Grrr

Hermans In zijn artikel ‘Biograaf gezocht’ in De Groene van 17 april beschrijft Tonnie Luiken hoe hij heeft gepoogd er achter te komen welke verzetsmensen Hermans heeft gekend en vervolgens in diverse gedaanten in zijn publikaties heeft geportretteerd. Luiken blijkt een vasthoudende onderzoeker te zijn, die geen moeite te veel is om iets te weten te komen.

Maar klaarblijkelijk heeft niemand hem geattendeerd op de studie van Marjan Schwegman en het archief van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Het stille verzet: Vrouwen in illegale organisaties, Nederland 1940-1945 is Schwegmans doctorale scriptie van 1979, die een jaar later werd uitgegeven door de Sua. Dit boekje bevat tal van bijzonderheden over CS 6, zijn leden en activiteiten. De kennissen van Hermans die Luiken noemt, komen ter sprake en Schwegman vermeldt in de bronopgave dat Oorlogsdocumentatie archivalia en ander materiaal betreffende CS 6 bezit. Op grond van Het stille verzet lijkt het mij dat de gebeurtenissen rond tandarts Cohen anders zijn verlopen dan Luiken beschrijft.
Rotterdam, H.J. Scheffer
ELSSCHOT
Brouwers citeert in zijn essay in De Groene van 3 april de brief van Boon aan Elsschot, waarin hij het gedicht ‘Borms’ afwijst. De brief (iets wat Brouwers helaas niet vermeldt) is geschreven naar aanleiding van Elsschots verzoek het gedicht aan Boon te. mogen opdragen. Dat verzoek is niet te begrijpen als men er, zoals Brouwers, van uit wenst te gaan dat Elsschot in extreem-rechts vaarwater verzeild was geraakt. Immers in die tijd was Boon communist - men moet wel een beetje simpel zijn om aan zo iemand extreem-rechtse propaganda te willen opdragen. Het gedicht kan dus niet (en die conclusie is onont- koombaar) als politieke propaganda zijn bedoeld. Met het gedicht komt Elsschot op voor een menselijke behandeling van collaborateurs.
Het gevoel dat er met hen onzorgvuldig werd omgesprongen werd ook door Boon gedeeld, die in 1976 in het Vlaams Weekblad schreef: 'Ik had wel medevoelen met Borms, die alleen om zijn ideologie het met de dood zou moeten bekopen, terwijl hij op de keper beschouwd geen enkele misdaad had begaan.’
Elsschot heeft 'Borms’ geschreven in een periode waarin de tegenstelling tussen Vlaams bewustzijn versus Vlaams ultra- nationalisme zeer onduidelijk lag. Brouwers vermeldt helaas niet dat Elsschot in 1949 lid werd van de Vlaamse Intellectuelen voor de Vrede, een links gerichte organisatie waarin ook Boon actief was. Den Haag, YDE VAN DER BURGH
WEDEROPBOUW
Jaren voor de oorlog was ik geabonneerd op De 8 en Opbouw, het blad dat de spreekbuis was voor de nieuw zakelijke architecten. Tijdens de oorlog stonden de meeste praktijken stil. Er is toen tijd geweest om over architectuur na te denken, ook al in verband met de oorlog. De Groene van 3 april wijdt aan die naoorlogse periode een artikel, 'De verloren taal der architecten ’. De problematiek is echter gecompliceerder dan in het artikel naar voren komt. Er wordt bijvoorbeeld geheel voorbijgegaan aan de invloed van de Delftse School onder leiding van prof. ir. Grampré Moliere. Denk daarbij aan de wederopbouw van o.a. plaatsen als Rhenen, Middelburg en nog vele andere, die geheel in het teken stond van het historisch denken. Dan waren er ook nog de enorm betuttelende instanties van de overheid die merendeels de behoudende kant kozen. Na de oorlog bleek al gauw dat politiek gesproken rechts sterker was dan links. Het is daarom goed nog eens het boekje van architect J. J. Vriend te lezen. Over die kant van de naoorlogse architectuur geeft het artikel mijns inziens nauwelijks informatie. Amersfoort, H. VAN WIJNKOOP
HEIDEGGER (1)
Terugkomend op Heidegger naar aanleiding van de brief van E. M. Janssen Perio in De Groene van 27 maart: met 'Verstehen’ bedoelde Heidegger waarschijnlijk niet alleen 'begrijpen’, zoals men zou denken, maar ook - en zelfs in eerste instantie - 'ontwerpen’. Dit vreemde gebruik heeft te maken met het exis- tentialistische dogma dat elke mens zelf haar of zijn wezen 'kiest’ (of niet) door latente mogelijkheden te ontvouwen (of niet). Een vrije vertaling van Heideggers 'verstehen’ zou kunnen luiden (in mijn moedertaal): ’ ’,Verstehen’’ is the emergence of a human being from a person’s potentialities in such a way that it also makes clear to that person what it is that constitues his or her authentic existence.’
