Ingezonden brieven

Grrr

Filosofie (1)

Anders dan in Frankrijk worden in Nederland de filosofische faculteiten besnoeid. Joris van Casteren en Rosan Hollak zien dit (De Groene, 23 september) in het licht van de hier heersende voorkeur voor praktisch nut en economische inzetbaarheid. Ter wijl de wijsgeer toch, het toneel van het leven beschouwende (Aristoteles), het broodnodige element van reflectie voor onze samenleving zou kunnen zijn.

Dat is misschien wat de Nederlandse filosofen vandaag missen. Ze laten zich geheel in beslag ne men door intern-filosofische onderwerpen en polemieken, en te weinig door maatschappelijke vraagstukken. Het meest knellende maatschappelijke vraagstuk is de ideologische leegte. Mensen kunnen niet goed samenleven zonder een breed gedeelde mens- en wereldbeschouwing, ze hebben dan niet langer het gevoel dat ze iets met elkaar te maken hebben. Dan verloedert de samenleving. Hoewel de symptomen van dit verval steeds duidelijker worden, is de enige bijdrage van filosofische zijde (Hans Achterhuis e.a.) dat we blij mogen zijn dat we verlost zijn van ons oude «grote verhaal» en dat we voor al niet mogen bezwijken voor «de utopische verleiding». Echter zonder zich te verdiepen in de rol die het «grote verhaal» vanaf de oorsprong van onze soort in onze beleving heeft gespeeld, in de oorzaak van het wegvallen van het «grote verhaal», in de gevolgen van de leegte en in de mogelijkheid en wenselijkheid van het voorzien in die leegte.

FRANS COUWENBERGH, Ooy
Filosofie (2)

In het artikel «Filosofie als curiositeit» van Joris van Casteren en Rosan Hollak worden enige grieven, van groot naar klein, aan elkaar gekoppeld. De grootste grief: het universitaire onderwijs is aan het verloederen. De op een na grootste grief: de hedendaagse technocratische universiteit brengt in het bijzonder de filosofie in de verdrukking. Een iets kleinere, maar nog steeds erg grote grief: doordat aan de Amsterdamse universiteit de filosofen gefuseerd zijn met letteren en theologie verwordt in het bijzonder aldaar de filosofie tot een curiosum. De kleinste, toch niet te verwaarlozen grief: aan de Universiteit van Amsterdam is de leerstoel wijsgerige antropologie opgeheven. En er is ook nog een minigriefje: Maarten Coolen, docent aan de filosofische afdeling van de UvA, kan zijn vak, de wijsgerige antropologie, niet meer als afstudeervak aanbieden.

De persoon met wie de twee redacteuren blijkbaar het meest hebben gesproken, is nu precies Maarten Coolen. Nu ken ik Maarten Coolen goed, hij is bij ons een zeer gewaardeerd docent in de wijsgerige antropologie, maar als ik hem niet zou kennen, zou ik dat hele artikel over het failliet van de Nederlandse filosofie ook andersom kunnen lezen, van klein naar groot. Ik, Maarten Coolen, kan de wijsgerige antropologie niet meer als afstudeervak aanbieden, ik heb zelfs helemaal niets meer te zeggen over wat ik doceer. Hoe komt dat? Omdat bij de zoveelste bezuinigingsronde het ordinariaat wijsgerige antropologie is opgeheven. Waarom hebben ze dat gedaan? Omdat de met letteren en theologie gefuseerde wijsbegeerte de kritisch-reflexieve wijsgerige antropologie kon missen als kiespijn. Waarom wilden de onverlaten de wijsbegeerte een kopje kleiner maken? Omdat onbruikbaar kritisch gefilosofeer niet past bij een gebureaucratiseerde en getechnocratiseerde universiteit. En waarom willen «ze» (Lubbers, Deetman, Ritzen et cetera) de universiteit om zeep helpen? Uit pure slechtigheid ongetwijfeld: zo bevorderen ze de algehele verloedering. Wat moet een mens met zo'n redenering?

