Ingezonden brieven

Grrr

Lipstick-martelaressen

Onder de suggestieve titel Geliefden van God schreef Margreet Fogteloo over vrouwelijke zelfmoord commando’s: de «lipstick-martelaressen» (in De Groene Amsterdammer van 18 oktober). In dat artikel is geen woord gewijd aan de werkelijke reden voor de Palestijnse aanslagen, namelijk de dagelijks erger wordende bezetting. De aanslagen lijken alleen voort te komen uit religieus fanatisme en uit de «innerlijke worsteling met de ondergeschikte rol van de vrouw binnen het geloof».

In werkelijkheid is praktisch de gehele Palestijnse bevolking, mannen en vrouwen, in opstand tegen een onverdraaglijke situatie die gekenmerkt wordt door liquidaties, opgeblazen of kapot gebombardeerde huizen, afsluitingen, doden onder de burgerbevolking (tachtig procent van de doden was geen strijder) en een toenemende verpaupering. Gewapend verzet, al of niet met het risico daar zelf bij gedood te worden, is niet langer alleen aan mannen voorbehouden, en ook niet alleen aan mensen met religieuze motieven. Tot de tweede intifada hadden moslimorganisaties als Hamas en de Islamitische Jihad niet meer dan tien à vijftien procent aanhang onder de Gazaanse bevolking. Dat die aanhang is gegroeid heeft weinig te maken met een toename van religie, maar veel met een groeiend verzet. «Wij zijn niet zo’n gelovig volk», zei dr. Haider Abdel Shafi, een vooraanstaande Palestijn, die het kan weten.

Er is een andere verklaring mogelijk voor de zelfmoordaanslagen. Waar een bevolking door geen enkele staat wordt beschermd tegen de schendingen van haar rechten en op geen enkele steun van de wereldgemeenschap kan rekenen, zal ze teruggrijpen op de enige en meest extreme middelen die ze heeft: mensen zetten hun leven in als wapen. Dat heeft maar zeer gedeeltelijk met religie te maken. Ook hindoes en boeddhisten hebben zelfmoordacties gepleegd, ook christenen en joden hebben zichzelf opgeofferd en terreurdaden gepleegd, en kamikaze is geen Arabisch woord.

Zo lang ik in Gaza kom, bijna tien jaar, ben ik in contact met de vrouwengroepen daar. Er is al vele jaren sprake van een emancipatieproces onder de vrouwen, en mannen. Dat vrouwen buitenshuis werken is al heel lang normaal, al was het maar om de barre economische omstandigheden. Zo verzetten vrouwen zich ook al jarenlang effectief tegen tweede huwelijken van de mannen, die veel minder voorkomen dan vroeger. Professor Leemhuis, opgevoerd als deskundige in wat vrouwen volgens de koran na hun dood wordt beloofd, lijkt mij beter op de hoogte van het paradijs dan van het leven in de Palestijnse gebieden. Wie echt denkt dat Palestijnse vrouwen zich opblazen omdat ze daarna in het paradijs wijn mogen drinken en seks mogen hebben zonder zwanger te worden, zou toch echt eens met Palestijnse vrouwen zelf moeten praten en met eigen ogen zien wat de bezetting werkelijk inhoudt.

ANJA MEULENBELT, Amsterdam

Eerste-Kamerlid voor de SP

Strips

Over de boekbespreking van Persepolis (in De Groene Amsterdammer van 30 augustus, die ik nu pas onder ogen kreeg): als vertaler van het boek ben ik uiteraard blij met de kritische aandacht die Satrapi’s meeslepende autobiografie krijgt. Wel verbaast het mij dat Micha Wertheim in zijn bespreking opmerkt dat strips kennelijk te beperkt zijn voor de weergave van de grote lijnen van de geschiedenis. Hieruit blijkt geen grote kennis van het medium. Wertheim concludeert na het lezen van Capotes In Cold Blood toch ook niet dat literatuur kennelijk minder geschikt is voor verzonnen verhalen? Of na het zien van Chaplins The Great Dictator dat het medium film kennelijk per definitie tot humor noopt?

Er wordt over het recenseren van films gezegd dat je er niet aan moet beginnen voordat je er duizend hebt gezien. Dan pas kun je er enigszins genuanceerd over oordelen. Waarom zou dat voor strips anders zijn?

TOON DOHMEN, Utrecht