Ingezonden brieven

Grrr

Postmodernisme

Wat mij met name interesseert in het artikel waarin René Boomkens op Solange Leibovici reageert, is de omgangsvorm die Boomkens heeft met het postmodernisme. Het ziet ernaar uit dat bij hem contemporaine verschijnselen alle onder de noemer van het postmodernisme ressorteren. Ik vraag me af of deze receptie klopt en wil van de filosofie even doorschuiven naar de receptie van het postmodernisme vanuit de architectuurdiscipline. Is dit een ander postmodernisme dan het ‘veredelde’ ‘breedlopige’ postmodernisme waar Boomkens het over heeft? Vanuit de architectuurdiscipline gezien is het postmodernisme een in de jaren negentig in ongerede geraakt en nu gepasseerd station. Heden ten dagen wordt het echter als curiosum uit de kast gehaald door besturen die eens ‘iets anders’ willen doen, namelijk snel in de picture komen met onontkoombare ikonen. Het architectonisch postmodernisme interacteert echter met de verleden tijd, pleitend voor een vrijelijk citeren daaruit en zich veeleer bekommerend om trivialiteit dan om nauwgezet onderzoek. Het resultaat is thans een camp-collectie, die soms bruikbaar of gewoon leuk kan zijn.

Architectenburo’s als Oma, MVRDV en UN Studio, alsmede het Berlage Instituut te Rotterdam, waar René Boomkens ook als gastlector optrad, houden zich echter bij uitstek bezig met interdisciplinair onderzoek (de invloed van media, multiculturaliteit, psychologie) om tot nieuwe, bruikbare architectonische concepten te komen. Deze instellingen en hun werken als postmodern omschrijven klopt net zo min als het omschrijven van gras zijnde rood…

De nuance ligt mijns inziens in de tegenstelling ‘gratuit citeren’ versus ‘nauwgezet onderzoek’. Het eerste zou ik ‘postmodern’ noemen en het tweede de ‘tweede moderniteit’, ontleend aan het Berlage Instituut. Immers, het modernisme stelde ook het onderzoek centraal; het tweede modernisme breidt het onderzoeksgebied radicaal uit.

Hierbij speelt, zoals Boomkens aangeeft, de relevantie van een onderzochte cultuur eerder een rol dan haar high/low-gehalte.

JAN KAPSENBERG, Amsterdam