Ingezonden brieven

Grrr

Terrorisme

Wat al-Qaeda en de aan haar gelieerde terreurbewegingen onderscheidt van Ira en Eta is het gebrek aan rationele doelstellingen. Als zij al doelen heeft, zijn deze het best te omschrijven als een radicale afwijzing van het Verlichtingsdenken in het Westen. De teneur in zowel media als politiek is om dan maar de volledige oorlog te verklaren aan het terrorisme. Elsevier omschrijft het bondig: «van open samenleving naar surveillance-samenleving».

Het eerste filosofische probleem hiervan moge duidelijk zijn. Op het moment dat wij verschuiven van een open samenleving, gebaseerd op de principes van gelijke rechten en kansen voor iedereen, naar een samenleving van totale verantwoording jegens de staat heeft al-Qaeda gewonnen en hebben wij verloren.

Er is nog een tweede probleem. In alle analyses wordt duidelijk dat een succesvolle oorlog tegen het terrorisme afhankelijk zal zijn van de samenwerking van de verschillende nationale inlichtingendiensten. Op onze eigen AIVD hebben Nederlandse burgers nog enige mate van democratische invloed. Deze invloed ontbreekt op het moment dat wij deze informatie gaan uitwisselen met andere landen. In hoeverre is de overheid gerechtigd informatie over haar eigen burgers uit te wisselen met andere staten?

En er is een praktisch probleem. Deze oplossing zal niet werken. Zelfs als wij Osama bin Laden elimineren, zal er een nieuwe opstaan. Moslimterrorisme is als een Hydra zonder hart. Elke keer dat wij het hoofd eraf snijden, groeit er weer een aan. Dat is op zich geen pleidooi voor het stoppen van de jacht op Bin Laden en kompanen, maar het geeft aan dat wij daarvan geen succes mogen verwachten.

Is er dan geen oplossing? Hubert Smeets (in De Groene Amsterdammer van 20 maart) geeft het aan en wuift het direct erna weer weg: gelatenheid. Toch is dat het enige wat wij rationeel kunnen doen: het catastrofale terrorisme behandelen als elke catastrofe in de natuur. Met gelatenheid, gecombineerd met inlichtingen- en politiewerk in redelijkheid, geven wij aan dat wij wel een bewuste keuze maken voor een open samenleving, dat wij indien nodig inderdaad bereid zijn slachtoffer te worden om deze open samenleving en de daarmee verbonden vrijheden te beschermen.

LAURENS SANDT, Den Haag

Capitulatie Cliteur

Af en toe kan een artikel «mislukken». Te rommelig, te chaotisch, te cryptisch. Zo’n verhaal moet onderschept worden om het niet te plaatsen. Plaatsing is zonde van het papier en pijnlijk voor de auteur. Mijns inziens is het verhaal van Hubert Smeets over Paul Cliteur (in De Groene Amsterdammer van 3 april) een voorbeeld. Smeets vindt (vanzelfsprekend) dat bedreigingen en erger niet kunnen. En verder? Wat moet ik met een zin als: «De bondgenoten zijn gemobiliseerd en de publieke discussies op een dialectische wijze tot het niveau van de antithese gepromoveerd.»

FRANS VAN ZELM, Epe