Grrr

Chabot In De Groene van 20 augustus spreidt psychiater B.E. Chabot een grote betrokkenheid bij demente verpleeghuisbewoners tentoon. Maar zijn blik is er een van bovenaf; als leerling-ziekenverzorgster heb ik de situatie van onderaf gezien.

Volgens Chabot wordt er niet bezuinigd op het aanbieden van eten en drinken. Technisch klopt dit. Maar wat gebeurt er in de praktijk, onzichtbaar voor verpleeghuisartsen, als de verpleeghuisbewoner niet zelfstandig kan eten? Herhaaldelijk heb ik geprobeerd de bewoners in hun eigen tempo te laten drinken. Helaas overschreed ik daarbij regelmatig de tijdslimiet. Resultaat: leerling is te langzaam, een onvoldoende voor dit praktijkonderdeel. Op de een of andere manier lukte het de betreffende gediplomeerden wel om binnen circa drie minuten 200 cc vocht bij bedpatiënten naar binnen te gieten. Van persoonlijke aandacht kan daarbij geen sprake zijn.
Eten en drinken zijn in de verpleeghuizen aan tijdslimieten gebonden. Wat ‘over’ is wordt weggegooid, want het programma loopt door. Ziekenverzorgsters zijn door onderbezetting aan handen en voeten gebonden. Dementerende patiënten zijn niet meer in staat te klagen. De familie ziet niet alles wat er gebeurt. En verpleeghuisartsen denken dat alles gebeurt zoals het staat beschreven in de verpleegplannen. Ondertussen houdt de afdelingsleiding de vuile was binnen, gebonden als ze is aan voorschriften en budgetten. Terwijl Den Haag volhoudt dat het allemaal wel meevalt.
En ik? Ik kreeg een onvoldoende voor mijn opleiding en ik ben, een illusie armer en een frustratie rijker, ander werk gaan zoeken.
Sittard, K. CLEEF
Rorty
Een ietwat late, want van verre komende reactie op het interview met de filosoof Richard Rorty in De Groene van 2 juli. Rorty streeft naar een wereld zonder wreedheid en onvrijheid. Als enige mogelijkheid ziet hij het ontwikkelen van betrokkenheid bij de lijdende medemens. Hij meent 'dat het belangrijk is om leed levend te maken, te visualiseren’. De media zijn wat hem betreft hierbij zeer nuttig. Dat laatste betwijfel ik.
Ikzelf, 58 jaar, ben met behoud van uitkering tijdelijk gaan wonen in een dorpje in Nicaragua. Hier zie ik niet alleen het leed, hier voel ik het. Niet aan den lijve maar in de mensen die arm zijn en die ik mijn vrienden noem. Dat voelen kan mijns inziens alleen als er een band bestaat.
Een voorbeeld: Het gaat mij door merg en been als ik merk dat een goede vriendin intens geniet van een bordje bonen met room, een ei met spinazie, bij mij thuis. Waarom? Omdat ze honger heeft! Honger!
Alle hongerbeelden op de televisie maakten minder indruk op me dan dit ene doorvoelde moment. Men kan een tv-uitzending zo opzetten dat mensen royaal giften storten. Ook dat is een vorm van solidariteit, maar een oppervlakkige. Met echte solidariteit ga je anders in het leven staan.
Ik pleit ervoor dat uitkerende instanties meer ruchtbaarheid geven aan de mogelijkheid om met behoud van uitkering in het buitenland te wonen. Tijdens een dergelijke ervaring kan wellicht een structureel solidair mens ontstaan, die zich vrijwillig beperkingen oplegt.
Muelle de los Bueyes (Nicaragua), HENK VAN LEEUWEN