Grrr

Front National Ik las met belangstelling de twee artikelen in De Groene van 19 februari over de opmars van het Front National en dat monsieur André Rosania uit ‘ons’ Orange geen verklaring weet voor het succes. Misschien kan ik hem een handje helpen. Waarom zouden de Orangisten en de inwoners van de andere Front-bolwerken zich verbazen over ‘het groteske cliëntelisme’ van hun burgemeester? Daaraan is men toch in Frankrijk al eeuwen gewend. De burgemeesters van la gauche en la droite handelen niet anders! Als je in mijn woonplaats niet bij de socialisten hoort, gaan alle banen en voordelen aan je neus voorbij. En de jagers kunnen ongestoord schieten op alles wat beweegt of overvliegt. De socialist Henri Emmanuelli zal hun niets in de weg leggen. In een huis-aan-huisfolder schreef hij dat voor Les Landes de Europese regelgeving inzake de jacht niet geldt omdat we hier onze eigen, eeuwenoude tradities hebben.

Politici van links en rechts zijn betrokken bij corruptieschandalen. Stakingen zijn aan de orde van de dag. En als het huidige kabinet probeert te regeren, vindt het heel links tegenover zich met irreële, heilloze beloften, die slechts één doel dienen: zo gauw mogelijk weer op het fluweel kruipen.
Ik hoor om mij heen dat Le Pen gelijk heeft en dat men hem een kans moet geven. Zodra het te gevaarlijk wordt, overweegt men niet meer te stemmen of zich gewoon maar weer te laten leiden door domme gemakzucht en het eigen voordeel.
Arm Frankrijk!
Nerbis (Fr.), E. RUTGERS WESSELS
Judith Belinfante
In het interview met Judith Belinfante in De Groene van 5 maart zegt zij onder andere: ‘De nieuwe bestuurders van de joodse gemeente van Amsterdam kwamen direct na de oorlog bij de interim-burgemeester en zeiden dat ze het Hoogduitse synagogencomplex wilden afbreken. (…) De interim-burgemeester heeft het complex toen al voor het symbolische bedrag van een gulden voor de stad Amsterdam gekocht.’
Dit zou dus reeds in 1945 of 1946 moeten hebben plaatsgevonden. In werkelijkheid geschiedde de overdracht aan de gemeente Amsterdam pas in 1955, dus bijna tien jaar later, toen er reeds lang een volwaardige burgemeester van Amsterdam was. Een overweging tot overdracht behalve de door Judith Belinfante genoemde, was dat het inwendige van het synagogencomplex tijdens de hongerwinter grotendeels was gesloopt, en dat herstel daarvan te kostbaar zou zijn. De bestuurders van de joodse gemeente van Amsterdam hebben overigens nooit voorgesteld het synagogencomplex af te breken. Na de overdracht duurde het nog twintig jaar, tot 1975, tot de Gemeente Amsterdm een nieuwe, waardige bestemming voor dit synagogencomplex had gevonden, en al die jaren bleef het inwendig een ruïne.
Het is merkwaardig dat Judith Belinfante, sinds 1969 verbonden aan het Joods Historisch Museum dat sinds 1987 in het geheel gerestaureerde synagogencomplex aan het Jonas Daniël Meijerplein is gevestigd, zo slecht van de naoorlogse geschiedenis van dit gebouw op de hoogte is. En dat terwijl zij nota bene directeur is van dat museum.
Badhoevedorp, HENRIETTE BOAS