Ingezonden brieven

Grrr

Mokerheide

Merkwaardig dat Kees ’t Hart in zijn met zoveel verve geschreven artikel over de Slag op de Mokerheide (in De Groene Amsterdammer van 17 april) beweert dat P.C. Hooft in zijn grote werk over de Tachtigjarige Oorlog geen melding zou hebben gemaakt van het krijgshaftige optreden in deze slag van de Italiaanse soldaat Perotti.

’t Hart ontleent dit verhaal aan de pro-Spaanse historicus Famiano Strada. Inderdaad komt Strada met deze heldhaftige geschiedenis (De Bello Belgico, deel I, Boek VIII, 1637, p. 537-538), maar Hooft doet dat eveneens en zelfs in veel uitvoeriger bewoordingen (Nederlandsche His torien, boek IX, 2e dr. 1656, p. 335). Hij schrijft: «Den Italiaan Pierantonio Perotti, booven gemeldt, gaat naa, dat hy, hebbende zijn’ speer gebrooken, naa ’t zydgeweer tastte; ende, vindende ’t gevest daar afgeschooten, eenen Duitsen ruiter ’t zwaardt uit den vuist wrong; den selven daarmee ombraght, en voorts den sterksten drang zyner vyanden te keer ging; zonder hoewel hem een loodt zwaarlyk in de lenden quetste, op te houden van vechten zoo lang als ’t geluk leuterde.» Hooft vertelt dan dat Perotti voor dood van het slagveld wordt gehaald, dat hij wonderbaarlijk snel herstelt en later door de Spaanse bevelhebber Parma wordt geprezen.

GJALT R. ZONDERGELD, Weesp

Hybride auto’s

Wonderbaarlijk, opmerkelijk: een nogal blij verhaal over auto’s (in De Groene Amsterdammer van 24 april). Het is goed om op de hoogte gebracht te worden van nieuwe ontwikkelingen in het vervoer. Maar ik laat mijn bezwaren tegen de auto pas varen als ze opvouwbaar worden tot geparkeerde pakketjes van tien bij tien centimeter, als het op tien meter afstand van een snelweg goed toeven is, als ze na tien soloritten per maand met minder dan vier passagiers gewoon niet meer starten. Overigens: ik leer wel. Na dertig jaar rijbewijs maar geen auto bezit ik nu ook zo’n ding. De afbraak van het openbaar vervoer heeft dat toch maar mooi voor elkaar gekregen.

FRANS H. VAN ZELM, Epe

Todorov

«Voor uw lezers», aldus Pieter van den Blink in zijn vraaggesprek met de Franse auteur Tzvetan Todorov (in De Groene Amsterdammer van 24 april), «behoort u tot de groten van Europa.» Jammer dat in het stuk geen melding gemaakt wordt van Todorovs (bronnen)publicatie Alexis de Tocqueville: De la colonie en Algérie (Editions Complexe, 1988). Hierin laat Todorov zien wat de bewierookte negentiende-eeuwse liberaal Tocqueville zoal in petto had voor de «Arabische stammen» die zich niet wensten neer te leggen bij de Franse presentie in Algerije: het platbranden van hun oogsten, het leeghalen van hun silo’s, razzia’s, het van de kaart vegen van opstandige steden en de liquidatie van hun verzetsleider Abd-el Kader. Het is een aspect van De Tocqueville dat opvallend vaak veronachtzaamd wordt. Voor mij behoort Todorov vooral ook tot «de groten van Europa» omdat hij destijds deze problematiek aan de orde heeft gesteld.

OTTO VAN DE HAAR, Vleuten