De tekst van Van Casteren en Hollak zou ik het liefst aan studenten wijsbegeerte ter bestudering aanbevelen, waarbij ik de opdracht zou verstrekken: «Wijs zo veel mogelijk onverantwoorde overgangen en niet gearticuleerde beschuldigingen aan.» Laat ik slechts één passage citeren: «De afschaffing van de leerstoel [wijsgerige antropologie] is een ordinaire daad van bestuurlijk ingrijpen geweest. Het College van Bestuur van de UvA rekende, cijferde en concludeerde dat wijsbegeerte eigenlijk best zonder problemen bij de kwakkelende letterenfaculteit ondergebracht kon worden. Verzet tegen het plan zoals uitgedokterd door een door letterenprofs gedomineerde stuurgroep was nauwelijks meer mogelijk. Want ongeveer tezelfdertijd voerde de UvA de vers door de Tweede Kamer goedgekeurde MUB in.» Als je dat met een half oog leest, ga je denken dat de Tweede Kamer er de oorzaak van is dat de filosofen in Amsterdam hun zelfstandigheid verloren hebben, hetgeen weer tot gevolg had dat de wijsgerige antropologie werd opgedoekt. Foute boel, dat is duidelijk.

Bij die teloorgang van de wijsgerige antropologie, volgens de twee redacteuren het toppunt van alle ellende, wil ik enig commentaar geven. Inderdaad, vroeger was er een leerstoel wijsgerige antropologie in Amsterdam, en die is er nu niet meer. Jammer natuurlijk, maar is het een regelrechte ramp die de hele filosofie aan het wankelen heeft gebracht? Als dat zo was, zouden ze in Nederland alleen in Rotterdam en in Nijmegen nog fatsoenlijk filosofie bedrijven, want alleen daar bestaan nog ordinariaten in de wijsgerige antropologie. Zelfs op de VU hadden en hebben ze er geen. Hoe in Amsterdam de wijsgerige antropologie precies is ingeruild voor de filosofie van kunst en cultuur, is achteraf niet meer interessant. Te zeggen dat een rekenend en cijferend College van Bestuur het met een pennenstreek heeft opgeheven, is een te simpele voorstelling van zaken. De toenmalige faculteit der wijsbegeerte heeft ermee ingestemd, bij de overgang van wijsbegeerte naar de faculteit der geesteswetenschappen is die koersverandering uitdrukkelijk bevestigd, en nog in het recente visitatierapport van het wijsgerig onderzoek in Nederland wordt niet van de wijsgerige antropologie gezegd dat ze meer aandacht verdient, maar van de esthetica

Aangenomen dat mijn studenten de rest van het artikel van Van Casteren en Hollak zouden kunnen deconstrueren, resteert de vraag: hebben die twee nu op geen enkel punt gelijk? Meer in het bijzonder: moeten al die klachten van Maarten Coolen terzijde worden gelegd, omdat ze (althans in de weergave van de twee rommelig redenerende redacteuren) voortkomen uit het ene non sequitur na het andere? Zo ver wil ik natuurlijk niet gaan. We hebben best wat te klagen, over de MUB, over het College van Bestuur, over de faculteit, over de afdeling wijsbegeerte. Dat daarmee het einde van het onafhankelijke denken is ingetreden, lijkt echter wel wat veel eer voor zulk klein grut.

Eén stelling van Maarten Coolen moet ik ten slotte echt als een verdraaiing van de historische werkelijkheid brandmerken. Het is niet zo dat het College van Bestuur van de UvA het opheffingsfeest van de afzonderlijke faculteit der wijsbegeerte heeft bekostigd. Dat hebben we zelf gedaan: bij wijze van laatste autonome daad organiseerde en bekostigde de faculteit der wijsbegeerte haar eigen opheffingsfeest. Want hoewel er zeker enige weemoed heerste, viel er ook wel wat te vieren: de solide positionering van de wijsbegeerte in de grootste faculteit der geesteswetenschappen die ons land kent.

FRANS JACOBS, hoogleraar wijsgerige ethiek en voorzitter van de afdeling wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam