Ingezonden brieven

Grrr

Auschwitz-commandant

In een interview met Susan Sontag (in De Groene Amsterdammer van 5 oktober) werd de naam van de Auschwitz-commandant Rudolf Höss abusievelijk geschreven als Rudolf Hess, die uiteraard een heel andere prominente nazi was. Hij werd in 1946 door de geallieerden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, Höss mocht van de Polen daarentegen nog zijn «memoires» schrijven voordat zij hem ter dood brachten. De door Sontag genoemde George Steiner heeft uiteraard deze Autobiographische Aufzeichnungen van de Kommandant in Auschwitz gekend, die 1958 in een Duitse editie verschenen (en ook nog in het Nederlands zijn vertaald).

De invloed hiervan, met name in ons land, is zeker niet te vergelijken met die van het Eichmann-proces van 1961, dat de hardnekkige mythe van de plichtsgetrouwe ambtenaar Eichmann in het leven riep (nog altijd verkondigd door Mulisch). Deze «gedenkschriften» zijn daarentegen onnoemelijk veel onthullender voor de mentaliteit van een methodische massamoordenaar. Die zich hier allerminst presenteerde als een barbaarse bruut, maar veeleer als een inderdaad óók plichtsgetrouwe ambtenaar, en daarnaast als een mateloos brave Duitser, die eigenlijk alleen maar «het goede» had gewild — en nog altijd wilde. Een bij tijden, als het zo uitkwam, sentimentele ploert kortom.

Dit lugubere conglomeraat, in zekere zin «jenseits von Gut und Böse», heeft de inleider van deze editie, Martin Broszat, proberen te typeren als symptomatisch voor de «geest» van dit nazisysteem. In het zweet des aanschijns kennelijk, hij kon natuurlijk niet eenvoudig neerschrijven: hier kijken (en ruiken?) wij in een afgrondelijke beerput, die misschien nog alleen in «danteske» termen te beschrijven is. Met die «geheime verbinding tussen kunst en wreedheid» komen we daar in Auschwitz echter, naar ik vermoed, niet zo ver.

Was er trouwens misschien ook nog enige «verbinding» tussen «wijsbegeerte en wreedheid»? In verband met Martin Heidegger (vgl. De Groene 41) denk ik aan een bewonderend boekje dat dezelfde Steiner nog eens aan Heidegger heeft gewijd. Tegen de uitspraak van Kees Versluis in dit verband over «die andere duistere Duitse filosofen: Nietzsche en Schopenhauer» protesteer ik hier echter met klem. Laat men eens wat teksten van deze «duisterlingen» na elkaar lezen, desnoods in vertaling, en dan zijn conclusies trekken.

E.M. JANSSEN PERIO, Rotterdam

De Grave

In zijn interview met Aart Brouwer (in De Groene Amsterdammer van 12 oktober) maakt VVD-vice-fractievoorzitter Frank de Grave een aantal opmerkingen die om een reactie vragen.

Ten eerste stelt hij dat het simpele verzoek van de informateur aan de VVD om mee te onderhandelen voldoende reden was om constructief mee te werken. Dit vanwege de vele overeenkomsten tussen LPF en VVD inzake financieel beleid, minderhedenbeleid, veiligheid en de WAO. Maar zoals bekend hebben alle campagnes onder druk van Fortuyn getamboereerd op die thema’s. Is het dan geoorloofd te concluderen dat er bijzondere overeenkomsten zijn tussen LPF en VVD? Ten principale hebben ze niets gemeenschappelijks. De eerste is een protestpartij, de tweede een beginselpartij. Er is geen vezel die de VVD aan de LPF bindt. Daarom was dit kabinet een puur tussenkabinet, geboren onder emotioneel bijzondere omstandigheden met slechts de opdracht om de politiek weer bij de burger te brengen.

Mijn tweede kanttekening betreft de dossiers die onder Paars bleven liggen. De bovengenoemde opsomming wordt te makkelijk voor zoete zoek geslikt. Toegegeven, het minderhedendossier was kampioen onder de thema’s die in politiek correct taalgebruik werden gesmoord. Veiligheid was een budgettaire aangelegenheid: alle partijen beloofden de afgelopen decennia meer blauw op straat, maar was het regerings pluche eenmaal bezet, dan traden de argumenten van het begrotingstekort weer op de voorgrond.

De WAO is een heel andere aangelegenheid. Omdat dit mijn vakgebied is, kan ik constateren dat niet de paarse coalitie de oorzaak van een gebrek aan overeenstemming was, maar dat de onderhandelaars niet in staat zijn geweest tot overeenstemming te komen. Ik heb meermalen intern en extern duidelijk gemaakt dat de woordvoerder van de VVD-fractie niet op zijn taak was berekend en dit onderwerp heeft laten liggen. Er zijn geen geldige argumenten aan te voeren waarom er met PvdA en D66 geen zaken waren te doen. De tegenstelling die De Grave aanbrengt tussen «rechtse» en «linkse» thema’s berust bovendien op een denkfout. Waarom zou het een het ander uitsluiten? Zo goed als ik vind dat onder Paars overeenstemming over de WAO mogelijk was, zo kan ik ook harde rechtse standpunten innemen ten aanzien van veiligheid op straat of tekorten in zorg en onderwijs.

Als De Grave opmerkt dat «we voor Paars zijn afgestraft, niet voor onze uitgangspunten», dan is dat dus een halve waarheid. Paars is afgestraft vanwege het gebrek aan openheid en transparantie, maar vooral vanwege de toenemende bureaucratie in ons land en de gesloten politieke cultuur.

In deze façade heeft Pim Fortuyn met succes een bres weten te slaan, maar daar zijn de onhandig manoeuvrerende lijsttrekkers van de gevestigde partijen en hun campagneteams mede debet aan. Als er een open discussie had plaatsgevonden met Fortuyn had hij niet zo’n eclatante overwinning geboekt. Politici moeten weer echte debaters worden.

Tot slot: als De Grave spreekt over het «gemak» waarmee problemen bij de overheid worden neergelegd, dan lijkt het alsof hij zich niet meer bewust is van wat zich op straat afspeelt. Er is een onderscheid tussen het «gemak» waarmee problemen bij de overheid worden neer gelegd en een terecht beroep op de overheid. Ik verdenk De Grave er niet van een aanhanger van de achterhaalde nachtwakersstaat te zijn, maar dit zijn termen die in andere delen van de partij worden gebezigd aan de bittertafel. De VVD staat voor zelfredzaamheid, nietwaar? En in dat beeld past geen gemakzuchtig beroep op de overheid. Deze lieden vergeten dat het ideaal van zelfredzaamheid vooral door de sterkeren wordt toegepast en dat de zwakkeren niet eens de ruimte krijgen om zich krachtig op te stellen, want voordat je het weet ben je al weggeblazen in deze ellebogenmaatschappij.

Het idee als zou er tegenwicht nodig zijn voor het gemak waarmee een beroep op de overheid wordt gedaan, verraadt een zeker politiek vacuümgedrag en –denken dat achterhaald is. De VVD-fractie doet er goed aan eens in de maatschappij te gaan rondtoeren zodat het zicht op de maatschappelijke ontwikkelingen kan worden bijgesteld. Ga eens met de tram door Den Haag of ga eens in de avonduren mee op de beruchte Zoetermeerlijn. Dan hebben we het nog wel eens nader over de «verwende kiezer».

JAN WILLEM JONGEJANS, Zoetermeer

politicoloog en VVD-lid