Ingezonden brieven

Grrr

Bobby Fischer (1)

Patrick van IJzendoorn weet (De James Dean van het schaken in De Groene Amsterdammer van 20 maart) vast niet uit eigen lezing dat het vorige boek van Edmonds en Eidinov ook erg interessant was. Anders had hij wel geweten dat Wittgenstein’s Poker niet gaat over een «pokerincident», maar over een incident met een kachelpook. Het speelde zich af op 25 oktober 1946, toen Wittgenstein in het vuur van zijn betoog een gloeiende pook had opgepakt en daarmee dreigende gebaren naar Karl Popper zou hebben gemaakt.

SJAAK PRIESTER, Amsterdam

Bobby Fischer (2)

In Patrick van IJzendoorns recensie over Bobby Fischer versus Spassky staat: «In The Sunday Times noemde Stalin-biograaf Arthur Koestler Fischer als propagandist van het Vrije Westen contraproductief.» Inderdaad schreef Koestler voor die krant in 1972 twee artikelen over de match. Maar Koestler als Stalin-biograaf? Dat kan niet kloppen. Hij schreef geen enkele biografie. Is dit een lapsus en is misschien bedoeld Isaac Deutscher (1907-1967), die in 1947 zijn Stalin-biografie publiceerde (maar natuurlijk niet in 1972 over de match kon schrijven)? Of is misschien bedoeld Koestlers roman Darkness at Noon uit 1940? Weliswaar een adembenemend boek, maar geen Stalin-biografie.

PERCY B. LEHING, Amsterdam

Rosita Steenbeek

In tegenstelling tot Marja Pruis, in haar recensie over Rosita Steenbeeks Intensive care (in De Groene Amsterdammer van 13 maart), heb ik mij geen moment geërgerd. Rosita Steenbeek staat bekend om haar mediterrane schrijfstijl en Marja Pruis laat zich in haar recensie kennen als een nuchtere Hollandse. Die mediterrane kost lust ze niet. Ze moet beseffen dat Rosita Steenbeek in een andere wereld dan zij leeft, waar Dolce Vita en mooie schoenen bijhoren. Marja Pruis redeneert te veel vanuit haar eigen wereld.

MARTINE VROLIJK, Amsterdam

Furtwängler

In hoeverre staat kunst boven de alledaagse, soms gruwelijke werkelijkheid? Kan kunst los worden gezien van de politiek? Bas van Putten doet een poging in die richting bij zijn beschrijving van de wereldberoemde Duitse dirigent Dr. Wilhelm Furtwängler tijdens het nazi-regime (in De Groene Amsterdammer van 13 maart). Dr. Wilhelm bleef in Duitsland omdat hij het dirigeren niet kon laten. Hij bleef er, zegt Van Putten, en hij bleef er deugen. Als musicus.

Dit nu kan niet. In datzelfde Derde Rijk mocht Furtwängler allang niet meer de composities van joodse componisten als Mahler en Mendelssohn spelen en waren zijn orkesten allang «ontdaan» van de joodse musici. Daarbij mocht hij allang niet meer composities spelen van tegenstanders van het regime, zoals Hindemith. Hij had geen vrije repertoirekeuze meer. Of hij wilde of niet, hij compromitteerde zich en werd gemanipuleerd.

ELS DE BOER, Den Haag

Rectificatie

De auteur van Realist in het kwadraat, het profiel van Jules Deelder (in De Groene Amsterdammer van 20 maart) heet niet Erik Bus, maar Erik Brus. Sorry, Erik.