Ingezonden brieven

Grrr

Microtonen

Het interessante artikel Microtonale wijzigingen in de hedendaagse muziek van Theo Loevendie (in De Groene Amsterdammer van 7 juni) bevat een slordigheidje. Het wordt vaker gezegd dat Bach het Wohltemperierte Klavier geschreven zou hebben voor de gelijkzwevende stemming die tegenwoordig de standaardstemming voor toetsinstrumenten is. Het is echter slechts zo dat Bach schreef voor een dusdanige stemming dat in alle toonsoorten te spelen is, maar daarvan zijn er verscheidene. Andreas Werckmeister heeft er een aantal ontworpen, huidige interpretatoren zoals Ton Koopman gebruiken die dan ook. Je kunt dan horen dat sommige tonen in bepaalde toonsoorten toch een tikje afwijkend klinken. Goed genoeg temperiert, maar niet gelijkzwevend.

Loevendie eindigt zijn artikel met de optimistische gedachte dat er een stemming wordt ontworpen voor alle instrumenten van alle culturen. Zo’n stemming is er wel, maar of optimisme op zijn plaats is? Je moet namelijk een 53-toons gelijkzwevende stemming nemen om alle diatonische intervallen zuiver te kunnen treffen (of beter gezegd: onmerkbaar onzuiver). In die stemming is à la Turcque de hele toon in negenen verdeeld, dus dat schiet lekker op. Maar je hebt ook nog tussentonen nodig voor bepaalde subtiliteiten, en zo kom je aan 106 tonen per octaaf. Theoretisch kan dan echt alles, maar een toetsinstrument wordt dan veel te ingewikkeld. Zelfs met elektronische hulpmiddelen komt een speler gegarandeerd in de problemen.

Gelukkig is het weer wel zo dat veel westerse instrumenten alleen in theorie gelijkzwevend zijn. Op mijn sax blijk ik consequent drie verschillende intonaties te gebruiken, afhankelijk van de context. Een trombone is nog veel flexibeler. In een boek over dat instrument werd opgemerkt dat daarop alles spatzuiver te treffen valt, maar er werd aan toegevoegd: «unfortunately the contrary is also true». Als meer microtonen mogelijk zijn, zijn er ook meer vals. Het blijft tobben.

WEIA REINBOUD, Utrecht

Minister De Graaf

Met het beeld dat Menno Hurenkamp in Huiswerk voor minister De Graaf schetst (in De Groene Amsterdammer van 28 juni) van een innoverende overheid in Engeland ben ik het eens. Thom de Graaf kan daaraan een voorbeeld nemen. Interessant is echter wat de minister in eigen land kan aantreffen. Ik ben niet de enige die van mening is dat Nederland in veel opzichten voorloopt op Engeland, hoewel de competitie om de eerste plaats wel tussen deze twee landen gaat.

Nederland kent sinds zo’n tien tot vijftien jaar een «beweging» van ambtenaren, adviseurs (profit en non-profit) en wetenschappers die zich bezighouden met de materie waarover Hurenkamp schrijft. XPIN bijvoorbeeld is het interdepartementale Expertisebureau voor Innovatieve Beleidsvorming, opgericht door het beraad van secretarissen-generaal van alle ministeries. Onze opdracht is vrij sterk gericht op de (centrale) overheid, maar er zijn ook organisaties (profit en non-profit) bij betrokken die zich richten op burgers, bedrijven en andere maatschappelijke partijen.

JURGEN VAN DER HEIJDEN,

Den Haag