Ingezonden brieven

Grrr

Trias Politica?

In zijn pleidooi voor de gekozen premier (in De Groene Amsterdammer van 3 mei) stelt Peter Vermaas dat «parlement en regering in Nederland ondanks het uitgangspunt van de trias politica met elkaar vergroeid zijn». Maar de trias politica is in ons land op staatkundig gebied nog nooit volledig ingevoerd.

De rechter mag immers nog steeds niet oordelen over de grondwettigheid van de besluiten van de regering en de Tweede Kamer. De regering en het parlement maken in de bestuurspraktijk samen zelf uit of hun beslissingen al dan niet grondwettig zijn. De derde macht ontbreekt althans op staatkundig gebied nog geheel. Het is dus geen wonder dat regering en parlement te veel met elkaar vergroeid zijn. Of beter gezegd: elkaar nog steeds niet voldoende ontgroeid zijn.

Dit ontbreken van de derde macht maakt dat onze staatkundige kaderwet, de Grondwet, in de bestuurspraktijk geen wet is maar slechts een convenant. De betrokkenen beloven/zweren plechtig trouw aan de Grondwet maar laten hun wijze van uitvoering van die wet niet door een onafhankelijke instantie controleren. Zo kan de juistheid van een bouwvergunning voor zoiets als een schuurtje wel door de rechter worden getoetst, maar de juistheid van een veel belangrijkere zaak als de naleving van de Grondwet niet. Onze Grondwet is dus de alleronbelangrijkste wet die we kennen.

Als er dan eens iemand buiten Den Haag twijfelt over de naleving van de Grondwet, zoals recent over de grondwettigheid van de lopende grondwetsherziening, dan meldt een van de belanghebbenden — de minister van Binnenlandse Zaken — zelf dat alles oké is. Dat is dan in de praktijk het einde van de discussie.

Ons land is strikt genomen zelfs nog altijd slechts een monistische (constitutionele) monarchie die als extra voorzien is van «een» parlementair stelsel. De regering gedoogt evenwel, sinds 1868, dat het parlement in de praktijk het laatste woord heeft.

Onze staatsvorm staat dan ook nog uitzonderlijk ver af van het ideaal van de trias politica. Alle herzieningen van het kiesstelsel alsmede referenda en gekozen premiers en burgemeesters kunnen en zullen daar geen verbetering in brengen.

In plaats daarvan zou een relatief kleine maar essentiële stap kunnen zijn om een constitutionele ombudsman in het leven te roepen. Daarmee zou de legitimiteit van het landsbestuur en het broodnodige dualisme wel wezenlijk kunnen worden vergroot.

G. C. VAN DER MEIJ, Delft

Europese krijgsmacht

Het gesprek over de Europese defensie lijkt op een bekende mop. Een bruidspaar neemt plaats in een restaurant in Moskou. Het vraagt de ober: «Kaviaar, vleeswaren en champagne, graag!» De ober kijkt toe en vraagt: «En concreet?» «Concreet! Een halve liter wodka en augurken, graag.»

Zo gaat het ook met Europeanen.

Concreet kunnen wij (Polen) achthonderd soldaten leveren, iemand anders iets meer, maar bij elkaar nog geen twintigduizend. Terwijl we tussen de zestig- en tachtigduizend soldaten nodig hebben. Als Europa een wezenlijke militaire rol wil vervullen, dan moet het zich ervoor inspannen en de bijbehorende kosten dragen.

De grootste inconsequentie van Europa is dat het enerzijds van de Amerikaanse parasol gebruik wil maken om niet zelf voor zijn eigen leger te hoeven te betalen, en het anderzijds, als Amerika iets onderneemt, dat verkeerd vindt. Dat is ondoenlijk.

ALEKSANDER KWASNIEWSKI

president van Polen in Gazeta Wyborcza