Grrr

MAI In Michiel Bussinks artikel ‘Multinationals aller landen’, afgedrukt in De Groene van 11 februari, staat een wel erg magere weergave van wat de FNV wil van de Multilaterale Overeenkomst inzake Investeren (MAI). Wij willen inderdaad geen revolutionaire dingen. Wat Bussink echter nalaat te zeggen is wat wij wél willen. Hij stapt onmiddellijk over op wat ik persoonlijk verwacht dat er uit de MAI-onderhandelingen zal komen. Hij wekt de suggestie dat willen en verwachten hetzelfde is.

Wat wil de FNV van de MAI? Precies hetzelfde als wat, bijvoorbeeld, de vakcentrales uit Canada en de Verenigde Staten willen. Dat zijn, in volgorde van belangrijkheid: (1) bindende sociale normen en een stevig systeem van controle op naleving van die normen; en (2) een verwijzing in de preambule van de MAI naar sociale normen en een koppeling van de MAI aan de (niet bindende) Oeso-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen van 1976. De TUAC, het vakbondsorgaan dat door de Oeso geraadpleegd wordt over de MAI, heeft aanvankelijk verdergaande wensen gehad, ook op andere terreinen dan het sociale, maar dit is aan het eind van een proces van dik twee jaar overleg met regeringen de minimumpositie waarop wij zijn uitgekomen. Na de laatste gespreksronde met de onderhandelingscommissie van de heer Engering op 15 januari, is die positie nog eens op schrift gesteld door het TUAC-secretariaat.
Iets anders is, zoals gezegd, wat wij verwachten. Ik heb tijdens de gespreksrondes in Parijs waarbij ik aanwezig was, goed opgelet, en wat ik verwacht is heel wat minder. Ik verwacht inderdaad geen bindende arbeidsnormen (en dat doet mij natuurlijk weinig plezier). Ik verwacht op z'n best een algemene verwijzing naar sociale normen in de preambule en een verwijzing anderszins naar de Oeso-Richtlijnen voor Multinationals die het karakter hebben van aanbevelingen en dat karakter ook zullen behouden. Amsterdam, TOM ETTY, beleidsmedewerker FNV
Titanic
Net bekomen van de traumatische filmervaring Titanic sla ik De Groene van 18 februari open in de hoop iets te lezen over echte kwaliteitsfilms die men niet mag missen. Het veelal deskundige commentaar van Gertjan Zuilhof beweert dat men zich niet moet laten afschrikken door het mediageweld rond de film, en sluit af met de mededeling dat hij de film nog niet heeft gezien. Nu is het op zichzelf al verbijsterend dat een filmcriticus een film aanprijst die hij zelf niet gezien heeft, maar het allerergste is dat hij zojuist de slechtste, meest afstotende film aller tijden heeft aangeprezen. Hoe is het mogelijk dat een film met zo'n slecht script, afgrijselijk mislukte Amerikaanse feel good-scènes en lachwekkende uitspraken Oscar-nominaties krijgt toebedeeld en een eervolle vermelding in De Groene. Utrecht, MENNO N. RASCH
Leefbaar Hilversum
In de Groene van 28 februari schrijft Joris van Casteren een op zich boeiend artikel over lokale partijen waaronder in Hilversum. Op één punt is het echter onjuist. Er wordt gemeld dat er een wijdvertakte corruptie aan het licht zou zijn gebracht. Dat is niet het geval geweest.
Leefbaar Hilversum heeft destijds inderdaad duidelijke kritiek geleverd op de toegestane bijdragen van een projectontwikkelaar. Maar dat niet benoemd tot een ‘wijdvertakte corruptie’. Anders zou zeker de rechter ingeschakeld zijn. De betrokken ambtenaren willen wij nadrukkelijk buiten de gesuggereerde sfeer houden. Hilversum, JAN NAGEL, Leefbaar Hilversum
Barretje Weimar
In zijn artikel in De Groene van 4 maart beschrijft J.G. Kikkert verdachte connecties van prins Bernhard. Volgens verhoren van Protze en zijn secretaresse Skrodzki was de in het artikel genoemde Sperling directeur van het Duitse verkeersbureau, maar hebben zij hem nooit ingezet als agent. Zij gebruikten het Verkeersbureau als camouflage voor hun werkzaamheden, maar betrokken dit bureau niet bij hun contraspionage-activiteiten. Protze is nimmer directeur van het bureau geweest. Sperlings plaatsvervanger Max Gerisch was werkzaam voor Schulze-Bernett, die bij het Duitse gezantschap te ’s Gravenhage voor de inlichtingentak van de Abwehr werkte, niet voor Protze.
Kikkert wijdt een alinea aan de tweelingbroers Neumann. Het blijft echter volstrekt onduidelijk waarom. Verder meldt hij dat er slechts 21 personen werden geïnterneerd. Hij laat echter na te vertellen dat er in die dagen meer personen werden gearresteerd en vastgehouden, bijvoorbeeld op verdenking van spionage ten gunste van Duitsland of om eventuele spionage tegen te gaan. ’s Gravenhage, FRANS KLUITERS