Ingezonden brieven

Grrr

Amice Holman,
Uw tot mij gerichte openbare noodkreet (in De Groene van 6 januari) laat mij natuurlijk niet onberoerd. Omdat ik ervan uitga dat die kreet voortkomt uit Uw bezorgdheid over de toekomst van Het Parool, en omdat die toekomst mij evenzeer aan het hart gaat als U, wil ik proberen U een passend antwoord te geven. Ik beschouw Uw brief dus niet als een boutade of als een retorisch uitlokkertje, dan zou ik er immers niet op ingaan.
Anderzijds stel ik voorop dat ik het niet zinvol vind om hiermee tussen U en mij een publieke discussie over bedrijfs economische en -organisatorische vraagstukken te beginnen, al was het alleen maar omdat althans ik geen bemoeienis met en daardoor ook nauwelijks zicht heb op de besluitvorming bij PCM, die volgens Uw brief tot zo ernstige verontrusting over de toekomst van dagblad Het Parool aanleiding geeft. Toch wil ik U mijn reactie op Uw open brief niet onthouden.
Ik kan niet zeggen dat ik Uw verontrusting deel, evenmin als het tegendeel daarvan, want ik beschik niet over de daarvoor vereiste kennis van huidige zaken. Evenmin beschik ik over zulk een bijna onbegrensde macht als die U mij toeschrijft tot het veranderen van lopende besluit vorming.
Mijn enige band, behalve die uit de oprichting van PCM stammend, met de onderneming en met de Stichting Het Parool bestaat uit de afspraak dat ik beschikbaar ben om mijn mening of mijn advies te geven in aangelegenheden waarin het Bestuur van PCM of het Bestuur van de Stichting, waarvan ik mij trots de erevoorzitter mag noemen, mij daarom vraagt. Van de zijde van PCM is zo’n vraag mij nimmer gesteld, wat ik vanuit het gezichtspunt van mijn opvolgers kan begrijpen. Het Bestuur van Stichting Het Parool vraagt wel eens mijn oordeel over zaken waarvan het meent dat ik daar iets van weet — dat zijn er dus niet zo veel meer.
Ik moet U, en anderen wier gevoelens naar ik veronderstel met de Uwe overeenkomen, dan ook verwijzen naar het bij kranten nogal ingewikkelde systeem van besluitvorming. Inspraak en advisering op grond van allerlei regels, vastgelegd in de wet, in de statuten van de vennootschap, in het redactiestatuut en in talloze overeenkomsten, moeten waarborgen dat er goede besluiten over beleid tot stand komen, die beantwoorden aan de doelstellingen van de vennootschap.
Tot die doelstellingen behoort zeker het behoud van dagblad Het Parool — tenzij uiteindelijk op objectieve gronden zou vaststaan dat dat niet mogelijk is.
Als een betrokken groepering meent dat daarover geen duidelijkheid bestaat, staat de weg open naar de Redactieraad, de Onder nemings raad, het Bestuur van PCM dat verantwoordelijk is voor de regie die het systeem moet doen functioneren, en ten slotte de Raad van Commis sa rissen, die op dat goed functioneren toezicht moet houden. De Stichting Het Parool heeft in het systeem twee taken: toe te zien op de redactioneel-politieke lijn van de krant Het Parool, op de zogenaamde «identiteit» dus, en, als (meerderheids-)aandeelhouder, van Commis sarissen en Bestuur te verlangen dat zij hun taken goed uitvoeren.
Pas wanneer alle kanalen verstopt zijn door onwil, onkunde, onmacht, ontstaat een zo dramatische situatie als U in Uw brief aangeeft. Ik veronderstel dat althans het kanaal naar het Bestuur van Stichting Het Parool niet gesloten is, en vind dat U zich daartoe in eerste instantie zou kunnen wenden.
Drs. W. van Norden, Amsterdam



Mobiliteitsesthetiek
Zo goed als ongehinderd mag Francine Houben in het artikel «De snelweg als cultureel erfgoed» (in De Groene van 9 december) haar verhaaltjes vertellen. Zij vindt 450 kilometer geluidsscherm een nationale ramp. Dat is dus één schermpje van Zeeland naar Groningen — mij dunkt dat daarmee slechts een zeer geringe fractie van ’s rijks snel wegen net is afgeschermd, zodat de Nieuwe Leeuwen, de automobielen, goeddeels ongehinderd hun gebrul over het landschap kunnen uitstorten.
Zij maakt zich er druk over dat een automobilist het verschil tussen Rotterdam en Delft niet meer ziet. Maar dat is nu net wat die automobilist wil! Die wil dat afstanden en daarmee verschillen verdwijnen, die wil met de grootste spoed van Rotterdam naar Delft naar Deventer naar Dord naar Dodewaard naar Dokkum zonder zich erom te bekommeren dat steden en landschappen daardoor naar de rats modee, de verdommenis gaan.
En er dient mobiliteitsesthetiek te komen? De vernielers van stilte en steden nog een beetje verwen nen ook?
Andersom! Geluidswallen langs beide kanten van alle snel wegen! Geen greintje zicht op het landschap voor de voortzoevende zenuwenlijders en zureregen dansers!
Lik op stuk voor wie zo gaarne de wansthetiek bevor de ren!
Weia Reinboud, Utrecht