Ingezonden brieven

Grrr

Gretta Duisenberg

In Amandelen als saluut aan het hof (in De Groene van 12 oktober) geeft Menno Hurenkamp inderdaad een heldere demonstratie van het volgen van zijn ongerichte sentiment — zoals hij het zelf noemt — waar hij begint met te vertellen dat hij «helaas een petitie (…) tekende». Kennelijk geen «helaas» omdat hij zich bij nader inzien niet achter de inhoud van die petitie kan stellen (petitie tegen «de uit de hand lopende onderdrukking van de Palestijnen»), maar «helaas» omdat tot zijn schrik Gretta Duisenberg zich als woordvoerder van de handtekeningenzetters opwierp. Niet de boodschap maar de boodschapper is voor Hurenkamp van doorslaggevend belang.

Duidelijkheid over zijn (emotionele) beweegredenen kan hem niet worden ontzegd.

Zij (Gretta Duisenberg, dus) is «een ijdel mens, niet van den bloede maar wel uit Franse nette kringen», kennelijk daardoor een besmet en verdacht iemand omdat zij verwant is aan «de berucht antisemitische Fransen». Verder blijkt de lak van haar beschaving volgens hem heel dun te zijn waar zij wenst zes miljoen handtekeningen tegen Israël op te halen in plaats van de eerder in het gesprek genoemde zesduizend. Voor Menno Hurenkamp staat onbetwistbaar vast dat zij hiermee een zeer ongepaste toespeling maakte op de zes miljoen joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Een andere, wellicht veel meer voor de hand liggende mogelijkheid krijgt door de prominente aanwezigheid van zijn ongerichte sentiment geen ruimte. De in gedreven spreken getalsmatig makkelijk te maken stap van zesduizend naar zes miljoen handtekeningen wordt als mogelijkheid ongenoemd gelaten. Die reden voor het noemen van het getal van zes miljoen zou Gretta Duisenberg immers veel te sympathiek doen overkomen, zo lijkt het.

Tenzij de beweringen van de journalist Hurenkamp voortkomen uit zijn buiten alle wetenschappelijkheid om bestaande vermogen de zielenroerselen van andere personen feilloos te kennen, natuurlijk. Dan past mij slechts eerbiedig zwijgen.

C. VAN DER PERK, Ede

Moordvrouwen

Het essay Moordvrouwen van Gawie Keyser (in De Groene van 28 september) gaat uit van de stelling dat in de hedendaagse film moordlustige vrouwen opvallend afwezig zijn, terwijl juist sinds de jaren negentig (zo ironisch samengaand met toenemende emancipatie) een groeiend aantal films wordt geproduceerd waar vrouwen zich wél als dader in plaats van als willoos slachtoffer manifesteren (net als, overigens, in de misdaadstatistieken vrouwen de laatste decennia ook beter vertegenwoordigd zijn).

Te denken valt aan films als De stilte rond Christine M (al in 1982!), Thelma and Louise en Natural Born Killers.

LYNSEY DUBBELD, Enschede