Ingezonden brieven

Grrr

John Rawls

In zijn artikel over het werk van de onlangs overleden Amerikaanse filosoof John Rawls (in De Groene Amsterdammer van 7 december) stelt August Hans den Boef dat ik ten onrechte suggereer dat Rawls voor «extreme aanpassing aan islamitische wetten en regels zou pleiten». Den Boef refereert hier waarschijnlijk aan mijn artikel Twee concepties van liberale tolerantie in een multiculturele samenleving (Migrantenstudies 15, 2, 1999). Een dergelijke suggestie zou inderdaad zeer discutabel zijn, maar die doe ik dan ook in het geheel niet. Evenmin bepleit ik zelf dergelijke «extreme aanpassingen», uit naam van Rawls.

In het bewuste artikel onderschrijf ik Rawls’ suggestie om het liberalisme als een zuiver politieke filosofie op te vatten, die zich beperkt tot het beschrijven en funderen van de regels en normen voor burgers in een democratische rechtsstaat. Dit «politiek liberalisme» kan men onderscheiden van het Verlichtingsliberalisme, dat streeft naar samenleving van autonome (lees: liberale) individuen. Vervolgens beweer ik dat het politiek liberalisme tot een ruimere conceptie van tolerantie leidt, omdat zij het bestaansrecht van niet-liberale opvattingen en gemeenschappen in een democratische samenleving erkent.

Ten slotte ga ik in op een aantal hedendaagse grensgevallen van tolerantie in de multiculturele samenleving (vrouwenbesnijdenis, gearrangeerde huwelijken, paternalistische sekseverhoudingen), waarbij ik het middel van juridische verboden en actieve staatsinterventie ter discussie stel.

Dat is natuurlijk niet hetzelfde als een pleidooi voor «extreme aanpassingen» van de beginselen van de «liberale» democratie aan islamitische wetten en regels. Het is slechts een afwijzing van een staat die het liberalisme als persoonlijke ethiek aan haar burgers wil voorschrijven, en daarmee zelf intolerant wordt.

Dit laatste lijkt mij geheel in overeenstemming met het centrale motief in Rawls’ Political Liberalism uit 1993.

BORIS SLIJPER, Amsterdam