Grrr

Links! (2) In mijn omgeving komen veel linkse mensen voor van het type zoals op 21 januari in dit blad raak en meeslepend is beschreven door Herman Franke. Hun regelmatig tot woede aanzwellende verontwaardiging over de onrechtvaardigheden in onze samenleving leidt hen tot een oprecht en bevlogen verlangen de maatschappij ingrijpend te veranderen. Hun daarvoor emotioneel gebalde vuist past naadloos bij de geharnaste autobiografische vorm waarvan de schrijver zich bedient en waarin we hem ademloos volgen op een pad van helaas dubieuze logica.

Ik vraag Herman Franke van mij te willen aannemen dat in de voorafgaande zinnen geen gram ironie is opgenomen. Ik meen ze, precies zoals ze er staan. Ik heb respect voor de consequentie tussen uitgangspunt en inzet - evenals Frits Bolkestein, naar ik vermoed. Maar door het prijzen van nobele motieven en het loven van edele onbaatzuchtigheid worden de daaruit voortgevloeide plannetjes toch niet vanzelf heilig en onaantastbaar voor kritiek?
Het bijzondere van een idealist is dat zelfs doorbrekend inzicht over de onhaalbaarheid van zijn ideaal hem niet ontmoedigt, maar eerder aanspoort te blijven vechten voor zijn betere zaak. Hoe dan, vraag ik, gemeenschappelijk zingen in een park? Met een spandoek omhoog iedere zaterdag door de Vijzelstraat, of als Jehova’s getuige vermomd een voet tussen de deur wringen in een buitenwijk? Mij niet gezien. Ik doe liever iets nuttigs, of een spelletje. Maar dat is ook weer zo iets! Mijn zuster, die wel een idealiste is en zelfs het meest onbaatzuchtige individu ter wereld, haat spelletjes. Nu denkt u misschien, dat zij niet tegen haar verlies kan, maar het is juist omgekeerd: zij kan er niet tegen om te winnen, want dan verliest een ander door haar toedoen en dat is zielig en voor haar onverdraaglijk!
Ja kijk, als we in zo'n wereld leefden, dan had het communisme een kans gehad, sterker nog: het was overbodig geweest. U kunt met uw prachtige gedachten het gelijk van de wereld denken te bezitten, als de grote meerderheid er geen trek in heeft en ook nooit zal krijgen, dan begint u niets. Zo zit de democratie nu eenmaal in elkaar. ’t Is het beste wat we hebben.
En waarom die behoefte het ‘kapitalisme’ met alle geweld ook een ideologie te willen noemen? Om het beter te kunnen bestrijden? Dat zou een zinnige verklaring zijn. Want het kapitalisme is natuurlijk geen ideologie, daarin hebben de zo misprezen Heldring en Bolkestein volstrekt gelijk. Het is de natuurlijke aandrift van de calculerende mens zodra hij met de medemens begint te communiceren: voor wat hoort wat en ieder is uit op een goede prijs. Dat komt vanzelf. Niemand hoeft het ons te leren. Ergo is het geen ideologie.
Amsterdam, ARIE KLEIJWEGT
Stadspartij
Een beginnende politieke partij kent heel wat ruzies. Niet zelden, maar dat wordt in het artikel van Joris van Casteren in De Groene van 25 februari niet geanalyseerd, lijkt de ruzie het gevolg van het tegen elkaar uitgespeeld worden door gevestigde landelijke partijen. Klein Links - v¢¢r GroenLinks - had de regel dat echtelieden niet samen in de raad mochten zitten. In het kerkrecht behoren ze ook niet samen in de kerkeraad te zitten. Vanuit de ARP voelde ik me weer thuis. Het lijkt me een goede regel: het verhindert dat meningsverschillen het huwelijk verpesten en het verhindert dat in een raadsvergadering verhulde relatieproblemen worden uitgevochten.
Dat laatste maakte ik mee in de eerste Amsterdamse deelraad, waar ik duodeelraadslid was (of deelduo-raadslid of deelraadsduolid). Dat was een gˆnante vertoning door onervaren D66'ers. Het lijkt erop dat D66 daar overheen gegroeid is, al doet paars anders vermoeden - het blijven amateurs.
Hierbij een waarschuwing aan al die nieuwe lokale gemeenteraadsleden: hou je emoties uit elkaar. Politiek kun je niet bedrijven zonder emotie, zonder betrokkenheid. Je hebt mensen uit je omgeving nodig, die achter je staan. Dat hoeft niet per se de gade te zijn. Kinderen, ouders, vrienden en buren kunnen dat natuurlijk ook. Maar sleep ze niet teveel mee. Dan kun je thuis rustig van mening verschillen. Over de afwas bijvoorbeeld.
Den Haag, JEANNET RUITER