Grrr

Arjan Peters
In de bombrief van Doeschka Meijsing, voor Arjan Peters (in De Groene van 28 oktober) heeft deze als notoire humeurbederver kennelijk bij Doeschka Meijsing met spuitende kracht de kurk van de champagnefles gehaald. Verrukkelijk! Arjan Peters, thans aangeschoten wild vanwege zijn faux pas van zijn parallelrecensie, op de vuilnisbelt!

Van schrik heb ik, als niet-Volkskrantlezer, mijn persoonlijke knipseldienst opgetrommeld en vier recensies van Arjan Peters doorgelicht op kikkerdril en lakeiendom. Mag ik hierbij als inmiddels gesloopt recensent mijn bewondering uitspreken voor een recensent als Arjan Peters, die zich als beroepslezer soms over het genre romans lijkt te buigen waarvan men temidden van het hedendaagse literaire bedrijf met een geoefend oog vaak op voorhand al moe wordt en die niet bang is Harry Mulisch eens echt aan te spreken op zijn particulier filosofisch gedachtengoed? (Heidegger voorbij - zoiets.)
Wellicht is het zo dat Arjan Peters soms lijdt aan vergeeflijke dwalingen omdat hij impliciet zijn meetlat bij de wereldliteratuur legt. En dan behelst het leven van een hedendaags professioneel lezer een lijdend bestaan.
Leiden, MARGREET DEN BUURMAN
Wertheim
(Met alle waardering voor het In Memoriam van Meindert Fennema in De Groene van 11 november moet ik toch iets aanvullen: Wertheim noemde in de laatste jaren zijn vroegere vertrouwen in de zogenaamde Culturele Revolutie een ‘geweldige blunder’: 'de grootste ellende is daaruit voortgekomen’. Alleen bleef hij het oneens met de schatting van minstens twintig miljoen doden. 'Eerder vier of vijf miljoen’, zei hij en voegde er meteen aan toe: 'Dat is natuurlijk vier of vijf miljoen te veel.’ (Deze woorden komen uit een recent radio-interview).
Wertheim was niet de enige die lang de veranderingen in China als louter verbeteringen zag. Lees bijvoorbeeld de Australische hoogleraar en China-specialist C.P. Fitzgerald. Dat komt waarschijnlijk doordat tussen 1930 en 1940 communisten die dorpen veroverden, zich voorbeeldig gedroegen, betaalden voor hun eten en zelfs hielpen met de oogst. De mensen waren van de Kwomintang-soldaten en van de elkaar om elk stukje land bevechtende bendeleiders het tegendeel gewend.
Den Haag, E.E. VAN TRICHT-KEESING
Heilig Hart
'Kan jij eigenlijk viool spelen?’
'Weet ik niet, heb ik nog nooit geprobeerd.’
Maar geef me eens zo'n ding dan zal ik eens zien, lijkt Anna Tilroe (in De Groene van 4 november) in alle onbevangenheid gedacht te hebben.
'Anna heb jij wel eens nagedacht over lichaam en geest?’
'Weet ik niet, maar ik ga het meteen proberen.’ En hup, daar gaat ze. De manier waarop ze schrijft over het hart en de geest en het lichaam en moleculen en Descartes en Aristoteles en Damasio doet inderdaad denken aan iemand die voor het eerst een viool in handen heeft en die met de strijkstok in het gat gaat zitten poeren, zich onderwijl afvragend waarom die verrekte snaren zo in de weg zitten.
Ik probeer maar twee citaten, want uit haar pannetje soep kun je de ene na de andere lepel verwarring opscheppen.
Over Damasio schrijft ze:
'De eerste stelling is meteen een bom. “De menselijke hersenen vormen samen met de rest van het lichaam een ondeelbaar organisme waarin interactieve biochemische en neurale regelcircuits voor de integratie zorgen.” Exit Descartes.’
Dat 'Exit Descartes’ is zo koddig, omdat het er niet eens náást zit. Want Descartes’ idee over wat de ziel is wordt nu juist níet geraakt door deze 'bom’, die even explosief is als de mededeling dat het moeilijk regeren is zonder belastingheffen. Iedereen is het daar mee eens. Misschien, tussen het schrijven van twee artikelen door, toch eens een keer Descartes lezen? Hij is erg leesbaar.
Nog één citaat:
’“Als we als organismen anders waren ontworpen”, schrijft hij (Damasio) onverschrokken, “zouden de constructies die we van de wereld maken ook anders zijn.”’
Beste Anna, die onverschrokkenheid van Antonio, dat is Kant. Immanuel Kant was een Duitse filosoof, die, nou ja, Kant lezen is misschien wel erg veel gevraagd, want die is niet zo leesbaar.
Anna Tilroe nadenkend over lichaam en geest doet mij denken aan het stadsmeisje dat op de boerderij honing op brood kreeg. 'Ach’, zei ze vertederd, 'hebben jullie ook een bij.’
Amsterdam, BERT KEIZER
Bijbels
Toen ik het pamfletachtige stukje van Antoine Verbij in De Groene van 11 november las en mijzelf ineens bevond tussen door millenniumzenuwen verzwakte (VN-)lezers wegens gelovig, bekroop mij opnieuw een al langer gekoesterde wens. Zou het mogelijk zijn dat de redactie van De Groene, waarop ik al zo lang ben geabonneerd, een keer even ruimdenkend en intelligent over religie schrijft als zij dat over zo veel andere onderwerpen blijk geeft te kunnen? Want iets minder vooringenomenheid hierover zou u niet misstaan.
Rotterdam, T. V.D. WEL
De Mars
Jarenlang bekommerde zich niemand om de Zutphense volkswijk De Mars, totdat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) constateerde dat juist deze wijk de armste van Nederland is.
Prompt wijdde De Groene er in haar editie van 11 november een groot artikel aan. De waarheid is glashard en moeilijk te verteren. Liefst 60 procent van de wijkbevolking is werkloos en de sociale armoede is er zeer groot. Bijna driekwart van de huishoudens in De Mars heeft op jaarbasis een inkomen van amper 17.000 gulden en bijna 65 procent van de wijkbewoners is laaggeschoold of ging zelfs helemaal nooit naar school. Bovendien is er drugsproblematiek en wonen er 50 procent vreemdelingen (vooral kansarme Marokkanen en Turken) in deze eens zo mooie wijk. Geen wonder dat een partij als het Nederlands Blok zich in dit wijkje profileert…
Het was beter geweest wanneer wijkambtenaren en opbouwwerkers hadden geprobeerd de put te dempen voordat het kalf verdronken is. Nu laten zij alleen hun gezicht zien in De Mars als een onderzoek negatief is uitgevallen of wanneer journalisten langskomen.
Zutphen, F.E. SLOTBOOM