Ingezonden brieven

Grrr

Immigrant

Ik heb me geërgerd aan Sylvain Ephimenco’s column «Ik ben een immigrant» (in De Groene van 22 juni). Dat ligt dit keer niet zozeer aan de blakende trots en eigendunk van de heer Ephimenco die van zijn beknopte levensverhaal afdruipen. Wat mij stoort, is dat hij zijn ervaring als evidente rechtvaardiging gebruikt voor zijn vertoog. Alsof hij met zijn persoon het levende en enig nodige bewijs aanvoert dat de multiculturalisten de mond moet snoeren.

Hij is een «succesvolle allochtoon», en zijn «succesvolle integratie» heeft hij alleen aan zichzelf te danken. Daarom zijn de «gesubsideerde allochtonen» die elke integratie tegenwerken, volgens Ephimenco, en die het straatbeeld deze dagen bepalen (ach, vroeger was het toch zoveel beter) verantwoordelijk voor het «echec van [hun] participatie in deze maatschappij».

Laat ik nou ook zo’n «succesvolle allochtoon» zijn. De verklaring van mijn «succesvolle integratie» is volgens mij veel complexer en voor mijzelf minder vleiend dan de heer Ephimenco het voor zichzelf doet voorkomen. De open, stimulerende en ambitieuze houding van mijn ouders heeft daar een fundamentele rol in gespeeld. Net zoals de scholing en materiële ondersteuning die ik in mijn land van herkomst heb gekregen, en de sociale structuur die dat land kenmerkt. Net zoals de beschermde omgeving waarin ik in Nederland terecht ben gekomen. Net zoals het feit dat mijn afkomst (meestal) eerder als een positieve en interessante eigenschap wordt gewaardeerd dan als een potentieel gevaar voor de Nederlandse samenleving. En net zo fundamenteel is het geluk dat mij al die elementen, en de combinatie daarvan, heeft geschonken. Natuurlijk heb ik er zelf ook het een en ander aan gedaan. Maar was ik in staat geweest te benutten wat zich aandiende, en mijn best te doen met het idee dat het zou lonen zonder die combinatie van elementen?

Meneer Ephimenco doet alsof hij een taboe aan het doorbreken is, alsof die domme, naïeve, weke multiculturalisten het debat overheersen. Zeker sinds 6 mei, maar tenminste sinds Scheffers Multiculturele drama is dat het omgekeerde. Dat zogenaamde «taboe doorbreken» is daarom voor meneer Ephimenco alleen een flauw trucje om de zwakkeren en minder bedeelden de schuld en verantwoordelijkheid te geven voor hun positie in de samenleving. Volgens dezelfde logica zijn ziekte en domheid een kwestie van eigen verantwoordelijkheid. Het wordt nog gezellig in de samenleving volgens de heer Ephimenco.

LAURE MICHON, Amsterdam