Ingezonden brieven

Grrr

Strategische blunders

De directie van de Pers Combinatie Meulenhoff (PCM) heeft door een aaneenrijging van strategische blunders het voortbestaan van haar dagbladen op de tocht gezet (zie «Karakterzet of zelfmoord» in De Groene van 24 augustus). Allereerst vergaloppeerde PCM zich in 1997 aan NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad, door naar eigen zeggen 45 miljoen euro te veel te betalen voor deze twee kranten. Bovendien werden met deze acquisitie de aspiraties van de Volkskrant, met Het Parool de grondlegger van PCM, om de grootste kwaliteitskrant van Nederland te worden, gedwarsboomd door NRC Handelsblad. Hierdoor ziet de Volkskrant, de meest populaire krant van het concern, zich genoodzaakt de titanenstrijd aan te binden met De Telegraaf. Voor de andere kranten rest een zieltogend bestaan, tenzij zij zich net als radio- en televisieomroepen succesvol weten te richten op doelgroepen, zoals zij vroeger al deden in het verzuilde tijdperk.

Verder dacht PCM dat de jeugd zou vallen voor haar bijna dertig miljoen euro kostende internetactiviteiten. De gedrukte krant had naar eigen zeggen door de sterk gestegen productie- en distributiekosten geen toekomst meer. De werkelijkheid is anders, de jeugd is massaal gevallen voor de gratis verspreide fast papers Metro en Spits, simpelweg omdat de jeugd zich wil ontspannen in plaatst van inspannen.

Voor Het Parool, dat op het punt staat PCM te verlaten, rest op drie flanken nog een «Vrij Onverveerd» gevecht om de gunsten van de lezer. Als abonnementskrant in Amsterdam en omstreken met twee of meer katernen waarvan een aantal pagina’s in het Engels, als een als fast paper nationaal verspreid hoofdkatern en als een nationaal te abonneren weekendeditie met het beste nieuws van de afgelopen week. De strijd wordt zo aangegaan met De Telegraaf op de thuismarkt Amsterdam, met Spits en Metro op de lucratieve markt van fast papers, met NRC Handelsblad en haar internationale editie op de markt van kwaliteitskranten en met Het Financieele Dagblad op de markt van niet-Nederlandssprekenden.

ERIK VAN LOON, Rotterdam

Olie

Ik wil graag een kanttekening maken bij het volgende stukje uit Opheffer in De Groene Amsterdammer van 24 augustus:

«Een olieboer vindt het zwarte goud in de grond, schaft zich een jaknikker aan, pompt de olie uit een aardlaag, verkoopt die en wordt rijk. Daar heeft hij geen kennis voor nodig.»

Een van de eerste technische leerboeken überhaupt (Georgius Agricola, 1557: Vom Bergwerck XII Bücher) is gewijd aan de mijnbouwkunde (waartoe ook de petroleumwinning behoort) en ook tegenwoordig wordt dagelijks in instituten over de gehele wereld aan de verwerving van kennis, de mijnbouwkunde aangaande, gewerkt. Dat deze kennis nog niet tot de redactie van De Groene Amsterdammer is doorgesijpeld — wellicht een interessebarrière — betekent niet dat er geen kennis voor nodig is.

IR. R.M. SCHMITZ, Liège