Grrr

Drugs Begin januari bereikte de Amerikaanse discussie over drugspolitiek eindelijk een hoger niveau. Dat blijkt niet uit het artikel van Tom Ronse (‘Manna uit de hel’, De Groene van 14 januari), dat in alles de bijbelse strijdliederen reciteert die sinds het begin van deze eeuw de toon zetten voor de kruistocht tegen druggebruik. Onderwerp is methamfetamine.

Wat Tom Ronse buiten beschouwing laat, is dat de beschreven diepe menselijke en sociale ellende een onmiddellijk gevolg is van de oorlog die de Verenigde Staten voert tegen haar burgers. In 1996 werden zo'n 550.000 mensen gearresteerd wegens bezit van marihuana, terwijl vele duizenden een lange gevangenisstraf opliepen voor een eerste drugswetovertreding zonder geweld. Tegen andere drugs wordt nog harder opgetreden. Ook in Nederland is een repressieve tendens zichtbaar in het drugsbeleid. Het niet-medische gebruik van drugs is een prachtig voorbeeld van de wijze waarop een samenleving problemen construeert en ‘ziekten’ zoals verslaving uitvindt. Een situatie die bedreigend is voor democratie, burgerrechten en volksgezondheid, met een hoge prijs in termen van economische en menselijke kosten. Deze context van druggebruik is onontbeerlijk voor begrip van het verschijnsel. De Groene-redactie geeft de laatste tijd blijk (zie ook het artikel 'Heroïne is de hel’ van Rob van Erkelens, december 1997) van ergerlijke gemakzucht ten aanzien van dit onderwerp en de rol van de journalistiek in oorlogspropaganda tegen drugs.
Utrecht, HANS C. OSSEBAARD
Den Uyl
Volgens René Zwaap (in 'De gematigdheid aan de macht’, De Groene van 14 januari) zou Den Uyl in september 1966 topambtenaar op het ministerie van Economische Zaken zijn geweest. 'Een weinig florissant verlopen periode’, meldt Zwaap bovendien. In die tijd was Den Uyl inderdaad werkzaam op EZ, echter niet als topambtenaar maar als minister! Verder stelt Zwaap dat de val van Willem Aantjes het begin van het einde van Den Uyls premierschap inluidde. Aantjes kwam echter ten val in de begintijd van het eerste kabinet-Van Agt. Met het einde van het kabinet-Den Uyl had de val van Aantjes dus niets te maken.
Ook op het analytische vlak is het artikel van Zwaap niet echt sterk. Leidmotief in zijn artikel is de gematigdheid van Den Uyl. Die zou het resultaat zijn van de 'beslissende invloed’ op zijn politieke gedachtengoed van de ideeën van Jacques de Kadt. Deze stelling is in zoverre plausibel dat De Kadt zeer grote invloed op Den Uyl heeft uitgeoefend. Maar was De Kadt wel zo gematigd? Het cultuursocialisme dat hij propageerde zou ik niet als gematigd willen kwalificeren. Het was juist een radicale en bovendien radicaal van het klassieke marxisme afwijkende benadering die uitging van een grote maatschappelijke rol van een op immateriële doelen gerichte intellectuele voorhoede. Dit voorhoededenken laat overigens zien dat De Kadt zijn leven lang de invloed heeft ondergaan van het leninisme uit zijn eerdere communistentijd. Het extreme anticommunisme dat Den Uyl tot in de jaren zestig op scherpe toon bleef uitdragen, kwalificeert Den Uyl als een goede leerling van de meester. Het is simplistisch om dit anticommunisme als bewijs te zien voor een sterke democratische gezindheid, laat staan voor politieke gematigdheid.
Den Haag, M.H. KLIJNSMA