Ingezonden brieven

Grrr

Nederland-Institutenland

In het artikel over de planbureaus die hun oren naar de politiek zouden laten hangen (De Groene Amsterdammer, 7 februari) komt de affaire-De Kwaadsteniet van 1999 ter sprake. De Kwaadsteniet, medewerker van het RIVM, had gesteld dat bij het onderzoek naar de groeimogelijkheden van Schiphol modellen gebruikt zouden zijn waarvan bekend was dat ze incorrect waren, waardoor de geluidshinder in de berekeningen onderschat werd, wat de politiek niet ongelegen kwam.

Het is niet juist dat in de wetgeving op het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) zou staan dat het planbureau «loyaal» moet zijn aan de regering. Er is juist in de wet opgenomen dat «de ministers geen aanwijzingen kunnen geven met betrekking tot de inhoud van de rapporten», wat betekent dat het planbureau dus naar eigen wetenschappelijke eer en geweten rapporteert.

In scherpe tegenstelling tot de beweringen van De Kwaadsteniet bericht het MNP al jarenlang dat de geluids- en veiligheidssituatie rond Schiphol door de politiek juist onderschat wordt en zich niet conform de toezeggingen aan de Tweede Kamer ontwikkelt. Ook wat betreft de Betuwelijn en veel andere milieudoelstellingen is stelselmatig gerapporteerd dat het kabinet zijn eigen doelstelling niet haalde. Dat heeft forse conflicten met de politiek opgeleverd, maar bij een wettelijk onafhankelijk planbureau blijkt dat dan ook te kunnen.

De Kwaadsteniet verschilde met al zijn leidinggevenden hardnekkig van mening over de balans tussen meten en (computer)-modelleren in het milieuonderzoek. Omdat hij anders zijn zienswijze niet in de krant kreeg, heeft hij zich laten verleiden tot een interview over het Schiphol-dossier, waar hij als bodem statisticus in de verste verten geen verstand van had. Hij heeft zijn beweringen nooit waar kunnen maken. Internationale en nationale onderzoekscommissies en de Tweede Kamer hebben na de affaire de onafhankelijkheid van het Milieu- en Natuurplanbureau onderzocht en het bureau van alle blaam gezuiverd. Maar dat komt natuurlijk niet in de krant.

N.D. VAN EGMOND, Amsterdam, directeur Milieu- en Natuurplanbureau

Wat Hitler las

In het artikel over de bibliotheek van de Führer (De Groene Amsterdammer, 7 februari) viel me op dat in aan Hitler geschonken boeken zou staan: «für mein geliebter Führer». Ik kan me niet indenken dat Duitsers (neem ik aan) zo’n eenvoudige zin niet foutloos zouden hebben kunnen schrijven. Het is: «für meinen geliebten Führer).

C.J. DAAMS-MOENS, Amsterdam