Ingezonden brieven

Grrr

Arthur Japin

In De Groene Amsterdammer (4 oktober) staat een bespreking van Marja Pruis van het boek Een schitterend gebrek van Arthur Japin. Al bij het opschrift dacht ik aan die beroemde dichtregels van Auden: «If equal affection cannot be/ let the more loving one be me». De vaststelling dat ook Marja Pruis aan die dichtregels had gedacht deed mij dan ook deugd. Wel spijtig dat die regels niet correct zijn weergegeven. Al bij eerste lezing moet toch duidelijk zijn dat een dichter als Auden niet twee keer, zo dicht op elkaar, «loving» zou dichten?

MARJAN GOSLINGS, Amsterdam

Het vierde argument

De beschouwingen van Hofland over Irak lees ik graag en met driekwart instemming. In De Groene Amsterdammer van 27 september geeft hij drie argumenten waarom Washington zich niet gaat plooien naar Chirac: militaire verwatering, nog grotere chaos na ontruiming en prijsgeven van de neocon-ideologie voor het Midden-Oosten. In dit plaatje treedt Chirac op als Hoflands grote held. Op grond van de feiten lijkt het mij dat een vierde argument niet mag worden vergeten: de Bush-regering is personeel vervlochten met olie- wapen- en reconstructieconcerns.

Deze vervlechting is nu nog veel hechter dan bijna een halve eeuw geleden toen de socioloog C. Wright Mills in The Power Elite (1956) de politieke macht van het militair-industriële complex blootlegde. Ontdaan van ideologie lijkt het patroon tot nu toe erg succesvol: beheersing van olie- en gasbronnen en bijbehorende pijpleidingen in Afghanistan, Pakistan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Georgië, Azerbeidzjan.

Dit vierde argument relativeert ook het idealisme van Chirac. Want Frankrijk wil zijn oliebelangen in Irak niet graag verliezen.

SIBE SOUTENDIJK, Amsterdam