Ingezonden brieven

Grrr

Mannen


In De Groene van 29 maart staat op de titelpagina één vrouw aangekondigd: ‘De vrouw met de baard.’ Ik heb haar na veel zoeken ontdekt, zonder bijgevoegde foto en verstopt in een artikel over misgeboorten.

Daarentegen werden in dit nummer dertien, vaak knappe, mannen op martiale wijze afgebeeld, vergezeld van veelal snorkende verhalen over hun macho-optreden.

Veertien mannelijke bijfiguren luisterden dit nummer op en op twee foto’s werden zowaar mannen in gezelschap van vrouwen afgebeeld. Voorts een figuur in groene jas met viool, zonder hoofd, naam of geslachtskenmerken.

In dit wel heel erg opgelegde macho-nummer krijgen er twee de kans zichzelf te pushen. In de eerste plaats Bram Peper, de koppensneller, die op martiale wijze ieder onderuithaalde die hem niet zinde of niet gehoorzaamde. Een voorbeeld daarvan is Korthals Altes die zijn ministeriële nek uitstak om Peper te verdedigen maar die nu achteraf door zijn beschermeling als deelnemer aan een complot ten tonele wordt gevoerd.

De tweede macho is Ronny Naftaniel. Fervente voorvechter van de Liberaal Religieuze Joodse Gemeente én directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie over Israel. Het is door toedoen van Naftaniel dat er voorgesteld werd van het aan de joodse gemeenschap teruggegeven geld anderhalf miljoen ter beschikking te stellen aan de in 1957 van de grond gekomen Liberaal Religieuze Gemeente. Een gemeente die in de oorlog dus niet veel kwijt kan zijn geraakt. De traditionele Nederlandse Joodse Gemeente daarentegen, die een traditie van zo’n vier eeuwen in stand houdt en in de oorlog alles verloor, krijgt volgens de liberale Ronny geen cent voor onderwijs maar wel geld voor onderhoud van begraafplaatsen. Naftaniel kan dus moeilijk de vertegenwoordiger van alle Nederlandse joden worden genoemd.

Volledigheidshalve wil ik niet onvermeld laten dat naast nog veel meer mannen in deze Groene ook nog het portret van één vrouw werd afgebeeld. Die eer heeft ze te danken aan een boek dat ze schreef over de fascistische macho Quisling.


Amsterdam,

FIA DE VRIES ROBBÉ


 

Ter Braak


Niet zelden is ‘een kern van waarheid’ een halve leugen (De Groene van 22 maart). Een strijdgesprek over vermeend antisemitisme van intellectuelen zou daarom eigenlijk steeds begeleid moeten worden door de bijbelspreuk: wie zonder de zonde van het antisemitisme is, werpe de eerste steen. Dit keer moeten Nietzsche en Ter Braak het ontgelden zonder dat de zaak waar het om gaat gediend is.

Bij nader inzien is H.A. Gomperts’ Een kern van waarheid namelijk niet veel meer dan een persoonlijke afrekening met twee al te dominante geestelijke vaders. Het is een tragisch boek omdat Gomperts pas over zijn graf de weg naar een vrijheid van denken heeft gevonden. Zijn bewering dat Nietzsche steeds minder gelezen zou worden (p. 99) is aantoonbaar onjuist; het werk wordt gelukkig niet meer vanuit een antisemitisch probleembewustzijn gelezen. Niet gehinderd door filologische scrupules hebben de nazi’s Nietzsche ooit geplunderd om onder andere de Endlösung filosofisch kracht bij te zetten. Het is daarom een jammerlijke terugval dat ook Gomperts de filosoof met de hamer in dit enge perspectief heeft gelezen. Overigens zonder tot verrassende observaties te komen: Nietzsche was de joden welgevallig! (p. 83).

Anders dan zijn geestelijk leidsman wordt Ter Braak tegenwoordig nog maar door weinigen gelezen. Dat nu zelfs de draagbare Ter Braak is gereduceerd tot twaalf pagina’s, die bovendien met een onthullende kwade trouw worden geïnterpreteerd, valt te betreuren. Maar als men vervolgens de onleesbare analyse van Gomperts naast de vaardig geschreven passages van Ter Braak legt, is het duidelijk dat hier een ander gevecht wordt geleverd dan de intellectuele strijd die Ter Braak destijds is aangegaan.


Nijmegen,

HONORÉ SCHELFHOUT