Grrr

Overschat (1) Rob van Erkelens gechargeerde visie op Multatuli’s Max Havelaar (De Groene van 9 augustus) is zo typisch laat-twintigste- eeuws dat zijn ‘gelijk’ - mede door het langzaam uitdunnen van de multatuliaanse aanhang - op termijn nog kans van slagen heeft ook. Van Erkelens moet zijn vileine commentaar over Multaluli’s meesterwerk geschreven hebben in het besef dat zoiets reacties zou uitlokken. Nou, bij deze.

Allereerst zijn mening over Batavus Droogstoppel. Deze ‘materialist’ wordt door Multatuli opgevoerd als kapitalist in spe. Dat getuigde van een visionaire blik. Om mensen in het Nederland van de negentiende eeuw ervan te doordringen dat er veel fout zat, koos Multatuli voor een repeterende vorm, om zodoende de publieke opinie te mobiliseren. Van Erkelens tracht vervolgens de historische context te bagatelliseren door het verhaal van Saidjah en Adinda naar de Bouquetreeks te verwijzen. Wie dat doet, heeft niets begrepen van de dilemma’s van die tijd.
Kortom, Van Erkelens heeft geprobeerd een knuppeltje in een hoederhokje te gooien. Hij is daar slechts gedeeltelijk in geslaagd. In pakweg het jaar 2027 zullen velen zich nog de naam Multatuli herinneren - al dan niet als bron van studie - maar de naam Van Erkelens zal slechts in een kleine voetnoot voorkomen. Terecht, want Multatuli was een groot schrijver. Weliswaar aan zijn tijd gebonden, maar daardoor niet minder belangwekkend. Het is en blijft goedkoop om te proberen in het jaar dat het slot van de Verzamelde Werken plus de Multatuli-encyclopedie het licht ziet, een dissonant geluid te laten horen. Bennebroek, JAN SLEEGERS
Overschat (2) In De Groene van 9 augustus staan enkele flutrecensies. Mystiek lichaam blijft voor Niemoller een Fremdkorper, getuige zijn ronduit puberale pogingen om de roman te ontmaskeren. Een boek zou moeten swingen. En daaronder verstaat Niemoller een hoog 'sex, drugs en rock 'n roll’-gehalte. Dat is een kinderachtige eis aan een boek waarmee niemand gediend is. De redeneringen zijn onterecht, onkundig, suggestief en bedroevend simplistisch. De recensie lijkt in de gauwigheid in elkaar gedraaid. Haast en gemakzucht blijken slechte muzen.
Een boekbespreking beginnen met de woorden 'Erover meepraten kan ik in ieder geval niet’, zoals Antoine Verbij doet in zijn poging Het grote verlangen van Marcel Moring te liquideren, is zo mogelijk een nog slechter uitgangspunt. Hij ontzegt zichzelf bij voorbaat ieder recht van spreken en ziet vervolgens het lezen als een zelfopoffering. Dat verklaart zijn onredelijke argumentatie. Verbijs grote verlangen bestaat in geen geval uit lezen, en evenmin uit nadenken. Hij zegt het zelf met zoveel woorden: in een roman mag niet 'geredeneerd’ worden, want Verbij 'wil helemaal niet nadenken!’ En dat ondanks zijn en passant vermeldde studies filosofie en psychologie. Hij wil zien, voelen, meebeleven. Dat een gedachte bestaat uit zien, voelen en meebeleven, is de studiebol ontgaan. De zelfkwalificatie 'polderintellectueel’ is nog te hoog gegrepen. Ik ruik in vele zinnen een benepen argwaan jegens schrijvers. Had De Groene maar louter schrijvers aan het woord gelaten. Raymond Kaaper, ROTTERDAM