Ingezonden brieven

Grrr

Chomsky

Het profiel van Noam Chomsky door Aart Brouwer (Linkse technocraat, in De Groene van 14 september) eindigt met een onheuse karaktermoord op de oude man: Chomsky zou in de jaren zeventig een afschuwelijke vergissing hebben begaan door te ontkennen dat de Rode Khmer een genocide aanrichtten in Cambodja.

Intussen zou hij die vergissing wel erkend hebben, maar verantwoording heeft hij daar nooit over afgelegd. Daarom kun je hem als analytisch technocraat die er niet in slaagt zijn eigen fouten te analyseren het best vergelijken met Robert McNamara, de voormalige minister van Defensie van de VS ten tijde van de Vietnamoorlog. Die slaagt daar ook niet in. Dit alles volgens Aart Brouwer.

Zelf heb ik enigszins andere herinneringen aan Chomsky’s stellingname in de oorlogen in Zuidoost-Azië, waarover hij sinds het begin van de jaren zestig duizenden pagina’s heeft gepubliceerd. Op zolder heb ik daarom maar eens wat oude publicaties over de betreffende periode (1975-78) opgezocht. In Chomsky en Herman (1979) wordt uitvoerig stilgestaan bij deze periode: 160 bladzijden besteden ze aan de genocide in Cambodja, tachtig bladzijden aan die in Oost-Timor. Ook in talrijke latere publicaties vergelijkt Chomsky beide tragedies, bijvoorbeeld in zijn voorwoord bij de autobiografie van José Ramos Horta, Funu, the Unfinished Saga of East Timor (1987).

Zelf heb ik me steeds zeer betrokken gevoeld bij Timor, het eiland waar ik tot mijn achtste gewoond heb, tot 1960 op het Indonesische deel.

Zowel in Cambodja als op Oost-Timor vonden eind jaren zeventig grootschalige moordpartijen plaats waarvan niemand toen de precieze omvang goed kon inschatten. Pottenkijkers zoals het Internationale Rode Kruis of journalisten werden niet toegelaten. De sporadische berichten die naar buiten kwamen, waren de gruwelverhalen van vluchtelingen over massale moordpartijen en hongersnood.

Maar toch is er, volgens Chomsky, een groot verschil tussen deze beide massamoorden: de auto genocide in Cambodja vond plaats na een periode van vijf jaar intensieve bombardementen door de VS, waarbij honderdduizenden mensen omkwamen. In de media werd dat aspect toen meestal niet genoemd terwijl de wreedheden in de kampen van de Rode Khmer breed werden uitgemeten.

De massamoorden op Oost-Timor werden gepleegd door het Indonesische leger met medeweten, instemming, actieve (wapen) hulp en trainingen van de westerse landen met de VS voorop. In de media werd echter jarenlang vrijwel gezwegen over wat er op Oost-Timor plaatsvond.

Chomsky noemt het verzwijgen of goedpraten van misdaden waarbij je eigen land betrokken is «crimineel». Crimineel omdat je er iets aan zou kunnen doen.

De feiten zijn complex, de interpretatie ervan is vaak moeilijk, maar het wijzen op de leugens van onze leiders is niet hetzelfde als de standpunten verdedigen van degenen die de slachtoffers hebben veroorzaakt.

Toen wij op Timor woonden, lazen mijn ouders onder meer ook De Groene, die door een oom per zeepost werd toegezonden en die er één tot negen maanden over deed, afhankelijk van de binnenlandse oorlogen in Indonesië. Dat weet ik uit de bewaard gebleven correspondentie van mijn moeder. Dankzij Noam Chomsky weet ik nu dat die oor logen werden bekostigd door de cia.

MICHIEL MULLER, Vlieland