Ingezonden brieven

Grrr

Idealisme à la Spruyt

In De Groene Amsterdammer van 18 oktober lees ik een essay waarvan ik vermoed dat Martin van Amerongen zich in zijn graf zou hebben omgedraaid wegens gebrek aan kwaliteit. Is die Spruyt helemaal van God los? Ik meen te weten dat zulks niet het geval is, hij verschuilt zich in zijn gereformeerde territorium. Maar weet wel de goddeloze media te halen met… ja, met wat? In elk geval rept hij vanuit zijn Burke-stelling niet van de afsplitsing die Frederic Bastet «aanhangt». Van dergelijke geloofsbrieven uit de achttiende en negentiende eeuw krijg ik werkelijk een kunstkop.

denk ik een kordate samenvatting te kunnen consumeren over (de essentie van) het conservatisme, probeert de heer Spruyt bij mij aan boord te komen met een melige interpretatie van de oorlog in Irak.

Wat zijn nu precies Spruyts stellingnamen? Verwijzingen naar Burke en De Tocqueville, zonder uit hun oeuvres ook maar een passage aan te halen, dienen slechts voor het epateren van de babyboomende bour geois.

Het is met het «aanzwengelen» van de gedachtevorming over het (neo)conservatisme als met de absoluut niet idiote opvatting van Ernst Happel over de voetballerij: «Allemaal geloel». Dat was en is adequater dan het «voetbal is oorlog» van de Hollander Michels.

Net als van het voetbal zullen we er met het neoconservatisme van Bart Jan niks van blijken te kunnen bakken. Balkenende lijkt me ook eerder een korfballer dan een voetballer, en Bos komt aan American football nog lang niet toe. Die gaat mijns inziens fluks terug naar Shell, zodra hij Rosenmöllers «memoires» heeft gelezen. En ikzelf belandde net op tijd in de vut, al is het afwachten wat Zalm nog voor trucs achter de hand heeft.

P.J. UITERMARK, Rijswijk

Bruckner (1)

Onlangs las ik in Het Parool een bespreking van de door Harnoncourt recentelijk opgenomen «voltooide» versie van de Negende symfonie van Anton Bruckner (dat wil zeggen: ook met het onaffe vierde deel). Huis musicoloog Voermans veronderstelde dat dit de allereerste keer was dat ook dit vierde deel in beeld en op de plaat kwam. In De Groene Amsterdammer van 18 oktober gaat, ook al huismusicoloog, Bas van Putten van dezelfde veronderstelling uit.

Niets is minder waar. Reeds in 1985 werd in Utrecht en Amsterdam de voltooide Negende uitgevoerd door het toenmalig Utrechts Symfonie orkest onder leiding van Hubert Soudant. In hetzelfde jaar gebeurde dit door het Oslo Philharmonic Orchestra onder leiding van Yoav Talmi. In beide gevallen werd de door William Carragan voltooide versie uitgevoerd.

P.M. WOLTING, Amsterdam

Bruckner (2)

Bas van Putten bespreekt een recente opname van Bruckners Negende symfonie door de Wiener Philharmoniker. Behalve de drie door de componist voltooide delen voert dirigent Nikolaus Harnoncourt ook de schetsen voor de finale uit, die hij met een mondelinge toelichting aan elkaar verbindt. Aardig, maar zo’n «demonstructie» draai je één keer. Er is een boeiend betoog op cd waar de musicoloog Deryck Cooke stukken van Wagners Ring aan elkaar praat. Ook die blijft in de kast staan. Deryck Cooke was overigens een van de musicologen die de Tiende van Mahler voltooide. Er zijn ook verschillende collega’s die zich aan Bruckners incomplete zwanenzang hebben gewaagd. Dat Van Putten spreekt van «een» reconstructie, is dus onjuist.

Erger is dat hij die «uit angst voor de ontluistering» heeft gemeden. Waarom schrijft iemand dan anderhalve pagina vol over een belangrijk onderwerp dat al jaren Bruckner-liefhebbers fascineert? Een muziek recensent voor een kwaliteitsmedium «mijdt» niets, maar duikt daarentegen in het materiaal om zijn lezers optimaal te kunnen informeren.