Op zich niet erg revolutionair. Maar op een irritante wijze geeft het toch te denken, en dat is waar het bij Heidegger altijd om ging. Denk ook aan de frustrerende dubbelzinnigheden en verwarringen bij Joyce (Finnegan ’s Wake) of bij Pynchon (Gravity’s Rainbow). 'Verdichtung’ und Wahrheit go together! Amsterdam, David Le Fort
HEIDEGGER (2) In De Groene van 27 maart 1996 staat een brief van E. M. Janssen Perio. Hij geeft een citaat weer van Martin Heidegger en vraagt om een vertaling naar helder Nederlands. Mijns inziens zon zo'n vertaling als volgt kunnen luiden: 'A is wij “begrijpen” zien als de mogelijkheid tot het wezen van ons zelf te komen (= wij noemen dit wezen van ons zelf het “zijn” en de mogelijkheid daar naar toe te komen het existentieel), dan toont dit waar wij (zelf) aan toe zijn.’
De uitleg tussen haakjes mag de lezer die het begrepen heeft, weglaten. Hoewel ik niet zal beweren dat de Meister uit Duitsland met deze zin afgrondelijke wijsheid toont, denk ik toch dat die begrijpelijk kan zijn en daarmee ook in plat Nederlands vertaalbaar is. Graag zie ik de beloofde prijs van een jaarabonnement op De Groene tegemoet. Amsterdam, E. BLANKENBURG
EXTREEM-RECHTS (1) Voor de derde keer voel ik verslagenheid. De eerste keer had ik dat gevoel in alle hevigheid op het Binnenhof bij de installatie van Janmaat als kamerlid. De tweede keer voelde ik het op de Groenmarkt in Den Haag bij de installatie van twee raadsleden van extreem-rechts. De derde keer bij en na het lezen van het hoofdcommentaar door Meindert Fennema in De Groene van 10 april.
