Ingezonden brieven

Grrr

Alkestis

«Typisch Hollands gekruidenier!» verzucht Loek Zonneveld over de keuze van de locatie in zijn voor beschouwing over Alkestis, de openingsvoorstelling van het Holland Festival in de Stadsschouwburg Amsterdam (in De Groene Amsterdammer van 8 juni). Als Vlaming voel ik me aangesproken. Een festival hoort zijn kunstenaars te koesteren en hun werk in de meest optimale condities te tonen.

Toen ik Alkestis zag, was ik direct overtuigd van de poëtische, theatrale en maatschappelijke kracht van de voorstelling. Ik heb aangegeven dat er snel contact gezocht moest worden met de Münchner Kammerspiele, aangezien Amsterdam (in afwachting van het nieuwe theater achter de Stadsschouwburg) geen zaal heeft die met de Münchense «zwarte doos» overeenkomt.

De experts van de Münchner Kammerspiele vlogen over en in gezamenlijk overleg kwamen we tot een bevredigende oplossing: de vloer van het decor zou door hen worden aangepast en wij zouden, in verband met de zichtlijnen, geen plaatsen verkopen op de zijbalkons en de tweede en derde balkons van de Stadsschouwburg (wat op de première een topambtenaar deed verzuchten: «Het zit weer niet vol» — soms is het leven van een festivalleider een ware kruisweg…). De acteurs kwamen en waren verrukt over de zo geschapen intimiteit. Jossie Wieler, die een dag later arriveerde en voorheen sceptisch was, stelde: «So soll man das tun.»

IVO VAN HOVE, Amsterdam

festivalleider Holland Festival