Alfred Orel heeft de schetsen voor de finale in 1934 gepubliceerd en sindsdien zijn er pogingen gedaan het geheel te reconstrueren in een speelbare versie. Fritz Oeser in 1940, Hans Ferdinand Redlich en Robert Simpson in 1948 (voor twee piano’s). Ernst Maerzendorfer in 1969, Hans Hubert Schönzeler in 1974 en Peter Ruzicka in 1977. Intussen was er meer materiaal teruggevonden. William Carragan construeerde tussen 1979 en 1983 een voltooide versie, die het Philharmonisch Orkest van Oslo onder leiding van Yoav Talmi in 1986 op de plaat zette. Harnoncourt was dus niet de eerste. Nicola Samale en Giuseppe Mazzuca werkten tussen 1983 en 1985 aan een completering van de Negende, die in 1988 op cd uitkwam in een uitvoering met Eliahu Inbal. Van Putten had in ieder geval die twee uitvoeringen bij zijn stuk kunnen betrekken.

AUGUST HANS DEN BOEF, Amsterdam

Zondagsschool

Robbert Dijkgraaf heeft wat met kosmologie, bijvoorbeeld de ontdekking dat het universum 13,7 miljard jaar oud is, en heeft wat tegen op zondagsscholen: die hebben mensen geplaagd met de meest onwaarschijnlijke scheppingsverhalen (in De Groene Amsterdammer van 11 oktober). Hierbij valt op dat hij geen oog heeft voor het doel van de zondagsschool. Hij zegt dat «nu de feitelijke antwoorden gegeven worden». Maar dat zijn antwoorden op een vraag als: hoe oud zijn de aarde en het universum? De bijbelverhalen op de zondagsschool geven echter op heel andere vragen antwoord. Bijvoorbeeld: hoe zijn ons leven en deze wereld in relatie tot God te verstaan? Op dit soort vragen is 13,7 miljard jaar een nietszeggend antwoord.

De zondagsschool vormt echter een goede basis om ook interesse te ontwikkelen voor vragen waar «13,7 miljard jaar» wel een relevant antwoord op is. Zo zegt Calvijn in zijn commentaar op Genesis 1:16: «De sterrenkunde is niet alleen een aangename wetenschap, maar ook een bijzonder nuttige, en het kan niet worden ontkend dat die kunst de bewonderenswaardige wijsheid van God ontvouwt. Daarom moeten de mensen die hierin een nuttig werk verrichten niet alleen geprezen worden, maar zij die tijd en bekwaamheid hebben mogen zich aan deze soort van oefening ook niet onttrekken.»

Er valt genoeg te zeggen over de strijd tussen geloof en natuurwetenschap. Maar de grote christelijke theo logen hebben door de eeuwen heen steeds in de eerste plaats het aanvullend karakter van beide benadrukt. Alleen wie met twee ogen kijkt, kan diepte zien! De toenemende desinteresse voor de natuur wetenschappen zou wel eens samen kunnen hangen met de teloorgang van de zondagsscholen. Maar niet te hard getreurd, er zijn nog steeds bloeiende zondagsscholen, zelfs aan de Amsterdamse grachtengordel.

NIELS VISSER, Amsterdam

zondagsschoolmeester Noorderkerkgemeente

WILLEM-JAN DE WIT, Amsterdam

wetenschapper godgeleerdheid VU

Poëzie en voetbal

Ere wie ere toekomt. Mao Zedong was schuldig aan vele gruwelen, zoals onderdrukking van het volk en hongersnood, maar niet aan die van onbeholpen poëzie (zie «Poëzie en voetbal» in De Groene Amsterdammer van 18 oktober). Hij schreef op herkenbare toon in complexe, klassieke vormen en toonde door vermenging van de schrijftaal met elementen uit de spreektaal zelfs literaire originaliteit. In een traditioneel Chinees wereldbeeld bestaat nauwe samenhang tussen hemel, heerser en letteren. Niet alle Chinese heersers zijn goede dichters. Maar dat af en toe een heerser blijkt te kunnen dichten (bijvoorbeeld Li Yu, de laatste keizer van de zuidelijke Tang-dynastie, of Mao Zedong) is in China minder raar dan elders.

MAGHIEL VAN CREVEL, Leiden