Culturele praktijken spelen zich niet af in een esthetisch vacuüm, maar het model van Bourdieu gaat juist uit van de intuïtie dat je geen doelbewuste distinctiedrang nodig hebt om smaakverschillen te verklaren.

Groot is filosoof en een helder explicateur van duistere geschriften. Je zou verwachten dat hij, conform de habitus van een filosoof, zijn oordeel over een auteur baseert op diens teksten. Helaas, op sociologenproza is hij niet dol. Bourdieu schrijft in een massieve stijl en een betonnen jargon. Smaken verschillen, maar het blijft opmerkelijk dat het cliché van de leesbaarheid zelden wordt opgerakeld bij het filosofenproza van auteurs als Derrida of Kristeva, om over Kant nog te zwijgen. Die schrijven uiteraard over verhevener onderwerpen, een boer blijft een boer. Welnu, over Kant niets dan goeds, maar voor La distinction geef ik Groot de verzamelde Derrida en Kristeva graag cadeau.

ROKUS HOFSTEDE, Brussel