Ingezonden brieven

Grrr

Leni Riefenstahl

In het mooie interview van Annemieke Hendriks met Eva Besnyö (in De Groene van 17 augustus) leest men dat Leni Riefenstahl wegens haar activiteiten als regisseur en actrice in Das blaue Licht in 1932 de «troetelnaam Rijksgletschersplijtster» had verworven. Ik waag dat te betwijfelen. Ik meen dat zij de dubbelzinnige eretitel Reichsgletscherspalte toebedeeld kreeg in de wat onbehouwen volksmond, en dat betekent natuurlijk zoveel als rijksgletscherspleet met alle seksuele overtonen van dien. Wat moet men zich trouwens voorstellen bij een splijtster van gletschers? En waarom zou dat een troetelnaam opleveren?

Ulli d’Oliveira, Amsterdam

Marijke Vos en geweld

Helaas veronachtzamen ook linkse mensen het aspect van de «middelen» met alle gevolgen van dien. Recent was het voorpaginanieuws dat de Amerikanen medio jaren tachtig hun huidige vijand Irak niet alleen actief steunden in de oorlog met Iran, maar zelfs ook het gebruik van chemische wapens gedoogden, bijvoorbeeld tegen de Koerden in eigen land (Trouw, 19 augustus). «Het gebruik ervan tegen militaire doelen werd als onvermijdelijk gezien», ook al veroordeelden we het publiekelijk, zo erkende een oud-militair in The New York Times van 18 augustus. Irak moest overeind blijven.

Een analoog dubbelspel was het stiekem bewapenen van de Kroaten en Moslims in Bosnië door de VS en later van het uck, het «bevrijdings leger» in Kosovo. Alles tegen een officieel VN-wapenembargo in. Vreemd dat ook linkse politici dat opportunisme te weinig doorzien, zelfs Marijke Vos, een der meest integere politici van GroenLinks en nu vaak op het tv-scherm als voorzitter van de bouwfraude-enquête. Ze zegt in het interview met Max Arian in De Groene van 17 augustus: «Waar ik heel principieel in ben, is geweldloosheid. Ik geloof niet dat het doel de middelen heiligt. Ik geloof niet in een wereld van geweld.» Na de vraag hoe zulks te rijmen valt met haar steun aan de Navo-bombardementen op Servië zwakt ze haar standpunt meteen af en spreekt ze over geweldgebruik «alleen in uiterste situaties» of «als andere actiemiddelen zijn uitgeput» en «om erger te voorkomen».

Ze kan haar fractie moeilijk afvallen. Maar haar argumenten overtuigen niet. Die worden ook door rechts gehanteerd ter rechtvaardiging van geweldgebruik. Zie hiervoor. En dat terwijl het meestal zeer de vraag is of alle andere middelen wel worden of zijn uitgeprobeerd. Geweld van derden brengt vaak escalatie of leidt tot omgekeerde (etnische) onderdrukking. Om erger te voorkomen? Je kunt net zo goed betogen, bijvoorbeeld in Tsjetsjenië of in Israël, dat het middel erger is dan de kwaal. Voor geweld kiezen is in elk geval een grote gok. Het militaire heeft nu eenmaal zijn eigen dynamiek en pakt daardoor nogal eens averechts uit.

Links glijdt in deze regelmatig uit. En wel vanwege het goede doel. Het sterk «focussen» daarop geeft tevens aan hoe weinig lering is getrokken uit zeventig jaar «reëel bestaand socialisme» in Oost-Europa, waar ter wille van het verheven doel van de klasseloze maatschappij grove misdaden tegen de mensheid zijn gepleegd, vaak zonder scrupules.

Over verdachte Volkert van der G. zei een naaste: «Volkert heeft een diepgeworteld rechtvaardigheids gevoel.» Soms heeft een dader net als in Het proces van Kafka het gevoel geen dader maar eigenlijk slachtoffer te zijn. NRC-columnist Bas Heijne naar aanleiding hiervan: «Het is die typisch linkse hysterische zelfvergroting, die in de jaren zeventig en tach tig tot terrorisme (raf etc.) heeft geleid.» Marijke Vos sloeg met andere woorden de spijker op de kop toen ze, voordat haar de moeilijke vraag over haar Kosovo-beleid werd gesteld, zei: «Het doel heiligt de middelen niet.» Als er geen eenheid is tussen doel en middelen krijg je niet een (meer) rechtvaardige samenleving, aldus Gandhi. Nu links de wonden likt na 15 mei lijkt het zaak dat zij daarin ook betrekt de bezinning over de «middelen», inclusief de wijze waarop men (niet) gestalte geeft aan democratie.

HANS FEDDEMA, Leiden

Wie citeert wie?

Met een haast kwaadaardig genoegen constateerde ik in het artikel van Pieter van Os en Sander Pleij over de vermeende citeercultuur (in De Groene van 3 augustus) een vermakelijke vergissing. De naam van Maarten van Rossem werd namelijk foutief geschreven als Van Rossum! Wel heel erg slordig voor deze fervente speurders naar slordigheden!

Johan Oomen jr., Utrecht