Ingezonden brieven

Grrr

Onheus?

Met verbazing las ik het interview van Joeri Boom met Nico Haasbroek («Ik speel met journalistiek» in De Groene van 22 juli). Ik zou een citaat van de baas van het NOS-Journaal onheus hebben gekregen en uit zijn verband hebben gerukt.

Hoezo onheus? Ik stelde Nico op een receptie bij de Duitse ambassadeur de vraag wat hij vond van het optreden van Gerri Eickhof. En hij gaf mij het antwoord dat ik afdrukte.

Hoezo uit zijn verband gerukt? Het was het enige dat hij erover zei. Er was verder geen verband.

Het viel mij zwaar tegen dat Nico eerst alles ontkende en nu blijkbaar met twee excuus-Truzen op de proppen komt.

Het is niet mijn gewoonte op dit soort insinuaties in te gaan. Maar daar ik persoonlijk abonnee op De Groene Amsterdammer ben — de andere bladen krijg ik gratis via de krant — wil ik dit toch even rechtzetten.

STAN HUYGENS, Amsterdam

Vertaling

Stel, je hebt een literaire roman vertaald en daar geld voor op je rekening bijgeschreven gekregen. Vervolgens verschijnt er in het vertalerstijdschrift Filter een analyse van je vertaling waaruit blijkt dat je er óf volledig met de pet naar hebt gegooid óf je nichtje van vijftien hebt ingeschakeld (een ander kopje thee als vertaling van another cup of tea, dat niveau). «Hoe is het mogelijk dat iemand zulk broddelwerk produceert en daarmee in de openbaarheid durft te treden?» In beide gevallen heb je een totale minachting voor zowel de schrijver als alle lezers van het boek tentoongespreid, en passant ook voor al je collega-vertalers — want je bent ook nog eens voorzitter van de beroepsvereniging van schrijvers en literair vertalers — en ten slotte voor het vak van vertaler zelf.

Stel dat je nu een greintje fatsoen of zelfrespect bezat, dan zou je je oren van je hoofd gaan zitten schamen en ergens, waar dan ook, je excuses aanbieden.

Maar wat doe je? Je schrijft in De Groene Amsterdammer van 8 juli een pretentieus stukje over twee boeken die je hebt gelezen en in dat stukje heb je de moed om af te geven op de vertaling van een van deze twee boeken en deel je bovendien bij het scheiden van de markt terloops nog even mee dat de roman Underworld van Don DeLillo «droevig slecht vertaald» is. Nu heb ik een derde deel van Underworld mogen vertalen, dus voel ik me minimaal voor een derde deel aangesproken, blijkbaar genoeg om één kostbaar uur van mijn leven aan deze figuur te vergooien. Bedankt, Graa Boomsma.

HARRY PALLEMANS, Amsterdam

Vreemdelingenwet

In De Groene Amsterdammer van 15 juli wordt in het artikel «Het elektronische gordijn» van René Zwaap de directeur van VluchtelingenWerk, Eduard Nazarski, aangehaald over de terughoudende opstelling van UNHCR-Nederland ten aanzien van bepaalde elementen van de nieuwe Vreemdelingenwet die volgend jaar in werking treedt. Afgezien van het feit dat Nazarski scherpere woorden in het artikel worden toegedicht dan in werkelijkheid uitgesproken, zou door het artikel ten onrechte de indruk kunnen ontstaan dat VluchtelingenWerk weinig respect heeft voor de rol van UNHCR in Nederland. Dat is niet het geval: UNHCR-Nederland geeft sinds jaar en dag gevraagd en ongevraagd advies aan Nederland over het vluchtelingenbeleid. UNHCR doet dat vanuit de taak die haar in het Vluchtelingenverdrag is toegewezen om toe te zien op de toepassing van de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag.

Ook over de vraag of de nieuwe Vreemdelingenwet zich verdraagt met het Vluchtelingenverdrag hebben VluchtelingenWerk en UNHCR in grote lijnen dezelfde mening. Dat geldt ook voor de wel zeer brede uitleg van het concept van «veilig land van herkomst» en het concept van «veilig derde land», die in de nieuwe wet is vastgelegd door aanname van een amendement van de coalitiepartijen. UNHCR heeft onlangs nog in een brief aan de Eerste Kamer haar bezorgdheid geuit over dit amendement. VluchtelingenWerk stuurt deze week haar commentaar naar de Eerste Kamer en heeft ook tijdens de behandeling van de wet in de Tweede Kamer haar bezwaren kenbaar gemaakt.

Piet van Geel, wnd hoofd afd. Beleid van de Vereniging VluchtelingenWerk Nederland

Lucie de Lophem, head of UNHCR, Liaison Office in the Netherlands

Belgen zijn idioten

Zonder Nederlandse kaas kun je ook leven. Iemand die aan niets anders kan denken dan aan Nederlandse kaas is gek, of een Belg. Dat schrijft Martin van Amerongen in zijn artikel «De muze heeft geen paspoort» (in De Groene van 22 juli). Wel, ik vind dat een goeie. Vooral omdat ik mezelf niet en nooit als een Belg zie. De Vlamingen zijn altijd vernederd door het Franstalige volkje dat, hoewel de minderheid, toch de scepter zwaait. En het is op dat Franstalige volkje dat onze koning steunt.

