Grrr

Weinreb (1) Met de opperste verbazing las ik in De Groene van 4 februari het overigens ongesigneerde artikel met als kop ‘Boas bekeerd tot Weinreb?’. Het doet de objectieve waarheid wel bijzonder veel geweld aan.

  1. Uw verslaggever schrijft dat A.J. van der Leeuw ‘zijn leven wijdde aan de onttakeling van Weinreb als verzetsheld’. Van der Leeuw had echter tevoren vele jaren bij het Riod gewerkt aan de restitutie van joodse vermogens die door de Duitsers waren geroofd, en ontving pas in 1970 opdracht, samen met dhr. D. Giltay Veth, om een onderzoek te doen naar de rol van Weinreb tijdens de bezetting. Dat dit onderzoek ten slotte zeer negatieve resultaten had voor Weinreb was niet de vooropgezette bedoeling ervan.
  2. Uw verslaggever schrijft: 'Deze Van der Leeuw kwam onlangs op negatieve wijze in het nieuws toen bleek dat hij het bestaan van Fhet kaartenbestand van de roofbank Lippmann-Rosenthal al die jaren had verzwegen voor mensen die hem ernaar vroegen, zoals prof. dr. Lipschits.’ Feit is echter dat Lipschits hem daarnaar juist nooit heeft gevraagd.
  3. Wat mijzelf betreft: uw verslaggever vindt het opmerkelijk dat ik in het debat 'niet overging tot uitbundige felicitatie van Regina Grüter, maar in plaats daarvan tot een uitbundig prijzen van dominee Wuister’. Nu had ik Regina Grüter elders reeds uitvoerig geprezen dus het was niet nodig het hier nogmaals te doen. En wat ds. Wuister betreft: ik prees hem niet uitbundig - uitbundigheid is mij trouwens altijd vreemd - maar zei alleen, naar aanleiding van het juist in Vrij Nederland met hem verschenen interview, dat ik op de promotiereceptie van Regina Grüter met hem had kennisgemaakt en dat hij niet, zoals ik gedacht had, een idioot was maar een heel aardige (ik gebruikte niet het woord 'knappe’) man, met wie ik het overigens volstrekt oneens ben. Het verbaasde me dat een zo ogenschijnlijk normaal mens nog steeds zo rotsvast in Weinreb kon geloven, voegde ik eraan toe. Dat is dus heel iets anders dan uw verslaggever ervan maakt. Badhoevedorp, HENRIETTE BOAS Weinreb (2) Uit het anonieme stukje 'Boas bekeerd tot Weinreb?’ blijkt weer hoe moeilijk De Groene het heeft met het vergaren van feiten over (een lezing over) Friedrich Weinreb. Opnieuw moeten enkele onjuistheden worden rechtgezet:
  4. A.J. van der Leeuw kende het Liro-archief omdat hij jarenlang onderzoek heeft gedaan ten behoeve van Wiedergutmachungs-aanspraken van joodse vervolgden. Prof. Lipschits heeft hem er juist niet naar gevraagd.
  5. Tijdens de voordracht heb ik Weinrebs positie geschetst tussen een kring van godsdienstige volgelingen en zijn 'patiënten’, die hij als pseudo-arts heeft 'behandeld’ en waarvoor hij in 1957 en 1968 is veroordeeld (resp. tot tweemaal duizend gulden boete en acht maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met voorwaardelijke tbr). Het woord charlatan heb ik niet in de mond genomen, maar het komt wel in mijn boek voor: als kwalificatie van Weinrebs geschriften door Gerschom Scholem en Zwi Werblovsky, twee kenners van joodse mystiek. Ik verwees daar overigens ook naar een positieve recensie van Weinrebs boek De bijbel als schepping door de liberale rabbijn J. Soetendorp.
  6. Mevrouw Boas had mij bij mijn promotie al gefeliciteerd, en had tijdens de promotiereceptie met Wuister gesproken. Zij heeft niet gezegd dat zij Wuister een 'hele knappe man’ vond, maar dat hij toen heel aardig was. Men moet wel een heel bijzonder waarnemingsvermogen hebben om haar overige opmerkingen over Wuister als een uiting van een 'bekering’ tot Weinreb te beschouwen.
  7. Niet het godsdienstige geloof van/ in Weinreb was onderwerp van mijn onderzoek, maar de episodes uit zijn leven waar fantasie en/ of bedrog een stempel drukten op zijn verhouding met zijn medemens. Zijn religieuze activiteiten zijn beschreven voorzover zij relevant waren in bepaalde kwesties, zoals de zedenzaken, de Weinreb-affaire en zijn opmerkelijke verhouding met de werkelijkheid. In zijn religieuze werk was hij 'bijzonder’ en behoorde hij niet tot 'de gevestigde orde’, zoals hij zelf ook heeft aangegeven. Het zich beroepen op afstamming van koning David is overigens een fenomeen dat ook veelvuldig voorkomt bij 'goeroes’ en stichters van alternatieve religieuze bewegingen. Leiderdorp, REGINA GRüTER Weinreb (3) Op 1 februari j.l. heeft mevrouw dr. R. Grüter voor het Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland een lezing gehouden waarbij kennelijk een uwer redacteuren aanwezig was. Onderwerp van de voordracht was: 'Een fantast schrijft geschiedenis’, titel tevens van het onlangs door mevrouw Grüter verdedigde proefschrift over Friedrich Weinreb. In mijn openingswoorden die ochtend had ik toevallig mevrouw Henriëtte Boas gecomplimenteerd met het rechtlijnige standpunt dat zij van het begin af aan in de affaire-Weinreb heeft ingenomen. Dat zij nu plotseling na ongeveer dertig jaar door het bijwonen van de lezing van mevrouw Grüter van Weinreb-bestrijdster in een Weinreb-adept veranderd zou zijn, moet bij uw lezers grote verbazing wekken. Niets is dan ook minder waar. In de tekst van zijn bijdrage doet uw redacteur trouwens geen enkele poging duidelijk te maken waarom hij boven de bijdrage de kop 'Boas bekeerd tot Weinreb?’ heeft geplaatst. Het Genootschap voor de Joodse Wetenschap heeft in de bijna tachtig jaren van zijn bestaan altijd een zeer gastvrij beleid gevoerd wat betreft belangstellende introducés en zal dat ook in de toekomst blijven doen. Zelfs als het om gasten gaat die die gastvrijheid misbruiken. Den Haag, M.S.R. NIHON, voorzitter Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland Naschrift redactie: De naam van de auteur van het in deze brieven gewraakte stuk is niet opzettelijk maar per abuis weggelaten. De schrijver was René Zwaap.