Grrr

Falstaff In De Groene van 30 juli bakt Loek Zonneveld het in zijn recensie van Falstaff wel erg bruin als hij de opera Falstaff aan Edward Elgar toedicht. Elgar heeft een symfonisch gedicht Falstaff geschreven. Opera’s heeft hij nooit gecomponeerd. Naast Verdi zijn er wel meer componisten die zich met het onderwerp bezig hebben gehouden, onder wie Antonio Salieri (Falstaff, ossia le tre burle) en Otto Nicolai (Die lustige Weiber von Windsor). Jammer, zo'n uitglijer. Indianapolis, NANDO SCHELLEN

Ruigoord (2) Bij het ‘Requiem voor Ruigoord’ in De Groene van 9 juli bekroop me de gedachte: wie schrijft nu eindelijk eens een goed artikel over dat kunstenaarsdorp, zonder al die flauwekul van 'boeren tegen hippies’ en aan drugs verslaafde zonen van voormalige woordvoerders die met naam en toenaam genoemd worden. Er is zoveel aardigs te vertellen over de bewoners van Ruigoord. Hun gevecht tegen Amsterdam, het enthousiasme waarmee ze al jaren culturele evenementen organiseren, hun levensstijl. Dit alles loopt waarschijnlijk niet in de pas met ons inmiddels 'wereldvermaarde’ poldermodel, maar dat kan ook een aanbeveling zijn. Als onderwijzer van veel kinderen uit Ruigoord kan ik melden dat zij vrijwel allemaal de school prima doorlopen en het goed doen in het voortgezet onderwijs. Dit is zeker ook te wijten aan hun leefomgeving en de betrokkenheid van hun ouders.
Ruigoord bestaat nog. Misschien kan het door een wat journalistieker benadering worden gered van de beerput die het worden moet. Spaarndam, JAN ZWETSLOOT
Ruigoord (3) Via derden moest ik vernemen dat een foto van mijn dochter in de Groene Amsterdammer stond afgedrukt, bij het artikel over Ruigoord. Toen ik het las, sloeg mijn verbazing om in walging. De afbrekende boulevardachtige toon van het artikel is van een laag niveau. Door de manier waarop de foto is genomen en de toon van het artikel wordt gesuggereerd dat de moraal ten opzichte van de kinderen van Ruigoord inderdaad een requiem inluidt. Misbruik maken van een kind op deze manier is onethisch.
Daar komt nog bij dat wij geen inwoners zijn van Ruigoord. Ikzelf (de moeder van het meisje op de foto) draag Ruigoord en omgeving een warm hart toe en vind dat een dumphaven voor verontreinigd slib er nooit mag komen.
Door middel van deze brief wil ik mij distantiëren van iedere betrokkenheid bij dit artikel. Spaarndam,MEVR. J.A.H. WILDEMAN
Smaak Is het een gril van de goddelijke voorzienigheid dat Opgetekend van Martin Simek de laatste tijd gepositioneerd is naast Opheffers De goed slechte smaak? In elk geval was Simeks 'Een goed gesprek’ (De Groene 23 juli) voor mij een stuitend voorbeeld van Slechte Smaak. Met Marthe Röling (in het laatste nummer van Opzij) dacht ik een tijdlang dat Simek een aardige man was - met Van Kooten en de Bie zou ik hem nu bij voorkeur De Groene uit donderen. Vries, KLAAS DE WIT
Eten Terug van vakantie trof ik de 'eetspecial’ van de Groene (30 juli) aan, een prachtig nummer dat ik met zeer veel plezier heb gelezen, zij het met uitzondering van één bijdrage, namelijk het openingsartikel 'Aan tafel met zes fijnproevers’. Wat een onsamenhangend gewauwel, wat een quasi-wetenschappelijke dikdoenerij, met, althans op deze manier gebracht, nietszeggende, gratuite opmerkingen over rituelen, de rol van het christendom, westerse superioriteit, vreetpartijen van toen en exquisheid van nu.
Begrijp me goed, cultureel-sociologische reflecties over het fenomeen 'eten’ in al zijn vormen hebben mijn grote interesse, maar dan wel op voorwaarde dat ze niet alleen aantrekkelijk gebracht worden, maar dat ook de nodige (wetenschappelijke) zorgvuldigheid in acht wordt genomen. Dat deze criteria heel goed samen kunnen gaan, bewijzen de publikaties van, in een volstrekt willekeurige greep, Norbert Elias, Stephan Mennell, Jean-François Revel, Anneke van Otterloo en, niet te vergeten, het artikel in het onderhavige Groene-nummer van Marc Schoorl. Wat ons echter in 'Dîner parlant’ wordt voorgeschoteld, is helaas, dat wil zeggen in tegenstelling tot wat de kwaliteit van de tafelgasten doet verwachten, niet veel meer dan flinterdunne studentikoze borrelpraat.
Overigens, zoals gezegd, heb ik veel genoegen beleefd aan de resterende bijdragen, gelukkig bij elkaar nog goed voor een fors aantal pagina’s leesplezier. Amersfoort, R. MEIJER