Ingezonden brieven

Grrr

Naakte sterren,

blote leugens

Een weldadige aanvulling op de overpeinzingen van Bas Heijne over de bekentenisliteratuur (Naakte sterren, blote leugens in De Groene Amsterdammer van 29 november) zijn de beschouwingen van de vermaarde Poolse dichter en schrijver Czeslaw Milosz (geboren in 1911, Nobelprijs voor literatuur in 1980). Zijn allergie voor pretentieuze aandacht voor het persoonlijke heeft hij nooit onder stoelen of banken gestoken. Je hoeft maar naar zijn bekende boek Geboortegrond (1958) te grijpen om reeds in de inleiding op een waarschuwing te stuiten: «Het is zonneklaar dat eerlijkheid onmogelijk is en hoe meer men er de schijn van aanneemt, des te grotere rol de constructie speelt.» In zijn enkele jaren geleden verschenen boek Alfabet (zie ook zijn essay Leven in een domein van schoonheid in De Groene Amsterdammer van 15 juni 2002) komen we bij het trefwoord «Waarheid» de vader van de bekentenisliteratuur tegen: «Soms verbazen we ons ook over de verblinding van de vertellende die dat zelf niet beseft, waarvan de Confessions van Jean-Jacques Rousseau het klassieke voorbeeld zijn. Het minst geloofwaardig zijn de memoires van politici, want zij liegen zo vaak dat je niet van hun goede wil kunt uitgaan.»

Over zijn eigen aanpak merkt hij in het fragment Bewustzijn, vertroebeld het volgende op: «De schaamte van de onbehoorlijkheid weerhoudt mij ervan het papier zwart te maken met bekentenissen, zoiets als de schaamte om in nachthemd op een feest te verschijnen. Bovendien weet ik dat ik de waarheid toch niet zou vertellen, want deze vertoont zich weerspiegeld in vele prisma’s en zodra ze de weg naar de woorden vindt, is ze al onderworpen aan de wetten van de literaire vorm.»

Na het lezen van het fragment Biografieën is een ieder voldoende gewaarschuwd: «Natuurlijk zijn alle biografieën vals, met inbegrip van mijn biografie, die de lezer van dit alfabet zou willen weven. Vals omdat de afzonderlijke hoofdstukken volgens een bepaald van te voren aangenomen principe met elkaar zijn verbonden, terwijl ze in werkelijkheid anders met elkaar waren verbonden, ook al weet niemand hoe. Diezelfde valsheid betreft de autobiografieën, aangezien hij die over zijn leven schrijft de blik van God zou moeten bezitten om die verbanden te begrijpen.»

EWA VAN DEN BERGEN-MAKALA, Leidschendam

Bartoli

Wat gaat Bas van Putten tekeer in een emotioneel betoog over de internationaal zeer gewaardeerde (onder anderen door violiste Janine Jansen) zangeres Bartoli en haar nieuwe cd (in De Groene Amsterdammer van 15 november). Hij mag vinden dat ze een beetje zelfingenomen overkomt, te veel haar grote decolleté ontwikkelt, zich door een rotorkest laat begeleiden en een obscure klote-componist als Salieri, alleen bekend uit de film Amadeus, gaat vertolken. Maar iets rustiger mag wel, door bijvoorbeeld vergelijkingen te maken met andere zangeressen. Ietsje meer distantie graag. Of hebben we hier te maken met een gefrustreerde gesjeesde conservatoriumstudent en moet de zangeres blij zijn dat Bas van Putten in elk geval de moeite nam een (negatief) stuk aan haar te wijden en bijvoorbeeld niet aan Jard van Nes, Sylvia Schluter, Nelleke Ruiter, Elly Ameling, Dorothee Grandia en Charlotte Margiono? Misschien zou Bas van Putten het liefst een cd van Bartoli willen horen met evergreens van Puccini en Verdi. Maar daarvoor heeft deze zangeres misschien te veel artistieke diepgang.

A. HEEMSKERK, Waddinxveen