Elke weigering van een burgemeester om extreem-rechts zich te laten verenigen en/of te demonstreren leverde mij een goed gevoel op. Daar waar de centrale overheid faalt, is het goed dat anderen hun nek uitsteken en hun macht gebruiken en inzetten. Dat daarmee de democratische rechtsorde op de proef wordt gesteld en voorkomen wordt dat grote groepen mensen onnodig pijn wordt aangedaan, vind ik een hoger goed dan de formele benadering van de journalist Fennema in De Groene. Dat standpunt van De Groene geeft mij het gevoel dat ik na twintig jaar een vriend dreig kwijt te raken, een academisch geschoolde vriend, die niet meer bij zijn gevoel kan komen. Amsterdam, LOUIS KOK
EXTREEM-RECHTS (2) In zijn omarming van het besluit van de Zwolse burgemeester Fransen om extreemrechts het groene licht te geven om op straat hun beledigingen kracht bij te zetten, zegt Meindert Fennema (in De Groene van 10 april) flinks waar het op staat: er moet een eind komen 'aan de gewoonte om migrantenorganisa- ties niet te confronteren met hun onwelgevallige opvattingen. at is winst voor onze democratische rechtsorde. Democratie betekent immers dat zelfs mensen met weerzinwekkende standpunten recht van spreken hebben. ’ Dat 'een groot deel van de allochtone bevolking in permanente angst leeft’, doet, zoals Fennema schrijft, niet ter zake. Dat komt immers niet doordat extreem-rechtse en racistische opvattingen door diezelfde democratie gehonoreerd, gestimuleerd en gesubsidieerd worden - Fennema houdt dan ook geen pleidooi voor de afschaffing van subsidie of tv-zendtijd voor politieke partijen die het met de democratie en de mensenrechten niet zo nauw nemen - nee, dat komt omdat politie en justitie te weinig doen aan het geweld op straat. Daarmee reduceert hij het probleem van diegenen die in hun bestaansrecht worden bedreigd tot een kwestie van openbare orde. In zijn optiek is het echter ,bij uitstek een instrument van ondemocratisch bestuur, om op grond van het openbare-ordeargument de bestrijding van antidemocratische en racistische opvattingen ter hand te nemen. Op deze manier loopt Fennema in een kringetje rond om uit te komen bij dezelfde leunstoel waarin hij bij het begin van zijn betoog al zat. Het zit vast wel lekker, maar ik heb er maar één antwoord op: jouw rechtsorde is de mijne niet. Amsterdam, PAULINE HARMSEN
ISRAEL In zijn hoofdcommentaar van 17 april (Peres’ verkiezingsstunt loopt uit de hand’) heeft Max Arian mijns inziens helder en overtuigend enige bezwaren tegen de 'politionele actie’ van Israel in Libanon uiteengezet. Ik gebruik deze term hier met opzet omdat deze actie zelf en bepaalde Israelische en Nederlandse reacties hierop wel iets gemeen lijken te hebben met onze vroegere politiek in Indonesië. Het gaat ons aan het hart, er lijkt geen andere uitweg dan dit militaire optreden, en men kan denken dat het ten slotte averechts moet werken. Het lijkt een massaal militaire contraterreur tegen de terreur van fanatici die hieraan alleen maar meer sympathie en potentiële aanhang zullen ontlenen onder de massa der Libanezen.
Er zijn echter nog andere overwegingen die ik in de door mij gelezen pers zelden of nooit terugvindt:

  • Dat de Hezbollah dus een 'goed’ gebruik maakt van zeer proletarische raketten, vanuit Rusland en China geleverd onder het motto: 'Proletariers allerlanden vermoord elkaar. ’
  • Dat de staat israel in zijn militaire acties publicitair zwaar in het nadeel is tegenover andere landen. Als Turken Koerden afslachten of Russen Tsjetsjenen (om alle andere moordgebieden buiten beschouwing te laten), staan er geen mensen klaar om hun foto’s te maken zoals hier, die dan liefst in kleur op onze voorpagina’s worden afgedrukt.
  • Dat ten zuiden van Israel in Egypte enige tijdbommen tikken die op den duur wel moeten ontploffen. Waarbij we niet alleen hoeven te denken aan de fanatici die ook daar opereren (met fatale gevolgen voor het toerisme in dit land), maar ook aan de sluipende demografische catastrofe: in een stad als Caïro komen er naar schatting jaarlijks een miljoen mensen bij.
  • Dat de toestand in 1996 voor Israel een in veel opzichten zeer pijnlijk contrast biedt met de idylle die in 1896 door Theodor Herzl is beschreven in Der Judenstaat. In Israel behoeft men dit niemand wijs te maken, in ons land zou men echter wel iets meer belangstelling kunnen tonen voor deze grote figuur. Maar misschien komt dit volgend jaar nog. Rotterdam, E. M. JANSSEN PERIO