Grrr

Burnier Op de cover van De Groene van 19 februari treffen we een spotprent van Paul van der Steen. Zijn object is mevrouw Prof. Dr. C.I. Dessaur, als auteur bekend onder het pseudoniem Andreas Burnier. In de spotprent wordt gebruik gemaakt van verschillende clichés ten aanzien van negatieve beeldvorming over vrouwelijke intellectuelen, joden en vrouwelijke homoseksuelen.

Het effect zit hem in de handige vermenging der clichés, waarmee aldus een uiterst cynisch toonbeeld is geschapen van de liberale geest die heden ten dage door onze onafhankelijke linkse journalistiek waait. Nu is De Groene natuurlijk méér dan alleen maar links en onafhankelijk. Ik bedoel: waarom zou je je als onwetende lezer, goj en nog vrouw óók, ongerust maken over een antisemitische en vrouwvijandige cover, als in diezelfde aflevering de scheidend hoofdredacteur, net thuis van zijn bedevaart naar Bachs Golgotha, druk doende is twee vermeende antisemieten (Bloem en Ter Braak) aan het kruis te spijkeren. Zonder erbarmen! En als in diezelfde aflevering ook Annemarie Grewel zèlf intiem en ontroerd met haar joodse kennissen in de weer is (Lopes Dias).
Juist als buitenstaander zie je wat zich hier afspeelt: Dessaur stáát er wel in, er worden aan haar maar liefst drie artikelen en zes pagina’s gewijd, maar Dessaur kòmt er niet in. Hoe goed zij ook haar best doet met haar Rabbi, ze mag niet meedoen. Drie schriftgeleerden hebben haar denkbeelden gewikt en gewogen, de afhandeling is zeer uitvoerig, maar het eindoordeel van de grijze baarden is helaas negatief. Bij De Groene is Dessaur - alweer - aan een verkeerd adres: ‘Hoe komt u aan de Davidster, mevrouw?’ De belhamel die de terechtstelling op de cover mag voltrekken toont ons, zelf van niets wetend, het identiteitsprobleem waarvoor Andreas Burnier ons onafhankelijke blaadje heeft gesteld.
Maarn, PROF. DR. ETTY MULDER
Kolossen
Het artikel 'Bedreigde kolossen’ van 26 februari wordt aan het einde ontsierd door een onnozele passage over het Amsterdamse Maupoleum. Mooi of lelijk in de architectuur is een kwestie van smaak, maar Tijs van den Boomen vergeet dat juist gebruikers (bewoners, bezoekers) heel goed kunnen beoordelen of een bouwwerk beantwoordt aan de bedoelingen die aan het ontwerp ten grondslag liggen. De situering van het voormalige Burgemeester Tellegenhuis in een fijnmazig stadsdeel was volkomen verkeerd. In een jaren-zestigwijk als Buitenveldert zou het niet als lelijkste gebouw van Nederland uit de bus zijn gekomen.
Leiden, MAARTEN MENTZEL