Ingezonden brieven

Grrr

Politiek sonnet

Je moet wel Holman heten om in Bush zijn kont te kruipen.

Wil je je hersens in moerassige onnozelheid verzuipen,

roep dan: «Bevrijders!» en handel net als hij.

Maar als het je net als mij de neus uitkomt

dat steeds die litanie van de Bevrijders klinkt,

terwijl je weet dat alles wat van Bush komt

ontzettend naar de peterolie stinkt,

verhef je stem dan tegen zijn expansiedrift

en luister naar de stem van je geweten,

en roep het uit: «Die Holman is geschift!»

Want de United States heeft veel meer uitgevreten

dan menig tiran die verwoestte vanuit hersenloze drift.

Holman? Die man heb ik met nadruk uitgescheten.

ANDERS PIETERSE, Baarn

Hoofddoekjes

Margreet Fogteloo geeft in haar essay De schaamte ontsluierd (in De Groene Amsterdammer van 8 maart) een goed overzicht van de discussies over de hoofdbedekking van islamitische vrouwen. Vooral haar stelling dat de overheid grenzen moet stellen, is gezien de toenemende problemen die reborn muslims veroorzaken terecht. Collega’s uit het middelbaar en beroepsonderwijs bevestigen steeds vaker wat ik zelf zie: tijdens de rit — vooral op een stage, die confrontatie met de boze wereld van het bedrijfsleven — veranderen leerlingen en studenten de regels. Ze komen binnen met een kleurig doekje en met daar onderuit piepend haar à la Fatima Elatik, maar na drie maanden — die termijn is kennelijk een islamistische wetmatigheid — vervangen ze dat door een strakke, zwarte schedelkap met vleermuisachtige schouderbedekking. Hun omgeving en de nietsvermoedende leerlingen reageren flabbergasted. Maar het werkt uitstekend bij de beoordeling van je stage, want je kunt altijd aangeven dat na je islamitische (natuurlijk niet: islamistische) coming out de werkgever tijdens de rit de regels veranderde en je bovendien de grondwettelijke vrijheid van godsdienst ontnam.

Op 22 maart doet de Commissie Gelijke Behandeling uitspraak in de zaak van de Amsterdamse ROC-scholieren. Ik vrees het ergste, omdat de Commissie bij eerdere, vergelijkbare gelegenheden het zwaard van de godsdienst in de weegschaal wierp en de balans deed doorslaan naar de hoofddoekdraagsters, n’importe quelle motivation. Terwijl het wel degelijk uitmaakt of iemand aan traditionele religieuze plichten voldoet — hier sta ik, ik kan niet anders, hoe graag ik ook wil — omdat de omgeving dat van haar eist, dan wel uit eigen keuze, soms tegen de omgeving in, en uit politieke motieven.

Juridisch heeft de Commissie Gelijke Behandeling eigenlijk geen argument in de door Fogteloo aangehaalde observatie dat «mutsen en petten geen uiting zijn van geloof». Want werkelijk gediscrimineerd op school worden bijvoorbeeld jonge Ajax-supporters. Mij kan het niet schelen, maar naar de geest van de wet valt hun organisatie — en dus ook hun petje — onder dezelfde bescherming als een godsdienstig genootschap, respectievelijk de hoofddoek. De wetgever omschrijft nergens wat hij bedoelt met «kerkgenootschappen», maar er bestaat wel een omschrijving die in de jurisprudentie wordt gebruikt. Dat is het preadvies voor de broederschap van kandidaat-notarissen (1935) van W.J.A.J. Duynstee, waarin hij de volgende definitie geeft: «Een kerkgenootschap is een blijvende vereniging van personen, welke zich de gemeenschappelijke godsverering harer leden, op de grondslag van gemeenschappelijke opvattingen, ten doelt stelt.» Duynstee dacht hierbij vooral aan zijn Moederkerk, maar je zou ook de vereniging Ajax daar bijna onder kunnen laten vallen. Die blijkt toch ook heel «blijvend»?

AUGUST HANS DEN BOEF, Amsterdam

Van de briefschrijver verschijnt in april het boek Nederland seculier!