Grrr

Ufo’s Het artikel in De Groene van 22 januari over ontvoeringen door grijze mannetjes is symptomatisch voor de manier waarop de journalistiek met het ufo-verschijnsel omgaat. De hardste bewijzen worden niet vermeld. Er wordt ingezoomd op komplottheorieën en ander sensationeel mediageouwehoer, terwijl tegen de zachtere vormen van bewijs lekker wordt aangetrapt door mensen die zich voor deskundigen uitgeven.

Een prachtig voorbeeld is de omschrijving van Hilda Musch door Crombag als een wandelende tijdbom, die door de Inspectie op de Volksgezondheid onschadelijk moet worden gemaakt. Als Crombag tegen de verslaggever heeft gezegd dat de cliënten van Musch onder hypnose een alien abduction aangesmeerd krijgen, weet Crombag niet waar hij over praat. Musch gebruikt geen hypnose.
Het ontvoeringsverschijnsel kent geen prozaïsche verklaring en als de Inspectie al iets zou moeten doen, dan is dat het vrijmaken van fondsen voor objectief onderzoek.
Leiden, HENNY VAN DER PLUIJM
Vrije Scholen
Voor de derde maal in drie jaar tijd verschijnt begint februari een artikel waarin een sterk negtief en deels onjuist oordeel wordt uitgesproken over de Vrije Scholen (De Groene, 5 februari 1997). Dat is precies de tijd van het jaar waarin ouders nog overwegen naar welke school zij hun kind zullen sturen. De timing kan dus maximale schade toebrengen.
Maximale schade lijkt niet alleen de timing, maar ook de inhoud van het meest recente artikel te beogen. Een aantal van de gekozen voorbeelden klopt niet. Wij noemen er drie. Mellie Uyldert wordt geciteerd met een mening waarmee impliciet wordt gesuggereerd dat deze representatief zou zijn voor de mening van veel antroposofen. Ten onrechte. Er is geen enkel document dat wijst op een connectie tussen Rudolf Steiner en Alice Bailey, laat staan dat hij ingestemd zou hebben met haar mening. De ‘Commissie antroposofie en het vraagstuk van de rassen’ heeft wel degelijk het Nederlandse discriminatieverbod, inclusief zijn historische context, als voorwerp van haar aandacht; de installatie van deze Commissie door het bestuur van de Antroposofische Vereniging toont aan dat het bestuur de onderhavige problematiek serieus neemt.
Deze fouten zijn echter niet de belangrijkste in het betoog. Het gaat vooral mank aan het feit dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen een waarnemingsoordeel en een waardeoordeel. Een voorbeeld. De uitspraak (en waarnemingsoordeel): 'De gemiddelde vrouw is kleiner dan de gemiddelde man’, impliceert geenszins het waardeoordeel dat vrouwen minderwaardig zouden zijn aan mannen.
Het enkele uitspreken van een waarnemingsoordeel over het uiterlijk van een medemens behoeft op zichzelf geen waardeoordeel te behelzen. Ook Mahatma Gandhi bespreekt de zwarte huid en het kroeshaar van negers, in het bijzonder Zulu’s. Hij doet dat in het tweede hoofdstuk van zijn boek Satyagraha in South Africa. Toch zal geen zinnig mens het in zijn hoofd halen Gandhi van racisme te beschuldigen.
In het verlengde van het voorgaande wordt in het artikel geïmpliceerd dat uitspraken die worden gedaan met een verklarende intentie, hetzelfde zijn als uitspraken met een legitimerende intentie. Een gebeurtenis achteraf verklaren is echter iets anders dan die gebeurtenis legitimeren. Ook hier blijkt in het artikel weer die verwarring tussen waarnemingsoordeel en waardeoordeel. Of het oorzakelijk verband dat Rudolf Steiner legt tussen oorzaak en gevolg in de bespreking van het noodlot dat bepaalde volkeren heeft getroffen, terecht is gekozen, is uiteraard iets waar men over van mening kan verschillen; het is echter geheel iets anders om te beweren dat het oorzakelijke verband tevens een ethische legitimatie tot het uitmoorden van volkeren zou inhouden.
Het onderscheid tussen waarnemingsoordeel en waardeoordeel is bepaald niet eenvoudig, zeker niet waar het gaat om politiek gevoelige onderwerpen. Vergissingen zijn menselijk, niet alleen mevrouw Jeurissen maakt die, maar ook antroposofen. Ook Rudolf Steiner heeft meermalen aangegeven dat hij niet onfeilbaar is. Het lijkt ons waarschijnlijk dat mevrouw Jeurissen niet optimaal is behandeld, en dat valt te betreuren.
Wat echter onder alle omstandigheden moet worden vermeden is - zeker sinds de holocaust - dat de door Rudolf Steiner gedane karmische uitspraken worden opgevat als een self-fulfilling prophecy. Dan ontstaan de misvattingen die de kampen van Mauthausen en Birkenau mogelijk hebben gemaakt. Zo'n zichzelf vervullende voorspelling geeft kamparts Aribert Heim de schijn van legitimatie om de door mevrouw Jeurissen aangehaalde jongen te vermoorden. Aribert Heim speelt voor God - of beter gezegd: voor Duivel. Een dergelijke kortsluiting tussen waarnemingsoordelen en waardeoordelen, tussen beschrijvende en legitimerende uitspraken, is letterlijk levensgevaarlijk. In het artikel van mevrouw Jeurissen worden Rudolf Steiner zaken verweten die niet met hem te maken hebben. Juist bij dit onderwerp is de zuiverheid in gedachtengang en woordkeuze essentieel.
Zeist, DRS R.S.H. MEES, voorzitter van het bestuur van de Bond van Vrije Scholen, DRS. R.A. DUNSELMAN, voorzitter van het bestuur van de Antroposofische Vereniging Nederland
NASCHRIFT VAN DE REDACTIE:
Zowel op het artikel over ufo’s als op dat over Vrije Scholen ontvingen wij een groot aantal reacties. Veel te veel voor de geringe ruimte die wij voor ingezonden stukken beschikbaar hebben. Tot onze spijt moeten wij ons daarom beperken tot twee representatieve brieven.
Morriën
Uw verhaal in De Groene van 29 januari over schrijver A. Morriën (Amor rien) heeft iets verdrietigs. Betaalde liefde is toch nooit een eerste keus, en verhoudt zich tot de liefde als een kunstgebit tot het eigen genetische stel. Kortom: wat er staat is een onnodig pleidooi voor kitsch.
Wat mij tegen de borst stuit in dit verhaal (doorgaans wel een gezellige babbel) is: waarom krijgen nu juist Leo Vroman en Tineke er van langs? Topdichters zijn vrijwel allen 'paalheiligen’ die zich van nature terugtrekken in beslotenheid en niet bruisen op het schuim van de dag. En met een 'niet te vermurven blijmoedigheid’ zou men ook Mozart kunnen afschrijven. Voorts: dat Vroman zijn riten anders inkleedt dan de carnivore verslaving aan bij uitstek castrerende vrouwen, dan wel weerloze stakkers uit de vrouwenhandel en desondanks (althans als dichter) potent blijft, schittert mijns inziens boven ieder commentaar.
Amsterdam, WILLEM LOEB