Grrr

Arbeiders
Uit zijn artikel Verschil moet er zijn in De Groene van 4 december, waarin hij de Engelse tv-comedyserie Keeping up Appearances van Roy Clarke aanhaalt, blijkt dat Adriaan Jaeggi geen enkele notie van arbeiders heeft.

Onslow, de zwager van Hyacinth Bucket, is een beroepswerkloze. Net als George Roper uit de tv-comedyserie George and Mildred en de stripfiguur Andy Capp van Reg Smythe in de Daily Mirror.
Smyth wist evenals de producenten van de eerder genoemde tv-comedies dat arbeiders beroepswerklozen verachten, maar er des te hartelijker om kunnen lachen als die in televisiecomedies of strips worden uitgebeeld bij het ontwijken van eerlijke arbeid.
Dat het gebrek aan bekendheid met arbeiders niet uitzonderlijk of nieuw is, blijkt uit het gegeven dat eind jaren zestig een groepje studenten om aansluiting van hun geplande Vakbond van Intellectuele Arbeiders bij het FNV verzocht. Bestuurders van bestaande bonden wezen deze aanvraag af uit vrees voor ledenverlies - hun leden zouden zich doodlachen bij het vernemen van de naam van de nieuwe bond. Vinkeveen, DRS. A.H. KUCKE
Homeopathie (3)
In het artikel van Phaedra Werkhoven in De Groene van 6 november wordt gesuggereerd dat er twee soorten homeopathische geneesmiddelen zijn: gegarandeerd onschadelijke en mogelijk schadelijke middelen. Bovendien zou hieraan gekoppeld zijn dat de onschadeljke middelen geen medische pretentie mogen hebben. Dit wordt uitgelegd met het volgende voorbeeld: in plaats van dat gezegd zou kunnen worden dat het middel tegen prostaatklachten werkt, moet gezegd worden: Goed voor als u vaak moet plassen.
Hier worden verschillende zaken uit hun verband gerukt. In de eerste plaats is er wel sprake van een tweedeling, echter niet op grond van schadelijkheid, maar op grond van het gebruik van een indicatie. Dit betekent dat een vereenvoudigde registratie mogelijk is als geen gebruik gemaakt wordt van enige indicatie. Dat de wet tevens verlangt dat dit produkt onschadelijk is, mag duidelijk zijn. Gezondheidsachtige claims zoals in het bovenstaande voorbeeld zijn uiteraard niet toegestaan, want er vindt ook geen beoordeling van enige claim plaats.
De tweede categorie middelen betreft de middelen met indicatie. Deze moeten inderdaad voor 29 december aangemeld worden. Uiteraard zal ook deze categorie op schadelijkheid getoetst worden. Daarnaast zal op kwaliteit en werkzaamheid getoetst worden. Dat wil zeggen dat de claim met daartoe geëigende literatuurgegevens getoetst zal worden. Dit is dus een totaal andere benadering dan mevrouw Werkhoven suggereert.
Vervolgens haalt mevrouw Werkhoven het stokpaardje van de bewijsvoering van stal. Dat ze voorbijgaat aan vele goed gedocumenteerde onderzoekingen is kwalijk; mogelijk verzachtende omstandigheden zijn dat vele hooggeleerden in dit land nu eenmaal eenzelfde uitgeproken standpunt hebben. Zo ook professor Timmerman, die inderdaad destijds aan mij een voorstel voor onderzoek gedaan heeft, een soort reageerbuisproef om voor eens en altijd te bewijzen of het nu wel of niet werkt. Dat diezelfde professor Timmerman niet bereid was over een goed gefundeerd tegenvoorstel na te denken, wordt niet vermeld.
Vervolgens worden en passant alle produkten van Vogel ten onrechte fytotherapeutisch genoemd. Er zijn zowel fytotherapeutische als homeopathische produkten van Vogel in de handel en dit geldt voor meer homeopathie- en fytotherapiefabrikanten. Omdat er voor de fytotherapie nog geen passende regelgeving is, zitten deze produkten veelal tussen gezondheidsprodukten en geneesmiddelen in.
Als het een homeopathisch produkt is, is dit direct te herkennen door de verplichte weergave van ‘homeopathisch geneesmiddel’ op het etiket. Door de fabrikantenorganisatie Nehoma zijn al deze produkten getoetst op hun samenstelling, een soort vóórregistratie dus. Op dit punt bestaat dus volstrekte helderheid.
De onjuistheden stapelen zich op als mevrouw Werkhoven Vasolastine een homeopathisch geneesmiddel noemt. Vasolastine is een enzympreparaat dat niets met homeopathie te maken heeft.
Ook over de fundamenten van de homeopathie heeft mevrouw Werkhoven een ongefundeerde mening: Hahnemann hield vol, tegen beter weten in (aldus het artikel) dat je een ziekte moet bestrijden met het middel dat bij gezonde mensen die ziekte opwekt. Dat Hahnemann een bekend mechanisme, door Hippocrates geformuleerd, toepaste, wordt gemakshalve weggelaten. Ook het onderzoek aan de Universiteit van Utrecht aan celmateriaal, dat bevestigt dat het zogeheten similia-beginsel aan te tonen is, wordt voor het gemak maar weggelaten.
Tenslotte zou onderzoek aangetoond hebben dat homeopathie vooral wordt aangewend voor onschuldige klachten die vanzelf weer overgaan. Het zou de moeite waard zijn al die chronische patiënten die met homeopathie genezen zijn, eens aan het woord te laten. Uit onderzoek is gebleken dat 72 procent van de bevolking wel degelijk vertrouwen heeft in de registratie van homeopathische geneesmiddelen omdat homeopathie voor vijf miljoen mensen in Nederland een eerste-keustherapie is. Zwolle, DRS. M.D. DICKE, apotheker, voorzitter Nehoma
Homeopathie (4)
In De Groene Amstredammer van 20 november plaatste u een brief van de heer L. Rutten waarin deze zegt dat twee derde van alle onderzoeken naar homeopathie een positief resultaat laten zien.
Een ononderbouwde bewering. In een eerdere, niet-geplaatste ingezonden brief heb ik u al gewezen op een zeer gedegen overzichtsartikel, het enige dat in Nederland verschenen is over de waarde van homeopathie op grond van wetenschappelijk onderzoek. Dit artikel stond in 1996 in het gezaghebbende Geneesmiddelenbulletin en de conclusie was dat de werking van homeopathie berustte op het zogenaamde placebo-effect. Gelukkig niet direct schadelijk, al kan in bepaalde gevallen de toepassing van eerst homeopathie wel tot een nadelig uitstel van de juiste behandeling leiden. Op dit artikel heeft de redactie van het Bulletin nimmer enige reactie gekregen, terwijl collega Rutten dat nummer zeker gekregen heeft. Rotterdam, PROF. DR. E. VAN DER DOES