Grrr

Aanhanger Hitler Het klinkt ieder terecht als een scheldwoord in de oren: ‘aanhanger van Hitler’. Hievan werd Friedrich Rittelmeyer (1872-1938) beticht in het interview van René Zwaap met Herman de Tollenaere in De Groene van 12 maart.

Rittelmeyer was een luthers predikant die door zijn levendige preken en boeken in de eerste decennia van deze eeuw faam had verworven. In 1922 richtte Rittelmeyer met 44 anderen ‘De Christengemeenschap’ op, een 'beweging tot religieuze vernieuwing’. Dat was onder andere met hulp van Rudolf Steiner gebeurd. Vanaf 1925 tot aan zijn dood behartigde Rittelmeyer de belangen van de gehele Christengemeenschap. Ondanks het contact met Steiner tijdens de stichting is dit kerkgenootschap (vanaf 1926 ook in Nederland verbreid) niet 'de antroposofische kerk’. Ieder mag in de Christengemeenschap de wereldbeschouwing kiezen die hij wil, omdat het kerkgenootschap principiële leervrijheid kent. In 1941 werd de Christengemeenschap in Duitsland door de nazi’s verboden.
Rittelmeyer schreef vaak over het 'Deutschtum’. Lezen wij deze vaderlijke en wat pathetische boeken en pamfletten, dan krijgen wij daar vandaag de dag de riebels van. Zelf was Rittelmeyer zich bewust van het probleem dat zijn geschriften op verschillende manieren gelezen konden worden. 'Ik kan tegenwoordig moeilijker over Duitsland spreken’, schreef hij aan zijn collega’s direct na de machtsovername in 1933, omdat je op die manier 'nu steeds verdacht wordt de machthebbers naar de mond te praten’. Met deze uitspraak distantieerde hij zich dus van de nazi’s.
Friedrich Rittelmeyer heeft op zijn wijze gezocht naar zingeving van het leven. Hem als een 'enthousiast aanhanger van Hitler’ bestempelen is pertinent onjuist. Het suggereert bovendien, dat de Christengemeenschap positieve relaties heeft onderhouden met het nationaal-socialisme. Daarvan is geen enkele sprake.
Den Haag, B.H.H. HELDT, voorzitter Landelijk Bestuur van de Chistengemeenschap en M. UDO DE HAES, geestelijke van de Synode
Celestijnse belofte
Vol ontzag moet ik uw medewerker J. Niemöller complimenteren met de door hem geleverde prestatie in De Groene van 12 maart. Hij is er niet alleen in geslaagd het infame werk De Celestijnse belofte uit te lezen, maar hij heeft zich ook nog over de weerzin die dit boekje opwekt kunnen heenzetten om er commentaar op te leveren. Het lijkt er zelfs op dat hij de vervolgboeken Het Celestijnse werkboek en Het tiende inzicht ingekeken heeft.
Toen ik ongeveer een jaar geleden in mijn kennissenkring, waarvan ik vermoedde dat die uit weldenkende mensen bestond, kritiek leverde op de populariteit van De Celestijnse belofte, stuitte ik zowaar op verzet. Had ik het boek wel gelezen? Hoe kon ik er dan over oordelen? Ik besloot het boek onder handen te nemen om voor eens en altijd af te rekenen met dit populaire voortbrengsel van de New Age-vergaarbak. Toen gebeurde precies waar Niemöller voor waarschuwt. Ik kon niet meer. Ik moest me zo inspannen om me door het boek te werken dat ik geen kracht meer had steeds weer de eclatante nonsens te weerleggen. Ik was murw.
Het boek is het slechtste wat ik ooit gelezen heb. Het verhaal, de inhoud, de stijl, de boodschap, noem maar op: sinds ik kan lezen heb ik nooit zoiets onder ogen gehad. Het succes ervan blijft voor mij dan ook een oud Peruaans mysterie. Mocht er een strijdgroep tegen De Celestijnse belofte bestaan, dan wil ik me daar graag bij aansluiten.
Utrecht, B.J.A.M. VAN LOON
Het einde
Van een recensie mag de lezer twee dingen verwachten: een oordeel over en een indruk van het besproken boek. De bespreking 'Klotsend naar de ondergang’ van Luc Panhuysen (in De Groene van 12 maart) schiet in beide opzichten ernstig tekort. De recensent kondigt namelijk aan vier boeken te gaan bespreken. In werkelijkheid gaat hij uitsluitend in op één boek, Pole Shift. De andere drie komen helemaal niet ter sprake.
Erger is dat van althans één van de (on)besproken boeken, Het einde der tijden - een bloemlezing van apocalyptische teksten met een cultuurhistorische inleiding -, een volstrekt verkeerde indruk gegeven wordt. De recensie gaat namelijk over New Age-obsessies. Het einde der tijden heeft niets met New Age te maken, en dat zou ook allerminst te verwachten zijn van een boek dat bij een serieuze uitgeverij als Meulenhoff is uitgegeven. Ik vraag mij af of de recensent het boek zelfs maar heeft ingezien.
Amsterdam, T. ANBEEK