Ingezonden brieven

Grrr

Appel

«Nationale wildeman», schrijft Aart Brouwer vol bewondering over de hedendaagse schildertrots der natie Karel Appel (in De Groene van 16 september). Inderdaad, vanuit Nederlands perspectief gezien, is de betekenis van Karel Appel en de Nederlandse vertegenwoordigers in Cobra, als Corneille, van groot belang geweest. De gezapige, ingeslapen kunstwereld van Nederland werd in 1948 stevig wakker geschud door de kunstenaars van Cobra, waarvan de letters staan voor Copenhagen, Brussel en Amsterdam. Het was een internationale groep kunstenaars, vandaar de namen van de verschillende hoofdsteden.

Constant Nieuwenhuijs schreef in het openingsmanifest onder meer: «De westerse kunst heeft zich dienstbaar gemaakt aan de bourgeoisie en zij is geworden tot een instrument van de burgerlijke idealen…» En verder: «… er breekt een nieuwe periode aan, waarin het gehele culturele netwerk van conventies zijn betekenis gaat verliezen, en uit de primairste bron van het leven een nieuwe vrijheid zal kunnen worden gewonnen.» Het Cobra-manifest was niet het eerste manifest dat met grote ambities en aspiraties gelanceerd werd; denk maar aan de manifesten van de futuristen en Dada.

De vraag is of Cobra en Karel Appel net zo'n betekenis hebben gehad voor de internationale kunst ontwikkeling als voor de Nederland se. Niets ten nadele van het kleur gebruik en het vrolijke expressionis me van Karel Appel — ik zou graag een doek van hem in de woonkamer hebben —, maar een kritiekloze bewondering, zoals die door Aart Brouwer wordt geuit, gaat toch wel erg ver. Dat Karel Appel kleuren als een kameleon gebruikt is leuk, maar de zestienjarige metgezel van de heer Brouwer kan dat mogelijk ook.

Het zegt niets over de betekenis van de kunst van Karel Appel voor de internationale kunst. Dat kan ook niet, want die betekenis is niet zo groot. Volgens de Amerikaanse kunstcriticus Edward Lucie-Smith is de kunst van Cobra en Karel Appel naïef en internationaal van minder allure.

Vergelijk Karel Appel eens met de schilders van het abstract expressionisme, die ook voortborduren op het expressionisme. Gorky bijvoorbeeld, die met onheilspellende kleurencombinaties en ondefinieerbare vormen het gemoed van de kijker op spanning zet. Wat te denken van Jackson Pollock, die zo mogelijk nog vrijer, nog meer individualistisch de kleuren op het doek smeerde, spoot en kwakte. De van oorsprong Nederlandse Willem de Kooning heeft internationaal beslist een hoger aanzien dan de eveneens uit Nederland vertrokken Karel Appel. Soms hebben zijn schilderijen een rauwe expressiviteit. Daarnaast zijn er nog vele kunststijlen, met de daarbijbehorende kunstenaars, die voor de internationale schilderkunst van grotere betekenis zijn dan Cobra en Appel. Uiteraard doet dat geen afbreuk aan de waarde van Appel voor de Nederlandse schilderkunst, maar enige relativering is toch wel op zijn plaats. De hoge verwachtingen in het manifest zijn in ieder geval niet uitgekomen. Staan de schilderijen van Appel nu toch ook niet vooral in de huizen van de hedendaagse bourgeoisie?

F. VLIEGENBERG, Asten