Ingezonden brieven

Grrr

Stijl in de filosofie

De laatste zinnen in het essay van Brian Magee «Stijl in de filosofie» (in De Groene van 22 juli) geven een belangrijke opdracht aan elke filosoof:

«Schrijf nooit iets als je niets te zeggen hebt. Wend vervolgens al je talenten aan om het zo helder mogelijk te maken», en:

«Een goede stilist in de filosofie is altijd iemand die, zichzelf vergetend, toegewijd is aan hetgeen waarover hij schrijft.»

Stijl in de filosofie is gekoppeld aan de totale, persoonlijke inzet van degene die schrijft, «zo totaal» dat hij zichzelf vergeet. Een goede stijl in de filosofie bestaat dus niet. Wanneer ik filosofeer, en vooral wanneer ik daarbij met anderen communiceer, moet ik zoveel mogelijk op mijn manier helder zijn.

Zou het ook anders kunnen in een vakgebied dat nog altijd «wijsbegeerte» heet?

Duidelijk maken wat ik begeer, wat mij beweegt, kán ik alleen maar op mijn eigen manier. Niemand neemt mij serieus, wanneer ik over hetgeen mij ten diepste beweegt, spreek op een toon die de mijne niet is. Duidelijk zijn in of over deze begeerte is overigens nog geen rozengeur en maneschijn: ik moet de kennis over een onderwerp zó begeren dat ik mijzelf en anderen in staat moet stellen mij op mogelijke fouten te betrappen.

Voor mij is het stuk van Joost Niemöller over Wittgenstein («De filosoof als mens» in dezelfde Groene) een goede illustratie van hetgeen Brian Magee zegt. Want hoe zou iemand, wiens leven «geen stroom» was, en die «van rotsblok naar rotsblok sprong» en «regelmatig in het ijskoude water viel» anders kunnen schrijven dan «in stukken en brokken»?

Niemöller zegt ook over het werk van Wittgenstein: «Wat hij met de ene hand gaf, leek hij met de andere weer te willen nemen.» Is dat geen voorbeeld van een filosoof die zo betoogt dat «het voor andere mensen, en voor al voor hemzelf, zo gemakkelijk mogelijk moet zijn om hem te betrappen als hij betrapt kan worden», en het dan ook nog dóet?

Nog even het woord «filosofie». Ik las in een oud studieboek dat het Griekse «filos» niet alleen vriend betekent, maar ook «eigen». Als filosofie dus niet alleen zoiets betekent als «liefde voor de wijsheid» maar ook «eigen-wijsheid», is de enige stijl die de filosoof past toch ook de eigen(wijze) stijl?

MICHIEL BORGMAN, Eersel
Honden (2)

Exemplaren van de soort homo sapiens hebben steeds weer de onbeschofte neiging om bepaalde soortgenoten met andere diersoorten te vergelijken (zie: E.M. Janssen Perio, «Honden», Grrr, in De Groene van 15 juli). Terwijl het bijvoorbeeld bij een individu als Adolf Hitler nu juist gaat om specifiek menselijke eigenschappen (hoogmoedswaanzin en machtswellust). Wordt het niet eens hoog tijd om onze welgemeende excuses aan honden, varkens, ratten, enzovoort, enzovoort aan te bieden voor alle beledigingen hen in de loop der tijden aangedaan? Overigens, de mens is in vele opzichten volstrekt onaanvaardbaar! (Cioran)

W.G. VAN EIJK, Groningen
Wietmotie

Is de parlementaire crisis een feit, zoals René Zwaap schrijft? (Eigen wiet eerst? in De Groene van 8 juli) Was het echt zo’n historische dag op 21 juni 2000 voor het Koninkrijk der Nederlanden of is er eerder sprake van een rookgordijn en speelt de Tweede-Kamerfractie van de PvdA een spel?

Even de feiten op een rij. Sinds enige tijd willen veel burgemees ters een regulatie van de inkoop van wiet door coffeeshops. Nu is het nog zo dat, tot op zekere hoog te, de verkoop van cannabisproducten gedoogd wordt, maar dat de inkoop hiervan verboden blijft.

Een onmogelijke situatie uiteraard, want feitelijk is er sprake van gedogen op twee niveaus. De verkoop van softdrugs wordt openbaar gedoogd en, het kan haast niet anders, de inkoop wordt stiekem gedoogd; hoe komen de coffeeshops anders aan hun waren zonder voortdurend door de politie te worden lastiggevallen?

De regulatie van de inkoop, zoals verscheidene burgemees ters dat willen, houdt in dat aangewezen nederwietproducenten, onder controle van de overheid, aan de detailhandel mogen leveren. Buitenlandse cannabis is dan niet meer toegestaan in het assortiment.

De Tweede Kamer bleek gevoelig voor de argumenten van de burgemeesters en nam een motie aan waarin de regering werd opgeroepen de productie en de toelevering van wiet aan coffeeshops te reguleren. In de praktijk komt dat bijna neer op legalisering van teelt en gebruik van Nederlandse cannabis.

De regering heeft, zoals we inmiddels allemaal met pijn in ons hart weten, de motie naast zich neergelegd. Laat dat nou een goed recht zijn van de regering. Een motie is slechts een oproep, niet meer en niet minder. Omdat er sprake was van een motie, konden de partijen PvdA en D66 zich eens lekker progressief profileren, zonder zich een buil te hoeven vallen. Met de vvd in de regering en nota bene een vvd-minister op Justitie, ook al heeft deze oerconservatieve partij nog steeds Vrijheid en Democratie in de naam, was het ondenkbaar dat de regering de motie zou overnemen.

De woede van juist de PvdA is daar om hypocriet. In feite speelt de partij mooi weer op twee fronten. De achterban van progressieven huize wordt door de fractie in toom gehouden (we hebben het toch geprobeerd en kwaad dat we zijn), en de degelijke regenten en zakelijke neoliberalen, die de belangen van de zakenwereld in het buitenland moeten bewaken, zien dat ze vertrouwen kunnen blijven houden in de regering.

Daarnaast, zouden de PvdA- ministers het kabinet echt hebben laten vallen op een wietmotie? On denkbaar, en dat wisten ze binnen de fractie ook wel.

FRANS VLIEGENBERG, Amsterdam