Ingezonden brieven

Grrr

God (1)

Als Groene-lezer, EO-tientjeslid, kerkganger en kerstvierder wist ik dat er een zware kerst aanbrak, gezien het thema van uw dubbeldikke kerstnummer: «Het is de schuld van God». En inderdaad, het werden lange donkere dagen. Übermensch Plasterk verklaarde me tot evolutionair fossiel, want religie heeft slechts zijn voordelen tussen agressieve primaten uit de oertijd. Hindoe Anil Ramdas wast me de oren, christenen kunnen nog veel van hem leren, want: hindoes geloven niet in God! Verder leer ik dat mijn geloof in een opperwezen een hersenspinsel is, mijn kerk slechts uit is op macht en het voorkomen van alle wetenschappelijke vooruitgang. Royalty watcher Zwaap maakt het helemaal bont: de EO is niets anders dan een agressieve hersenspoelende propagandamachine. De arme heer Zwaap bazelde dat een week reli-tv hem bijna te veel was geworden.

Nu weet ik dat De Groene een traditie heeft in het blind verdedigen van verwerpelijke wereldbeschouwingen. In het redactioneel commentaar wordt nog gerefereerd aan de periode «met meer waardering voor het Russisch experiment dan ons vandaag de dag lief is». Maar mijn hoop was dat De Groene in ieder geval geleerd heeft niet vanuit één aanname (die verder niet verklaard wordt) de gehele wereld te beschouwen. Die aanname was vroeger: alles wat niet links is klopt niet, en was nu: alle religie is onzin. Misschien is De Groene nu toch echt te oud geworden om nog iets te leren. Cynisch detail: de lezers worden opgeroepen geld over te maken, omdat De Groene bijna de laatste «onafhankelijke krant» is. Misschien toch maar een kerstdonatie overmaken aan het Leger des Heils?

DRS. MENNO N. RASCH, Utrecht

God (2)

Bij het lezen van uw kerstnummer «Het is de schuld van God» wordt snel duidelijk dat God geen eerlijke kans krijgt. Er is niet veel interesse in God of in het vaststellen van zijn schuld. Het gevolg is een wat teleurstellend nummer.

Het eerste artikel met Ronald Plasterk zet de toon. Waarom juist deze moleculair geneticus zo'n prominente plaats krijgt, is mij niet duidelijk. Ik begrijp uit het artikel dat hij «aan de weg timmert als een overtuigd verdediger van de pure ratio». Altijd mooi. Als getuige à charge legt hij uit waarom «gelovigen» het niet bij het rechte eind hebben. Plasterk weet wat gelovigen denken, zelfs beter dan dat zij dat zelf weten: «De mensen die nu nog in de kerkbanken zitten, zeggen dat God hun behoedt en beschermt, hun gebeden hoort, het goede met ze voorheeft. Wat ze werkelijk bedoelen is iets vagers dan ze beweren, namelijk dat er toch ‘iets’ moet zijn tussen hemel en aarde.» Ik vraag me af over wie Plasterk hier spreekt. Het lijkt me dat dominee Spijkerboer of Jacobine Geel zich niet in dit beeld kan herkennen.

Dit beeld van gelovigen, geschetst door Plasterk, zie ik terug in artikelen van verschillende medewerkers. In een herhaald «prijsschieten voor ons, ongelovigen» (p. 22) worden duidelijke doelen gekozen: blote billen in Urk en Andries Knevel op de tv. Het beeld bederft het taalgebruik in bijvoorbeeld de jolige hervertellingen van het verhaal van Job, de stelling dat God «met Auschwitz werkelijk zijn eigen glazen heeft ingegooid» en in de geheel onnodige en weinig respectvolle beschrijving van Jacobine Geel (geen «reli-muts»).

Het kerstnummer van De Groene Amsterdammer is meer een afrekening dan een kritische bespreking. Misschien moeten sommige redactieleden afrekenen met onverwerkte jeugdtrauma’s en misschien zijn ze bezorgd over opkomend christelijk fundamentalisme.

Dit laatste is inderdaad iets om je zorgen over te maken. Niemand en niets is echter gebaat bij de manier waarop dat in dit nummer gebeurt.

M. ALTORF, Glasgow