Onder de vorige oorlogen werden de Vlaamse soldaten door Franstalige officieren afgeblaft: «Et pour les Flamands la mème chose!» Nu is dat nog altijd het geval. Want de minister van Landsverdediging André Flahaut wil geen Nederlands spreken. Het Franstalige onderwijs van België telt drie ministers. In Vlaanderen is er maar één. Laurette Onkelinx, vice-premier, mag haar despotische verfransingspolitiek onverpoosd verder zetten. In Vlaanderen wordt men verplicht Frans te spreken wanneer men buschauffeur, tram- of metrobestuurder is. Hetzelfde voor de mensen die aan een loket zitten. In Wallonië is het onbestaand dat zij Nederlands spreken.

In de Vlaamse bibliotheken zijn er meer vreemdtalige kranten, weekbladen en boeken dan Nederlandstalige. In geen enkele Waalse bibliotheek is één Nederlandstalig dagblad, tijdschrift of wat ook in het Nederlands te vinden. In de Brusselse Rand worden de Nederlandssprekenden nooit goed geholpen, gewoon omdat de dokters en het verplegend personeel veelal Nederlands onkundig zijn. En dat komt tot uiting in alle openbare diensten. Onze Eerste minister Guy Verhofstadt (het konijn) mag die job uitoefenen omdat hij beloofd heeft het Franstalig onderwijs financieel te steunen. Onze journalisten, 95 procent, liggen op de knieën voor de koning. Die lui bezitten geen greintje zelfbewuste fierheid meer. En zo zou ik vele bladzijden kunnen vullen met grieven die duidelijk moeten maken dat Vlamingen, die zich fier Belgen noemen, idioten zijn.

THOMAS TRIPHON, Antwerpen

Verkeerd taalgebruik

Bij zorgvuldige journalistiek hoort zorgvuldig taalgebruik; gelukkig laat De Groene — sinds jaar en dag één van mijn lijfbladen — mij wat dat betreft hoogst zelden in de steek. Helaas moet ik echter opnieuw — een tijd geleden attendeerde ik Marja Pruis op verkeerd gebruik van hetzelfde woord — vaststellen, dat in een artikel van Marc Schoorl over Unamuno (in De Groene van 15 juli) het woord «schizofreen» verkeerd is gebruikt. Misschien betekent dit woord in de volksmond wel zoiets als gespleten persoonlijkheid, maar van serieuze journalistiek mag toch verwacht worden dat dit woord in de juiste betekenis wordt gebruikt. Het woord beschrijft een ziekte die niets met gespletenheid te maken heeft. Dit moge ook u als redactie bekend zijn — zeker na het jaar van de schizofrenie!

Ik hoop van harte dat u erop wilt toezien dat de woorden «schizofrenie» en «schizofreen» alleen in de juiste betekenis in uw blad worden gebruikt. Misbruik van die woorden is behalve incorrect kwetsend voor de mensen die met deze ziekte te maken hebben.

JOUTE VENHUIZEN, Houwerzijl

Volkerenmoord

Alle lof voor De Groene die in het artikel «Voedsel voor Irak» (15 juli) het taboe doorbreekt om in de media de negatieve kanten van onze internationale politiek aan de orde te stellen. Ons aandeel van de afgelopen tien jaar in de volkerenmoord in Irak (meer dan een miljoen slachtoffers, waaronder 600.000 kinderen) is ongetwijfeld het meest beschamende voorbeeld, maar niet anders dan een logisch gevolg van het na de Tweede Wereldoorlog door ons land gevoerde internationale beleid. Al tijdens de oliecrisis in 1967 werd Nederland als vazalstaat van de Verenigde Staten door de Opec-landen extra gestraft.

Enkele weken geleden verklaar de onze minister van Buiten landse Zaken in Iran (buurland van Irak) dat van uitbreiding van de handelsbetrekkingen met dat land nog geen sprake kon zijn vanwege de schending van de mensenrechten (in Iran). Duitsland ontving in dezelfde tijd de Iraanse premier, waarbij intensivering van de contacten van het bedrijfsleven (Duitse bedrijven hebben al meer dan honderd vestigingen in Iran) centraal stond.

Begin dit jaar stelden twee Duitse VN-functionarissen, door tegenwerking binnen de VN van hun humanitaire werk in Irak, hun functies beschikbaar (zie het artikel in De Groene). De harde lijn naar Irak wordt in stand gehouden door de hechte samenwerking tussen de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland. Bij de VS is het belang van het bedrijfsleven maatgevend (Irak was tien jaar geleden het tweede olieproducerende land in de wereld), Groot-Brittannië speelt nog graag voor wereldmacht, maar de achtergrond van de judasrol van Nederland in dit soort situaties blijft onduidelijk.

De VS en Groot-Brittannië voeren vrijwel dagelijks en op eigen initiatief luchtaanvallen uit op civiele doelen in Irak. Saddam zegt niet te willen praten en meewerken zolang de bombardementen voortduren, waarop Van Walsum, de Nederlandse VN-ambassadeur en voorzitter van het VN-sanctiecomité zich beroept op onmacht om de humanitaire situatie te verbeteren door gebrek aan medewerking van Irak.

In alle conflicten waarbij de Verenigde Staten betrokken zijn (Iran, Irak, Kosovo, China) volgt Nederland kritiekloos het Amerikaanse beleid. Alles wat Nederlandse politici dan op het internationale podium te zeggen hebben, is daardoor niets anders dan His Master’s Voice.

L. TOEPOEL, Deventer